Neologisme van de week: Alleenschaamte

© Archieffoto ANP/Sem van der Wal

Schaamte die iemand voelt als hij dingen alleen onderneemt, zoals uit eten of naar de film gaan, met name in coronatijd, omdat hij het idee heeft dat hij in zijn eentje voor meer (vooral logistieke) overlast zorgt. Marloes Elings schreef vorige week over dit soort schaamte in de NRC een stuk met de titel ’Ben ik asociaal als ik nu in m’n eentje uit eten ga?’

In coronatijd verandert een sologast in een ongenode gast, vindt Elings. Ze ging in de bioscoop zitten in een ’lustig geductapete zaal’ en citeert Sjef Stelling die samen met zijn zus eigenaar is van het Louis Hartlooper Complex in Utrecht: ’Mensen die in hun eentje naar de bioscoop gaan, mogen ook een andere stoel reserveren (...). Dan bezetten zij twee plekken. En ja, dat levert ons nog meer verlies op.’

Alleenschaamte is niet het enige soort schaamte dat ons in coronatijd overvalt: we begonnen de crisis met hoestschaamte, niesschaamte en hamsterschaamte, en nu we verder zijn en weer wat meer mogen, hebben we last van buitenschaamte en alleenschaamte.

Deze rubriek wordt gemaakt in samenwerking met het Instituut voor de Nederlandse Taal.

Meer nieuws uit Leiden

Ombudsman

Ombudsmannen Durk Geertsma & Ed Brouwer springen in de bres voor de consument.