Pamfletten gaven kampbewoners hoop, maar sommigen raakten gedeprimeerd omdat het einde van de oorlog toch nog lang uitbleef

B-25 Mitchell bommenwerper die na de oorlog in gebruik is genomen door de Netherlands East Indies Transport Service. De geschutskoepels zijn verwijderd en de glazen neus gedicht. Charles Arps zag een bommenwerper van dit type de pamfletten uitwerpen boven het kamp.
© Niod
Oegstgeest

Het overvliegen van een B-25 bommenwerper afgelopen zaterdag bij de herdenkingsplechtigheid bij het Indisch Monument in Den Haag maakte bij Charles Arps uit Oegstgeest bijzondere gevoelens los. „In mijn ogen was het de pamflettenwerper. Het herinnerde mij aan de ochtend van zondag 28 januari 1945. Toen vloog er, naar later bleek puur toevallig, zo’n B-25 Mitchell over ons kamp. Er werden duizenden glinsterende pamfletten uit geworpen, die overal in het kamp en daarbuiten terecht kwamen.”

Arps keek vol verbazing naar het vliegtuig. „We zagen vrijwel nooit vliegtuigen en zeker niet zo dichtbij. Ik vond het direct wel heel spannend. Het toestel vloog heel laag over het kamp en je kon het levensgrote ’rood-wit-blauw’ op de romp duidelijk zien. Een Hollandse bommenwerper die over ons kamp vloog en waar niet op geschoten werd. Hoe was dat mogelijk. Wat gebeurde er eigenlijk? Was de oorlog voorbij? Overal om mij heen rende men heen en weer in een poging een pamflet te pakken te krijgen. En wat stond er op? Het lukte mij om er één te grijpen. Ik nam het mee naar mijn moeder, zij zou wel uitleggen wat dit betekende. En zij las geëmotioneerd voor wat er in stond.”

De tekst luidde ’Houdt moed. Houdt koppig vol. ’s Vijands einde nadert met rassche schreden’. „Vrouwen huilden van opwinding en kreten waren te horen als ’de oorlog is voorbij’, ’de oorlog is echt voorbij’! Maar mijn moeder bleef kalm, als altijd, en zij probeerde de te opgewonden vrouwen te kalmeren.”

Bijna dertig jaar geleden kreeg Arps een foto in handen, waarop de kampen 10, waar hij zat, en 11, Banjoebiroe op Midden-Java, goed te zien waren. De foto was gemaakt op zondag 28 januari. Arps weet nog precies waar hij stond toen het vliegtuig overvloog. „Ik stond op het plein ongeveer in het midden van kamp 10, met uitzicht naar het zuiden, vlak achter de bomen. Ik was toen ik de foto in mijn handen had totaal verrast, omdat ik me realiseerde dat die was genomen op hetzelfde ogenblik dat ik omhoog naar het vliegtuig keek. Ik was toen negen jaar oud. 53 jaar na dat moment overviel mij de gedachte – en dat gevoel heb ik nog steeds – dat ik mezelf als het ware erop zag staan. Een emotionele en enerverende gedachte. Een historisch moment en ik maakte daarvan deel uit.”

Vergeten squadron

In ’Het vergeten Squadron’ van René Wittert en ’Banjoe Biroe XI’ van Richard N. Voorneman vond Arps achtergrondinformatie omtrent de vlucht van de B-25. Twee van die toestellen, behorende tot het (Nederlandse) 18e Squadron en gestationeerd in Noordwest Australië, met als commandanten kapitein, later majoor, F. van Breemen en eerste luitenant A.G. Hagers, waren door generaal L.H. van Oyen, vanuit Potshot en Broome in Noordwest Australië, op een geheime missie uitgestuurd. Die bestond uit het maken van foto’s van bezet Java en 150.000 pamfletten uitwerpen. Daarop stond de genoemde tekst in vier talen. ’Doelwit’ van de pamflettenwerpers waren concentratiekampen en kratons, paleizen die door de Japanse bezetters in gebruik waren genomen.

De eerste twee vluchten vonden 23 en 24 september 1944 plaats en de derde stond gepland op 31 december 1944, maar werd uitgesteld omdat het Duitse Ardennenoffensief van eind 1944, een negatieve invloed dreigde uit te oefenen op de oorlogsinspanning van de gealliëerden. Maar eind januari 1945 gaf generaal Van Oyen opdracht voor de vlucht naar Midden- en Oost-Java.

Het vliegtuig, met van Breemen als commandant, verliet Broome op zondag 28 januari even na middernacht, en bereikte na ongeveer zes uur de zuidkust van Java bij Kediri, waar het zwaar bewolkt was. Er werd besloten om een kleine omweg te maken, westelijk om de Goenoeng Lawoe heen. Voorts kreeg de piloot de opdracht om, voor de veiligheid van de bemanning en het succes van de missie, in de bewoonde gebieden zo laag mogelijk te vliegen, zodat het vliegtuig niet makkelijk opgemerkt zou worden door vijandelijk luchtafweergeschut, wat vooral in de omgeving van Soerabaja gevreesd werd.

Zenuwslopend

De vlucht over de bergachtige gebieden van Java was hierdoor wel zenuwslopend. Eerst werd er over een aantal plaatsen in Oost-Java gevlogen, waaronder Soerabaja, Modjokerto, Perak en Madioen; daarna vloog de Mitchell verder naar Midden Java, via Soerakarta, naar Semarang aan de noordkust. Op de terugweg naar het zuiden vloog het vliegtuig min of meer bij toeval over het gebied van Ambarawa en Banjoebiroe waar zich diverse concentratiekampen bevonden, waaronder kamp 10.

De locatie van een aantal van deze kampen was bij de Nederlandse autoriteiten toen nog niet bekend. Toch besloot Van Breemen toen hij over deze kampen vloog om ook hier pamfletten uit te strooien. De vliegtuigbemanning kon de gevangenen in de kampen duidelijk onderscheiden, moeders en kinderen die in grote opwinding te hoop liepen en naar het vliegtuig zwaaiden. De bemanningsleden waren diep onder indruk van wat zij zagen.

Daarna werd doorgevlogen richting Magelang en Djokjakarta, waarna men via Banjoewangi terugkeerde naar Australië. Na een vlucht van ongeveer 2250 mijl, onder slechte weersomstandigheden en met nog maar weinig brandstof, bereikte het vliegtuig na dertienenhalf uur het vliegveld van Broome, waar de N5-185 met voldoende benzine voor nog één uur vliegen veilig landde.

Op 31 januari van dat jaar volgde een vierde en laatste vlucht van Van Breemen. Nu naar Tjilatjap en de zuidkust van Java.

Registratienummer

Kort nadat het Nederlandse vliegtuig weer was verdwenen liepen de aangeslagen japanners het kamp door en gaven het bevel dat alle pamfletten direct ingeleverd moesten worden. Overtreders zouden zwaar gestraft worden. „Maar toch had mijn moeder een pamflet veilig bewaard - dacht zij - door het strak op te vouwen en in de katoenen ’badge’ te stoppen, die op haar blouse gespeld was en waarop haar registratienummer geborduurd was. Een Japanse soldaat rukte echter tijdens een appèl, haar badge met registratienummer van haar blouse met de opmerking dat het niet deugde en dat zij het moest vernieuwen. Gelukkig kreeg zij de badge terug en had hij verder niets ontdekt. Terug in haar kamer was het eerste wat zij deed, de pamflet uit de badge verwijderen en vernietigen.”

„Natuurlijk was het bericht op de pamfletten voor ons een enorme opsteker. Dit was de eerste keer sinds wij geïnterneerd waren, dat wij iets hoorden over het verloop van de oorlog. Toch had het gebeuren van de 28ste januari op sommige kampbewoners, wat later, ook een negatieve uitwerking. Zij hadden verwacht dat het einde van de oorlog slechts een kwestie van dagen was of hooguit enige weken. En omdat de bevrijding op zich liet wachten raakten zij in toenemende mate gedeprimeerd; menigeen gaf de hoop op en zou sterven. Voor de meeste gevangenen was deze gedurfde operatie van onze eigen vliegers een fantastische gebeurtenis. Het gaf ons de moed om vol te houden en het kamp te overleven, ondanks het feit dat het nog zeven lange maanden zou duren voordat de oorlog in augustus 1945 voorbij was.”

Lees alle artikelen van de ’Getuigen van de oorlog’ hier.

Meer nieuws uit Metropool

Ombudsman

Ombudsmannen Durk Geertsma & Ed Brouwer springen in de bres voor de consument.