Onderzoek uit ’Levend Lab’: Bijengif verandert het waterleven in de sloot, maar het gaat niet per se achteruit

Henrik Barmentlo. Landbouwgif verandert het waterleven in de sloot.

Henrik Barmentlo. Landbouwgif verandert het waterleven in de sloot.© Foto Ella Tilgenkamp

Wilfred Simons
Leiden

Neonicotinoïden, beter bekend als ’bijengif’, veranderen het leven in poldersloten wezenlijk. De totale soortenrijkdom in de sloten blijft wel gelijk, maar terwijl sommige soorten profiteren, verdwijnen andere totaal. Roofinsecten als ruggezwemmers verdwijnen, watermijten profiteren, blijkt uit onderzoek van de Leidse ecoloog Henrik Barmentlo.

Neonicotinoïden doden insecten door het zenuwstelsel aan te tasten. Dat doen ze zowel bij plaaginsecten als bij nuttige insecten - bijen vooral. De Europese Unie besloot daarom in 2018 het gebruik van dit gif grotendeels te verbieden. Het meeste onderzoek naar de effecten ervan is gedaan op het land. Maar, zegt Barmentlo, het gif komt ook in het oppervlaktewater terecht. Wat het daar doet, is veel minder goed onderzocht.

Vier jaar geleden liet ecotoxicoloog Martina Vijver in het Oegstgeestse deel van het Bio Science Park 38 sloten graven. Het doel van dit ’Levend Lab’ was om in een realistische proefopstelling uit te zoeken wat neonicotinoïden nu écht in het oppervlaktewater doen.

Vijver en haar promovendus Barmentlo betwijfelden of de standaard laboratoriumtesten wel betrouwbare antwoorden opleveren op de vraag hoeveel gif er van de akkers veilig kan afspoelen naar de sloten. In zo’n standaardtest doen de onderzoekers een watervlo, een visembryo en een alg in een ’gestandaardiseerd medium’. Vervolgens voegen ze steeds oplopende hoeveelheden gifstoffen toe en kijken wat er gebeurt - bijvoorbeeld of of de diertjes groeien of overleven.

Een groot verschil met de werkelijkheid in de sloot is dat de proefdiertjes in het lab haast vakantie hebben. Ze worden goed gevoed. Ze hoeven niet te vrezen voor roofdieren. Los van het feit dat ze gif krijgen toegediend, hebben ze geen stress.

Zo mooi is het leven in een sloot niet. De ongewervelde waterdiertjes moeten op zoek naar eten. Ze willen voorkomen dat ze zélf worden gegeten. Het water kan koud zijn, of juist warm. Dat alles geeft stress en daar komen de effecten van het gif nog bovenop. Het Levend Lab liet al die effecten goed zien, zegt Barmentlo. Neonicotinoïden in een poldersloot zijn 2500 keer zo giftig als in een standaard labtest.

Niet alle waterdiertjes zijn even gevoelig. Ruggezwemmers, roofinsecten die aan de top van de voedselketen staan, verdwijnen het eerst, samen met veel andere ongewervelden die verantwoordelijk zijn voor het opruimen van de bodem en het in bedwang houden van algen. Watermijten en andere soorten, die beter tegen het gif kunnen, nemen hun plaats in.

Deze nieuwe biodiversiteit doet echter andere dingen in de sloot, waardoor de balans verstoord is. Het gevolg is dat er op de sloten dikke algenpakketten ontstaan, zogeheten flabben. ,,Meestal worden algenflabben toegeschreven aan voedselrijkdom die het resultaat is van de uitspoeling van kunstmest van de akkers naar het water. Maar het instorten van een ongewerveldengemeenschap kan daar dus ook aan bijdragen.’’ In zo’n eindsituatie is de sloot volgens Barmentlo geen functionerend ecosysteem meer.

De werkelijkheid van het Levend Lab liet zien dat poldersloten aan veel invloeden blootstaan. Bijengif is maar één van de vele stoffen in het water. Niet allemaal hebben ze een negatief effect. Ongewervelde waterdiertjes die een zekere resistentie hebben tegen het gif, profiteren bijvoorbeeld van gematigde hoeveelheid kunstmest en van stikstof uit de lucht. Dat kikkert de beestjes flink op, waardoor ze beter weerstand kunnen bieden aan het bijengif. Soms hief het positieve effect van de kunstmest het negatieve effect van de neonicotinoïden zelfs op.

Barmentlo stelt vast is dat we nog altijd weinig weten van het ongewervelde waterleven. De waterkwaliteit is wisselend, maar zeker niet overal slecht. Resultaten voor neonicotinoïden, gebaseerd op laboratoriumtesten, schieten in elk geval tekort om de effecten te meten.

Westnijlvirus

Met de klimaatverandering komen er meer exotische muggensoorten naar Europa. Zij kunnen tropische virussen overdragen. Recent maakte het Westnijlvirus voor het eerst slachtoffers in Utrecht en Arnhem. Promovendus Sam Boerlijst onderzoekt in het Levend Lab de invloed van kunstmest in het water op de groeisnelheid, grootte en de vliegkracht van steekmuggen.

Meer nieuws uit Leiden

Net Binnen

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.