Verpleegkundigen Kirsten Schoenmaker en Emmi Velema, genomineerd als Persoon van het Jaar: Werken waar je nodig bent

Wie verdient de titel Persoon van het jaar 2020? Interviews met de acht genomineerden staan dinsdag, woensdag en donderdag in het Leidsch Dagblad. Ditmaal: de verpleegkundige, belichaamd door Kirsten Schoenmaker van Alrijne Ziekenhuis in Leiderdorp en Emmi Velema van het LUMC.

Werken in bloedhete isolatiepakken om vaak doodzieke coronapatiënten en hun familie zo goed mogelijk bij te staan; verpleegkundigen als Schoenmaker en Velema werpen zich dag in dag uit in het strijdveld. Intussen zagen zij ook de grafieken met alsmaar stijgende besmettingscijfers. En dan weten ze dat ook de opnames gaan stijgen. Dan is het buffelen, een paar uur lang in hun benauwende, beschermende kleding. ,,Zelfs even kriebelen aan je neus kan niet’’, zegt Schoenmaker met een knipoog. De lockdown per 15 december kwam wat hen betreft geen dag te vroeg.

Schoenmaker en Velema vertellen over de bizarre tijd die nu al bijna tien maanden duurt, en wie weet hoeveel maanden er nog bijkomen. Ook al slaat de vermoeidheid toe. Ze vertellen hun verhaal, dat ook het verhaal is van hun collega’s omdat iedereen binnen het ziekenhuis zich drie slagen in de rondte werkt. Het maakt niet uit of het nu de verpleegkundigen zijn, de schoonmakers, de technische dienst, of de arts-assistenten die ze zo vaak een slechtnieuwsgesprek horen voeren. ,,En onderschat de roostermakers niet’’, zegt Velema, doelend op het tekort aan medewerkers, omdat ook zij uitvallen door bijvoorbeeld corona of oververmoeidheid. ,,Het is knap zoals zij de diensten steeds weer invullen.’’

Saamhorigheid

Hun nominatie voor de Persoon van het Jaar, is er dan ook een voor alle collega’s van Alrijne en het LUMC, vertellen ze. ,,Deze coronatijd heeft ook iets positiefs’’, zegt Velema. ,,En dat is wel de saamhorigheid die er is. Het geeft je een boost om in korte tijd met zijn allen iets voor elkaar te krijgen.’’

Het is zwaar werk. Een uitputtingsslag, zegt ze. ,,We weten niet hoelang dit nog duurt.’’ Naast de fysieke inspanning voelen ze ook de mentale druk. ,,Ik zie ook patiënten die jonger zijn dan ik’’, vertelt Schoenmaker. ,,Ik denk dan bij mijzelf: ’als ik het krijg, zal ik vast niet zo ziek zijn’. Misschien is het naïviteit, maar dat heb je wel nodig.’’ Ze vervolgt: ,,Pas liep ik drie uur in een pak. Je moet doorgaan. Even een slokje water pakken kan niet, want ik ben ingepakt. ’s Avonds lag ik met een forse hoofdpijn in bed. Toen dacht ik ’zullen dit de symptomen zijn?’ Waarschijnlijk had ik gewoon te weinig gedronken.’’

Een week na haar zwangerschapsverlof, eind september, stond Velema alweer op de afdeling met coronapatiënten. ,,Er wordt een beroep op je gedaan. Je werkt daar waar je het hardst nodig bent.’’ Maar het valt niet mee. ,,Veel mensen zijn ernstig ziek, een deel overlijdt. Hun naasten zitten thuis en hebben vaak ook corona. We proberen de patiënt en familie zo goed mogelijk te begeleiden. We zien het intense verdriet. Soms zijn naasten boos omdat ze niet op bezoek kunnen komen wanneer het hun uitkomt.’’

Blij zijn ze met de ondersteuning die er is vanuit hun ziekenhuizen. Als ze willen, kunnen ze hun verhaal kwijt. Schoenmaker geeft als voorzitter van de Verpleegkundige Advies Raad haar ogen goed de kost. Als er iets is, loopt ze naar de Raad van Bestuur.

Hoop

Om als ze thuis is haar hoofd leeg te maken, gaat Schoenmaker vaak een stuk hardlopen. ,,Alle andere hobby’s buiten de deur, zoals zingen in het jongerenkoor, zijn afgelast. Mijn ouders bezoek ik heel weinig, uit angst het virus bij mij te dragen.’’ Velema geniet thuis van haar dochtertje en de wandelingen met haar en de hond.

Het is de waardering die ze krijgen en ook oprecht voelen, die ze op de been houdt. ,,Soms kijk ik naar het prikbord met allemaal lieve briefjes van dankbare patiënten en familie’’, zegt Velema. ,,Dan kan ik er weer even tegenaan.’’ Schoenmaker vertelt hoe blij ze werd van de kunstwerkjes die scholieren onlangs naar het ziekenhuis brachten. ,,We werken op het scherpst van de snede, als de brandweer die branden probeert te blussen. Ons vak doet er toe, dat zien meer mensen dan een jaar geleden.’’

De twee kijken uit naar het vaccin. Wat hun betreft staan ze vooraan in de rij. ,,Het is voor mij een teken van hoop’’, zegt Schoenmaker. ,,Ik kan hopelijk weer knuffelen zonder een gevaar voor anderen te zijn.’’ Velema knikt: ,,Het is de enige manier om terug te keren naar het normale. Ik kijk ernaar uit om mijn oma, die voor het eerst overgrootmoeder is geworden, weer een knuffel te geven!’’

Stemmen kan tot en met 14 januari via dit artikel.

Hier verzamelen we alle interviews.

Meer nieuws uit Leiden

Ombudsman

Ombudsmannen Durk Geertsma & Ed Brouwer springen in de bres voor de consument.