Winkeltje in, winkeltje uit is er niet meer bij. Hoe het laatste stukje Haarlemmerstraat langzaam uitstierf

„De gemeente en de winkeliersvereniging laten het hier gewoon doodbloeden”, volgens Wim Brouwer, eigenaar van modezaak Pull-over.
© Taco van der Eb
Leiden

Ooit was de Haarlemmerstraat een kilometer koopplezier, maar die tijd is voorbij. Op het laatste deel, tussen Pelikaanstraat en Haven, is nauwelijks nog een winkel te vinden. Van een stukje winkelstraat vol bedrijvigheid naar een zieltogend bestaan. „Zelfs de kerstverlichting wordt hier niet meer opgehangen.”

Voor het pand aan de Haarlemmerstraat 265 staat een rijtje zwarte elektrische fietsen met gifgroene velgen. Elke paar minuten komt er een jongen met mondkapje, zwarte jas, donkerblauwe helm en een grote vierkante rugzak uit het pand gelopen. Doos op de rug, sleutel in de fiets en gaan. ’Heb jij al gehoord van Gorillas?’ staat er op de ruit van de supermarkt-op-bestelling.

De Duitse startup is eind maart ingetrokken in het pand op de hoek van de Pelikaanstraat, waar voorheen Feestwinkel Bokstijn huisde. Ze gebruiken de ruimte als magazijn. De boodschappen van Gorillas kun je niet zelf ophalen, ze worden na bestelling in de app binnen tien minuten thuisbezorgd. Anno 2021 hoeft de consument niet meer naar de winkelstraat, de winkel komt naar hen. In het staartje van de Haarlemmerstraat is die ontwikkeling goed zichtbaar: de loop is eruit.

Tekst loopt door onder de kaart

Vraag een Leidenaar van boven de vijftig naar het laatste stukje Haarlemmerstraat en dikke kans dat deze zwembad De Overdekte en snackbar De Drie Vissers noemt. Een patatje na de zwemles was een vaste routine. Zeven dagen per week was er leven in het overdekte zwembad - een voormalige kerk. Van 1937 tot 1974 bood de voormalige Onze-Lieve-Vrouw Hemelvaartkerk - met de bijnaam ’Mon-Pèrekerk’ - onderdak aan de Leidse zwemmer en waterpoloër. Die liep daardoor - net als de ouders van de zwemleskinderen - geregeld door het laatste stukje Haarlemmerstraat en langs de aldaar aanwezige winkels.

Sushibar en makelaar

Van Brussel had er een florerende speelgoedwinkel, Van der Klugt een bedden-, kasten- en stoffeerzaak, modewinkels trokken flink wat klandizie en ook de slager, de bakker en de groenteboer dreven hun nering. De witgoedzaak van Swaak, de schoenmakerij van Voskuil - tegenwoordig slot- en sleutelspecialist - en een enkele horecagelegenheid maakten het tot een levendig stukje straat. Vanuit De Kooi en de Zeeheldenbuurt wandelde het publiek de stad in. Het laatste stukje Haarlemmerstraat was voor veel mensen juist het eerste stukje van de straat: de rode loper naar het centrum.

Van die loop is weinig tot niets meer over, zo merken de laatste winkeliers die er nog zitten, zoals kledingzaak Pull-over en Voskuil’s Kluizenhuis. Ook heeft het stukje straat al lang geen volledige winkelbestemming meer. Winkels hebben plaatsgemaakt voor horeca, dienstverlening en woonhuizen. De sushibar, grillroom, coffeeshop, Ak Al bakkerij, pizzeria en het Griekse restaurant worden geflankeerd door een makelaar, gastouderbureau, Chinees gezondheidscentrum, kledingmaker en short stay hotel. Naast Voskuil en Pull-over kan alleen Otto Vuur (open haarden en kachels) met recht een winkel worden genoemd. Andere panden zijn omgevormd tot woonhuis en kantoor. Voor de meeste etalages hangen vitrages, gordijnen of lamellen.

Loopvierkant

„De gemeente en de winkeliersvereniging laten het hier gewoon doodbloeden”, zegt Wim Brouwer, eigenaar van de Pull-over. „Ze willen het gewoon laten verpauperen en de straat inkorten. Wat natuurlijk heel zonde is.” Afgelopen winter hing er zelfs geen kerstverlichting meer in hun deel van de Haarlemmerstraat. „We hoorden er ineens niet meer bij”, zegt de moeder van Brouwer, die sinds ze met pensioen is, meehelpt in de winkel. Ze belde meteen met de gemeente om verhaal te halen. Brouwer: „En wat zeggen ze dan? Dat is omdat er geen winkels meer zijn. Dit deel is woongebied. Dat is toch gewoon triest? Zit je hier met je winkel. Al 31 jaar.”

Tekst loopt door onder de foto

De boodschappen van Gorillas kun je niet zelf ophalen, ze worden na bestelling in de app binnen tien minuten thuisbezorgd.
© Taco van der Eb

De ondernemers in de straat betalen wel aan de feestverlichting mee. Die is doorberekend in hun onroerendezaakbelastingen (ozb). „Wel de lasten, niet de lusten”, vat Marco de Ridder van slot- en sleutelspecialist Voskuil het samen. Hij heeft nog zo’n voorbeeld: „Vroeger kwam Sinterklaas nog aan in de Haven en liep hij hier de stad in. Nu komt hij aan de andere kant aan, bij de Blauwpoortsbrug en slaat hij halverwege de Haarlemmerstraat af richting de Aalmarkt.”

Sinterklaas rijdt op zijn paard het rondje dat het winkelend publiek ook moet gaan lopen als het aan de gemeente en centrummanagement ligt. Al sinds de jaren negentig is het stadsbestuur bezig met het zogeheten Aalmarktproject, dat in 2017 is afgerond. Het winkelend publiek moest van de Haarlemmerstraat naar de overkant van het water worden gelokt. De kilometerlange winkelstraat was niet langer houdbaar. „Het winkelend publiek loopt liever een rondje dan over een langgerekte winkelstraat”, tikte het Leidsch Dagblad in 2001 op uit de mond van Ron Hillebrand, van 2000 tot 2006 wethouder (PvdA) in het Leidse stadsbestuur. Hillebrand hield er rekening mee dat het Aalmarktproject ten koste zou kunnen gaan van de omzet van winkels aan de Haarlemmerstraat. „Verschuivingen van de koopstromen zijn onvermijdelijk. Met het Aalmarktproject komt immers een loopvierkant tot stand met trekkers op de hoeken.”

De moderne winkelaar wil een rondje lopen, ook huidig wethouder economie en inkomen Yvonne van Delft (GroenLinks) zegt het. „Dat zien we uit koopstromenonderzoek. Steden met een winkelronde draaien beter dan steden waar je een keer door de winkelstraat loopt en weer terug.” Mensen hebben geen behoefte meer aan winkeltje in, winkeltje uit. „Het winkelen an sich is voor een deel uitgehold door alle online aankopen.” Beleidsmedewerker economie van de gemeente Elles Dietz vult aan: „Een bezoekje aan een historische binnenstad als Leiden is veel meer een beleving geworden. Dat heeft ervoor gezorgd dat mensen graag verschillende omgevingen tegenkomen. Die stroom moet je ook een beetje sturen.”

Taart

Centrummanager Gijs Holla ziet de Haarlemmerstraat en de Breestaat als de taart, het gebied daartussen is de kers. „Je hebt een basisstructuur met daartussen het onderscheidende karakter. De taart is belangrijk, maar ik verwacht dat de kers nog belangrijker gaat worden”, aldus Holla. „De Leidse binnenstad is langgerekt. Vroeger was dat een unique selling point, de kilometer koopplezier. Maar zo zit de consument niet meer in elkaar. Die wil verrast worden.”

Of het beleid van de gemeente en centrummanagement en het Aalmarktproject ervoor heeft gezorgd dat het laatste stukje Haarlemmerstraat is afgestorven? Erwin Roodhart, centrummanager van 2011 tot 2019, wil er niets van hebben. „We hebben destijds onderzoek gedaan naar consumentengedrag. Hoe verder je in de Haarlemmerstraat kwam, hoe meer mensen omdraaiden. We zijn gaan kijken: waar gaan ze dan heen? Daar zijn we op gaan inspelen”, aldus Roodhart, die momenteel directeur is van belangenbehartiger Ondernemend Leiden. „De focus ligt op sterker maken wat sterk is.”

Compacter

Wethouder Van Delft ziet het liefste een kleiner en compacter winkelcentrum. „Winkels mogen gewoon in het laatste deel van de Haarlemmerstraat blijven zitten, dat is geen probleem. Maar we proberen ze wel te verleiden om dichter naar elkaar toe te trekken.” Bij centrummanagement is een vestigingsmanager aangesteld om dat te overzien. „Voor het deel Haarlemmerstraat tussen de Hooglandse Kerksteeg en de Pelikaanstraat hebben we veel moeite gedaan om daar juist winkels naartoe te trekken. Als je als consument drie, vier winkels ziet leegstaan, denk je: oh, het houdt hier op. En dan draai je om.”

Yvonne van Delft: ,,Als je als consument drie, vier winkels ziet leegstaan, denk je: oh, het houdt hier op. En dan draai je om.”
© Taco van der Eb

Daarom proberen gemeente en centrummanagement ondernemers op minder goede plekken te verleiden om te verhuizen. Ook Wim Brouwer van Pull-over herinnert zich nog dat toenmalig centrummanager Erwin Roodhart hem een pand aanbood in het Aalmarktrondje. „Dat vond ik gewoon veel te duur. Ik zei: misschien als je meehelpt, financieel.”

Martin van der Klugt vertrok wel, net als Gertjan Palm met zijn elektronicazaak Swaak. Van der Klugt & Zn (sinds 1901) werd omgedoopt in De Droomfabriek op de Hoge Rijndijk bij de Leiderdorpsebrug. Swaak verhuisde zo’n honderd meter verderop, in een pand aan de Pelikaanstraat. Ruimtegebrek was voor hen de belangrijkste reden voor de verhuizing.

Uiteindelijk is dat een keuze van de ondernemer zelf, benadrukt Van Delft. „In het deel tussen de Pelikaanstraat en de Haven, als mensen daar vragen om van de winkel daar woningen maken, zullen we daaraan meewerken.” Voormalig centrummanager Roodhart: „Sommige ondernemers hebben er wel voor gekozen om te verhuizen, andere zeggen: nee, ik heb hier een goede prijs. Maar is het daarmee nog een winkelstraat of onderdeel van de winkelstraat? Nee, dat niet.”

Leeg

Makelaar Rick Rijnbeek opende in 2011 juist zijn kantoor in een pand waar daarvoor alleen maar gewoond werd. De ruimte achter de grote ruiten stond leeg. „Tot die tijd zaten de lamellen dicht. Nou is het in ieder geval gewoon weer open en gebeurt er weer wat.” Rijnbeek snapt heel goed dat de winkelbestemming is losgelaten. „Het is losstaand stuk. Dat je hier mag gaan wonen, is voor veel panden een uitkomst geweest. Winkels krijg je hier nooit meer terug. Voskuil heeft een functie. Daar rijden mensen specifiek naartoe, maar de gedachte dat mensen hier ooit nog een impulsaankoop doen, is natuurlijk kansloos. Uiteindelijk is het natuurlijk heel simpel. Alles wat voorbij de Hema zit, is een beetje een sterfhuisconstructie. De gemeente heeft nota bene zelf het rondje met de Aalmarkt gemaakt. Ze hebben eigenlijk gezegd: joh, alles wat aan die kant is: succes ermee, maar dat is niet ons rondje.”

Bijzonder

De makelaar zit in een heel andere positie ten opzichte van de reguliere winkeliers, maar kan hun redeneringen volgen. „Ik heb daar geen last van, maar het is wel bijzonder als jij daar altijd al gezeten hebt als ondernemer. Dat bepaald wordt dat zo’n hele lange straat niet meer van deze tijd is en dat mensen liever een rondje lopen. Winkelend publiek op een bepaald punt rechtsaf sturen, heeft tot gevolg dat je als winkelier - als jij daar voorbij zit - door beleid van gemeente in de basis een probleem zou kunnen krijgen.’’

Rick Rijnbeek: ,,De gedachte dat mensen hier ooit nog een impulsaankoop doen, is natuurlijk kansloos.”
© Taco van der Eb

Wat mis gaat, gaat in stapjes, denkt Martin van der Klugt. Stukje bij beetje is het teruggelopen. Leegstand in het stuk tussen Hooglandse Kerkgracht en Pelikaanstraat, maakt dat het laatste stuk steeds verder in de vergetelheid raakte, omdat vrijwel niemand meer verder liep. „Ons stukje binnen de winkeliersvereniging hoorde er al niet meer echt bij. Tenminste: je hoort erbij maar toch niet. In de bestrating en verlichting werden we nog meegenomen, maar ook dat laatste is er niet meer.”

Vraagtekens

Hij zet zijn vraagtekens bij het Aalmarktproject en de uitwerking daarvan op de Haarlemmerstraat ten oosten van de Hooglandse Kerkgracht. „Als ik zie welke aantrekkingskracht de Catharinasteeg niet heeft, denk ik niet dat er veel veranderd is in de loop.”

Zijn pand is inmiddels verbouwd tot woningen boven en short stay appartementen genaamd Downtown Leiden onderin. Ook het pand van Swaak, dat om de hoek naar de Pelikaanstraat verhuisde, aan de overkant is woonhuis geworden. Van der Klugt: „Je kunt wel eeuwig blijven zitten daar en hopen dat het beter wordt, maar dat het kleiner moet snap ik wel. Ik had de straat alleen anders ingericht dan op deze manier met eettentjes en gekke bedrijvigheid. Studentenwoningen en een sushibar is het ook niet. Ik had veel meer op woningen ingezet en een mooi straatje gemaakt. Wat wij en Swaak hebben gedaan, is het beste wat je kunt doen. Iets moois doen met panden is wat meer van deze tijd. Wij zijn klaar voor de toekomst daar.”

Tekst loopt door onder de foto

Marco de Ridder: ,,Vroeger wandelden de mensen rustig. Nu moet alles snel.”
© Taco van der Eb

Marco de Ridder, Voskuil’s Kluizenhuis (Haarlemmerstraat 283-287)

,,Er is hier een hoop veranderd in de veertig jaar dat ik hier zit. Vroeger wandelden de mensen rustig. Nu moet alles snel. We hebben het niet meer van de loop nodig, maar die passant mis je. Die lopen niet meer langs voor impulsaankoop.

De koopavonden waren gezellig. Collega’s kwamen na werk langs. Het was hier gewoon een kroeg af en toe. Elke avond was het bal. Dat is allemaal voorbij.

Ik heb ook wel eens zitten denken: ik ga weg, maar waar moet je heen? Het grootwinkelbedrijf is hartstikke welkom in Leiden, maar de kleine ondernemer niet. Er is niet veel contact met het centrummanagement. Af en toe krijg je een mailtje. Er gebeurt voor ons niks.

Ik wil nog een paar jaar mee. Geen idee wat er met de zaak gebeurt als ik ermee stop. In deze tijd is het bijna niet meer doen. Je denkt wel drie keer na voor je een winkel begint. De echte handel is over, het is nog puur vakmanschap waar we hier voor zitten.’’

Tekst loopt door onder de foto

Martin van der Klugt: ,,Iedereen kende Van der Klugt, maar wist niet waar het zat.”
© Taco van der Eb

Martin en Sabine van der Klugt (voorheen Haarlemmerstraat 256-258)

,,De belangrijkste reden voor ons om weg te gaan uit de Haarlemmerstraat was volume. Tegenwoordig verlangen de grote merken dat je meerdere modellen hebt staan. De zichtlocatie was een tweede. Iedereen rijdt langs de Hoge Rijndijk, waar we nu zitten. En als je bij de Leiderdorpsebrug staat te wachten, onthou je ons. Op de Haarlemmerstraat moesten we reclame maken. Iedereen kende Van der Klugt, maar wist niet waar het zat. Impulsief kom je er niet snel. Je fietst er doorheen of komt lopend van de Haven, meer niet. Voordat de Pelikaanstraat er doorheen werd geslagen nog wel, maar daarna staken mensen daar niet meer over.

Het begon eigenlijk bij de sluiting van De Overdekte. De Bijenkorf wilde er bouwen, maar de toenmalige gemeenteraad wilde er woningen neerzetten. Dat is een enorme fout geweest. Fataal zelfs, want wie wil er nou geen trekker als Bijenkorf in de stad te hebben? Het was voor ons niet verkeerd geweest. Vanaf dat moment is het gaan verarmen.’’

Tekst loopt door onder de foto

Wim Brouwer: ,,Online is echt heel moeilijk, dan heb je gewoon twee winkels eigenlijk.”
© Taco van der Eb

Wim Brouwer, modezaak Pull-over (Haarlemmerstraat 275-277)

,,Onze doelgroep is tussen de 25 jaar tot oneindig eigenlijk. We kopen breed in, echt alle maten. Van klein tot heel groot. En elke maand zitten er weer nieuwe items tussen. Elke maand. Dus dat wel. Ondanks dat je hier zit.

Vroeger verkocht ik vooral veel lamswollen truien. De stijl was Benetton en het kwam rechtstreeks uit Italië. Iedereen kwam hier voor die truien. Ik denk dat ik er in één winter wel 1200 heb verkocht. Ik had ze met ronde hals, v-hals, col, korte mouwen. Die tijden komen niet meer terug.

Een kledingzaak is echt heel hard werken. Je bent 24 uur per dag bezig, eigenlijk is het ook een soort hobby. Je moet je kunnen onderscheiden van andere winkels. Toen we niet open mochten, zijn we begonnen met de verkoop via Facebook. Dat zorgt natuurlijk voor minimale omzet. Online is echt heel moeilijk, dan heb je gewoon twee winkels eigenlijk. Het is misschien ouderwets, maar ik vind: kleding en schoenen moet je gewoon echt zien en passen.”

Tekst loopt door onder de foto

Rick Rijnbeek: ,,Ik ben niet echt zichtbaar, er komt geen autoverkeer langs, maar veel mensen weten na twaalf jaar wel waar je zit.”
© Taco van der Eb

Rick Rijnbeek, makelaardij Hypodomus (Haarlemmerstraat 268)

,,Een belegger voor wie ik al heel lang de verhuur deed, kocht ooit een portefeuille met een aantal panden in Leiden. Daar zat dit pand ook bij. De voordeur was de entree naar de achtergelegen appartementen.

Toen ik voor mezelf wilde beginnen, zei die man: joh, maar waarom ga je daar niet zitten. Dat pand op de Haarlemmerstraat staat leeg. Maak dat netjes en je kan daar lekker gaan zitten. En zo ben ik toen hier ingekomen.

Ik ben niet echt zichtbaar, er komt geen autoverkeer langs, maar veel mensen weten na twaalf jaar wel waar je zit. En dit is natuurlijk vanuit de Zijlpoort een route die mensen naar de stad nemen. Het ligt vooral heel centraal, dat is voor mij makkelijk.’’

Tekst loopt door onder de foto

Gertjan Palm: ,,Vijf winkels in een straal van vijf kilometer is natuurlijk niet meer van deze tijd.”
© Taco van der Eb

Gertjan Palm, EP Swaak (voorheen Haarlemmerstraat 250-254)

Swaak vertrok uit de Haarlemmerstraat en vestigde zich om de hoek, op de Pelikaanstraat. Eigenaar Gertjan Palm: ,,We hadden winkels in Leiderdorp en Oegstgeest en op de Haarlemmer zat een tv-, een witgoed- en een onderdelenwinkel. Vijf winkels in een straal van vijf kilometer is natuurlijk niet meer van deze tijd. Je kon op de Haarlemmerstraat ook niet met de auto voorrijden om te laden en lossen en dat is natuurlijk heel onhandig voor een winkelier.

Dingen veranderen in het leven. Als je blijft hangen in het vroeger, dan ga je het niet redden. En als je het niet kan oplossen, moet je gewoon bij de Albert Heijn gaan werken. Je moet zelf creatief zijn. Verhuizen is de redding geweest voor Swaak.

We zitten nu goed in de Pelikaanstraat. Je merkt dat mensen het toch wel fijn vinden om lokaal te kopen, dat ze gewoon de telefoon kunnen pakken en antwoord krijgen en als iets niet goed is, zodat wij het oplossen voor de mensen.’’

Dit artikel is de tweede van een serie reportages over de Haarlemmerstraat en kwam tot stand met financiële steun van het Leids Mediafonds.

Lees ook: Corona leidt vooralsnog niet tot meer winkelleegstand: ’Een monumentale stad als Leiden zal zijn aantrekkingskracht altijd behouden’

Meer nieuws uit Leiden

Ombudsman

Ombudsmannen Durk Geertsma & Ed Brouwer springen in de bres voor de consument.