’Als ik de hele dag getraind heb, hoef ik ook niet nog eens de hele avond over roeien te praten’

Karolien Florijn.
© Archieffoto

Verschillende regionale sporters hopen deze zomer in Tokio hun opwachting op de Olympische Spelen te maken. Het Leidsch Dagblad volgt onder andere roeister Karolien Florijn tijdens haar voorbereiding.

We hebben onze Europese titel met de vier-zonder in Varese uiteraard niet uitgebreid kunnen vieren. We hebben gezellig met elkaar gegeten in het hotel en meer niet. Het zou ook raar zijn geweest om ons buiten de bubbel te begeven voor een feestje. We moeten voorzichtig blijven, niet alleen voor onszelf maar ook voor de andere roeiers.

De volgende ochtend moesten we trouwens in alle vroegte onze spullen pakken om ons op te maken voor een autorit van dertien uur naar Nederland. De eerste dagen na zo’n groot toernooi zijn altijd een beetje gek. De wedstrijden waar je naar hebt toegeleefd zijn dan opeens voorbij. Maar het is niet zo dat we dan een tijdje helemaal niets doen. De eerste dagen fiets je een beetje uit maar daarna gaat de trainingsintensiteit weer snel omhoog. Over vijf weken wacht weer een World Cup-wedstrijd, het volgende doel op weg naar Tokio.

Hoeveel trainingsuren ik per week precies maak is lastig te zeggen. Ik denk toch wel zo’n 25 à 30 uur. Vaak ben je voor en na een training ook nog bezig met rekoefeningen. Toch probeer ik ook tijd voor andere zaken vrij te maken. Als ik de hele dag getraind heb, hoef ik ook niet nog eens de hele avond over roeien te praten.

Ik heb mij van de week ingeschreven voor een studie rechten. Dat begint op 1 september. Ik probeer er al een beetje over te lezen, zodat ik weet waaraan ik begin. Het is niet zo dat ik nu al weet welke richting ik op zou willen. Strafrecht lijkt mij interessant, maar je kunt met deze studie heel veel kanten op. Overal heb je te maken met recht. Ook in de sport en misschien trekt mij dat ook wel.

Dit jaar ben ik bezig geweest om beter te worden in Frans. Mijn vriend, hij is ook roeier, komt uit Frankrijk. Meestal praten we Engels maar soms aan de telefoon probeer ik het in het Frans. Dat gaat best aardig maar Fransen blijven koppig. Dan zit ik mijn best te doen en dan gaat hij expres heel snel praten. Aan de andere kant probeert hij soms ook Nederlands te praten. ’Hoe is het mevrouw?’, vraagt ’ie dan. Dat is dan wel weer lief.

Meer nieuws uit Sport Regionaal

Ombudsman

Ombudsmannen Durk Geertsma & Ed Brouwer springen in de bres voor de consument.