Boek over bijzondere ontdekkingen middeleeuws Oegstgeest: ’De botten lagen in stervorm’

Botten gevonden in stervorm
© Universiteit Leiden
OEGSTGEEST

Vijf jaar lang ploeterden Leidse studenten en wetenschappers in Oegstgeest om een van de best bewaarde dorpen uit de vroege middeleeuwen op te graven. De opgraving van het tussen 550 en 725 bewoonde dorp duurde tot 2014, maar aan de universiteit worden de vondsten nog altijd onderzocht. Deze week verscheen een boek over de ontdekkingen die tot nu toe zijn gedaan.

De vroege middeleeuwen - de periode tussen de vijfde en de tiende eeuw - kampen met flinke imagoschade en worden vaak aangeduid als een ‘donkere’ of ‘duistere’ periode. Onterecht, vindt emeritus-hoogleraar Corrie Bakels, één van de schrijvers van het boek en nauw betrokken bij de opgravingen. „Dit dorp, dat bestond uit ongeveer zes huizen, dreef ongelooflijk veel internationale handel. De bewoners hadden contacten tot aan de Middellandse Zee. Het beeld dat iedereen in de vroege middeleeuwen arm was en in z’n hutje bleef, klopt niet.”

Zo vond Bakels pitten van vijgen die uit het Middellandse Zeegebied afkomstig zijn. „Ook in de middeleeuwen hielden ze van lekker zoet. Die vruchten gebruikten ze als een soort suiker.” Duitsland stond bekend om z’n goede wijn: er werden grote houten tonnen gevonden waarin de wijn met schepen naar Nederland werd vervoerd. Hierdoor ontdekten de wetenschappers ook dat de dorpsbewoners echte recyclers waren. „Die tonnen gebruikten ze weer om waterputten mee te bouwen. Ook hebben we onderdelen van schepen in de waterputten teruggevonden.”

Door een aantal opgegraven skeletten te onderzoeken, werd bovendien ontdekt dat niet alle dorpenaren oorspronkelijk uit Nederland kwamen. Bakels: „Met een vrij nieuwe techniek kun je aan het tandglazuur zien waar mensen zijn opgegroeid, doordat je kan zien of iemand een typisch regionaal dieet heeft gegeten. Zo bleek dat één kind in Engeland was opgegroeid en een ander persoon in Duitsland. Ook daaraan zie je weer: de wereld was toen al veel groter dan wij dachten.”

Puzzel

Bakels is blij dat verschillende generaties archeologiestudenten hebben kunnen bijdragen aan de opgraving en het daaropvolgende onderzoek. In het boek zijn dan vele scripties en proefschriften verwerkt. „Dat is toch de perfecte combinatie tussen studeren en veldwerk? Ontzettend leerzaam. Bovendien hebben wij de studenten ook écht nodig. Archeologisch onderzoek is als een grote puzzel die je moet oplossen.”

Promovenda Mette Langbroek was in haar eerste studiejaar betrokken bij de opgravingen en onderzoekt nu kralen die in de graven van de middeleeuwse Oegstgeestenaren zijn gevonden. „Kralen hadden tijdens de vroege middeleeuwen een belangrijke betekenis en je vindt ze veel terug in graven. Opvallend is dat ze overal vandaan komen. Je vindt in heel Europa precies dezelfde kralen terug. Ik probeer te onderzoeken hoe dat kan. Wat was bijvoorbeeld precies de rol van handelaren hierin?”

Middeleeuwse kralen
© Mette Langbroek

Luxe

De reden dat internationale handel in het middeleeuwse Oegstgeest zo goed mogelijk was - de gunstige ligging aan de Oude Rijn - maakte het leven in het dorp er tegelijkertijd niet makkelijker op. Bakels: „Er was bij vloed een enorme wateroverlast. Dat zie je aan bouwwerken zoals dammen en bruggen. Waarschijnlijk is wateroverlast ook één van de redenen geweest dat de bewoners uiteindelijk zijn vertrokken.”

Hoewel het een boerendorp was, blijkt uit de vondsten ook dat de bewoners niet op een houtje hoefden te bijten. Dat zie je bijvoorbeeld aan de luxueuze zilveren schaal die in 2014 werd opgegraven. „Hij is versierd met bladgouden fabelwezens en edelstenen die waarschijnlijk uit India komen. Daardoor zou je denken dat hij van iemand van adel was, maar dat is niet het geval. Gewone burgers bezaten dus dit soort dure spullen.”

Zwaardgevechten

Naast alle informatie over de internationale handel van de middeleeuwers, zijn er ook andere verrassende ontdekkingen gedaan. „De skeletten die we hebben gevonden, laten zien dat de mensen helemaal niet klein waren. De mannen waren gemiddeld 1,78 en de vrouwen 1,69. Wel zijn ze vrij jong doodgegaan. De mannen hadden vaak sporen van zwaardgevechten op hun lichaam.”

Tot slot werd er nog een mysterieuze ontdekking gedaan. „We vonden mensenbotten die in een stervorm waren neergelegd, maar de botten zijn niet van de skeletten die we hebben opgegraven. We hebben nog geen idee van wie wel.”

Meer nieuws uit Leiden

Ombudsman

Ombudsmannen Durk Geertsma & Ed Brouwer springen in de bres voor de consument.