Ed de Vogel, orchideeënkenner met een brede blik, op 78-jarige leeftijd overleden

Ed de Vogel in Papua Nieuw Guinea in 2003.

Ed de Vogel in Papua Nieuw Guinea in 2003.© foto Wolfgang Bandisch

Paul van der Kooij
Oegstgeest

De woensdag op 78-jarige leeftijd overleden Ed de Vogel was een wereldautoriteit op het gebied van orchideeën, zeker van de exemplaren die in Zuid-Oost Azië groeien of groeiden.

Tegelijk was hij iemand die, met zijn enorme gedrevenheid, jongere generaties wist te inspireren. De Oegstgeestenaar deed dat niet alleen in Nederland, maar ook in landen als zijn geliefde Indonesië. Hij ging daar regelmatig op expeditie - vooral in de jaren ’80 en ’90 van de vorige eeuw - en hielp daar tevens om botanische tuinen op te zetten, vertelt Barbara Gravendeel, orchidoloog bij Naturalis en jarenlang collega van De Vogel.

Het opzetten van die tuinen had iets praktisch, weet Pieter Baas die in de jaren ’60 met De Vogel biologie studeerde aan de Leidse universiteit. „Orchideeën kun je namelijk alleen goed bestuderen wanneer ze nog in leven zijn.” Maar er zat meer achter, merkte Gravendeel. „Hij wilde de natuur beschermen waar het maar kon. Zo wilde hij voorkomen dat daar zou gebeuren wat wij in Nederland hebben gedaan: het laatste oerbos kappen, in ons geval het Beekbergenwoud bij Apeldoorn.”

Volgens haar werkte het ook. „En dat kwam mede dankzij de mensen die hij enthousiast had gemaakt voor het vak. Want dat heeft hij echt gebracht naar landen waar nu nog de meeste diversiteit in planten is. En dat is een hele mooie ontwikkeling geweest. Je merkt nu ook op Facebook en Instagram hoe zijn dood de mensen daar raakt.”

Hortus Botanicus

Ook Leiden profiteerde mee, zegt Baas. „De collectie orchideeën in De Hortus Botanicus is, al is ze deels niet toegankelijk voor het publiek, van wereldniveau.” En daar was De Vogel voor een flink deel verantwoordelijk voor, onderstreept Gravendeel. „Van de 6.000 exemplaren bracht hij minstens een derde in.”

In 2004 ging De Vogel vervroegd met pensioen. Het betekende allerminst dat hij achterover ging leunen. „Zo mocht hij, terwijl het voor veel collega’s steeds lastiger werd om expedities te ondernemen, dat toch blijven doen”, aldus Baas. „Ook omdat hij zeer nauw samenwerkte met collega’s ter plaatse.”

En in de Hortus kreeg hij een werkkamer waar hij, tussen expedities naar het nog grotendeels onontdekte Papua Nieuw Guinea door, verder ging met het beschrijven van zijn eigen vondsten. „Hij had zoveel verzameld dat hij daar ook na zijn pensioen heel druk mee bleef”, vertelt Gravendeel. „Je moet ook rekenen dat een plantje dat je hebt meegenomen, niet bloeit. Om te zien of het een nieuwe soort betreft, moet je dus eerst wachten tot het gaat bloeien. Dat kan jaren duren.”

Vervolgens haalde hij een bloempje eraf en zette dat op sterk water. Leerde een vergelijking dat het een bestaande soort was, dan kon het bij zijn 12.000 orchideeën en andere planten tellende verzameling in de Naturalis-torens. Bleek hij een nieuwe soort te hebben ontdekt, dan kwam daar van alles bij. Van tekenen en fotograferen tot DNA afnemen en beschrijven. Hij bleef dat doen tot zijn slopende ziekte, kanker, dat enkele maanden geleden onmogelijk maakte.

300 soorten

Uiteindelijk heeft hij 300 soorten ontdekt, wat volgens Gravendeel ’uitzonderlijk veel’ is. „Hij was bijzonder productief. Bij veldwerk, waar hij echt oog had voor de vaak kleine orchideeën op bomen, maar ook bij het beschrijven van zijn vondsten en het meewerken aan boeken, cd roms en de website www.orchidsnewguinea.com.”

Vroeg je De Vogel waarom hij deed wat hij deed, dan kon hij zeggen dat hij wilde begrijpen ’hoe de evolutie in elkaar steekt’. Ook omdat het de grootste plantenfamilie ter wereld betreft, zou hij met iedere nieuwe orchidee een stukje van de puzzel oplossen.

Gravendeel, die hem op enkele expedities meemaakte, merkte dat hij het veldwerk ’echt mooi’ vond. „Op borrels kon hij ook prachtig vertellen hoe hij altijd klaar was om op het vliegtuig te stappen voor een volgende ontdekkingsreis. Dan liet hij bijvoorbeeld zien wat hij in de vakjes van zijn groene bodywarmer had zitten. Van een snoeischaar en labeltjes waarop hij aangaf waar een plant was gevonden tot raffia touw waaraan hij de vondsten in het oerwoud kon ophangen. Hij was een van de laatste grote ontdekkingsreizigers.”

De Vogel laat twee dochters na.

Meer nieuws uit Leiden

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.