Na de tweede prik begint het paradijs toch niet | column

Iris Koppe.

Iris Koppe.

Iris Koppe

Ik vierde gister mijn ’bevrijdingsdag’. Het was op de kop af twee weken geleden dat ik mijn tweede prik had ’gehaald’ - zoals het wordt gezegd. Net zoals je even wat kaas op de markt gaat halen, ga je een prik halen. Of niet natuurlijk, maar dan vier je ook geen bevrijdingsdag.

Ik keek al erg lang uit naar dit moment, waarop - voor mijn gevoel dan - alles weer zou mogen. Vrienden en familie knuffelen, naar dansfeesten, op de bonnefooi reizen en met de hele camping tongen (oh nee, dat laatste mag nog steeds niet. Althans, van de man op het matje naast me in de tent).

Hoewel ik het eigenlijk vaag wel wist, maar onbewust waarschijnlijk heb geblokt, vervallen de basisregels niet als je volledig gevaccineerd bent. Afstand houden moet nog steeds. Je kunt de boel nog steeds doorgeven en sowieso is er nog veel onzeker. Misschien naïef hoe ik naar mijn eigen bevrijdingsdag had toegeleefd, met telkens weer die zin ’als ik straks ben ingeënt, dan …’ De lijst van in te vullen woorden is hier vrij lang. Het feest zou in ieder geval beginnen en ik zou me continu in een euforische staat van zijn bevinden. Maar ook na een tweede prik moet je nog gewoon afwassen, luiers verschonen, andermans haar uit het doucheputje vissen en een conflict met de buurman oplossen. Knuffelen met jan en alleman kun je graag willen, maar jan en alleman moet ook maar net zin in jou hebben.

Dat het paradijs niet na de tweede prik begint werd me ook duidelijk toen ik arts en moleculair bioloog Eric Topol onlangs op Twitter las. Volgens hem dreigt de Deltavariant de logica van groepsimmuniteit om te draaien. Zou een goed gevaccineerde bevolking eerst de ongevaccineerde minderheid beschermen, inmiddels bedreigt die kleine groep de bescherming van de menigte. En ja, dat betekent dat we nog steeds zullen moeten zoeken naar een manier om met een permanent aanwezig ’endemisch’ virus te leven, waarbij mensen ziek zullen blijven worden. Onbeantwoorde vragen zijn er nog volop. Hoeveel gevaccineerden raken toch besmet en op welke manier? Hoe zit het met de varianten en de duur van de immuniteit? Over de tweedeling in de maatschappij heb ik het nu maar even niet.

Mijn bevrijdingsdag werd er een van vertwijfeling. Net als andere met een dubbele prik in de mik voelen de basisregels totaal niet meer urgent en vind ik ze lastiger te harden. Gelukkig ontwaar ik een nieuwe trend betreffende deze geboden. Zo las ik ’raak mij alsjeblieft niet aan! Dit om verspreiding tegen te gaan. Groeten, de trapleuning’ in het gebouw van een van mijn werkgevers. En: ’betreed mij liever niet met meer dan twee personen,’ aldus het wc-blok in een groot winkelcentrum. Het zijn niet meer andere mensen, de overheid of het RIVM die ons richtlijnen geven, het zijn de spullen zélf die het ons vragen. Eveneens gezien: ’sorry wij vinden het ook niet leuk, maar wij stoelen houden hier anderhalve meter afstand.’ Goed bezig daar, die houten zitjes in het theater.

Eerlijk is eerlijk, ik vind het sympathieker, en geestiger, als een ding mij iets oplegt. Dat is op de een of andere manier beter te pruimen dan als ik weer naar een mens moet luisteren. Hopelijk zet deze trend door.

Meer nieuws uit Opinie-Column

Net Binnen

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.