Van tuindersdochter naar museumdirecteur: Tanja Elstgeest pleit voor meerstemmigheid in Museum De Lakenhal

Tanja Elstgeest: ,,Musea waren op een bepaald moment te veel bezig met bezoekerscijfers.’’

Tanja Elstgeest: ,,Musea waren op een bepaald moment te veel bezig met bezoekerscijfers.’’© Foto Hielco Kuipers

Theo de With
Leiden

Van tuindersdochter naar museumdirecteur. Als het zo geformuleerd wordt, heeft Tanja Elstgeest (48) een indrukwekkende weg afgelegd. Ze heeft de afgelopen 25 jaar heel veel voetstappen in de culturele sector achtergelaten, voordat ze deze zomer directeur werd van Museum De Lakenhal in Leiden.

Sinds 1 juli is Tanja Elstgeest als directeur van De Lakenhal de opvolger van Meta Knol. Leiden is geen vreemde stad voor haar. Ze zat hier op de middelbare school en werkte voor theatergezelschap De Veenfabriek.

Toch moet ze weer even haar draai in Leiden zien te vinden. De afgelopen twaalf jaar werkte ze in Rotterdam. waar ze ook woont. ,,Voorlopig blijf ik daar wonen. Mijn kinderen zitten er op de middelbare school. Dit is geen handig moment om te verhuizen. Mijn man heeft een restaurant in Roelofarendsveen. We zijn het dus wel gewend om op onregelmatige tijden heen en weer te rijden.’’

Roelofarendsveen is het ook het dorp waar Tanja Elstgeest opgroeide in een tuindersgezin. ,,Ik heb al vroeg leren aanpakken. Op mijn dertiende had ik mijn eerste baantje in de tuinbouw, bloemen snijden in de kas en langs de deuren om geraniums te verkopen. Later ging ik bij de bakker werken, eerst bij ons op het dorp en daarna in Leiden.’’

Heen en weer fietsen naar Leiden was als tiener dagelijkse kost voor haar. Tanja zat er op het Bonaventura College. ,,Ik weet nog wel dat het eerste jaar een cultuurshock was. Zo’n dorpsmeisje dat in de grote stad haar weg moet vinden.’’

Wereldvreemd

Toch was de familie Elstgeest bepaald niet wereldvreemd. ,,Mijn moeder organiseerde theater in het dorp en was actief bij de bibliotheek en in de kinderopvang. Paul Koek, de bekende muzikant en theatermaker, is haar broer en dus mijn oom. Al jong ging ik mee naar voorstellingen van toneelgroep Hollandia, die vaak op allerlei gekke plekken speelde. Op dat moment begreep ik misschien niet alles wat ik zag, maar het heeft me wel gevormd.’’

Ze begon aan een theateropleiding in Amsterdam met de ambitie zelf op het podium te staan. ,,Dat bleek het toch niet te zijn voor mij. Je moet als acteur bereid zijn om je elke avond volledig te geven aan het publiek. Ik ben één keer op tournee geweest met Hollandia en vond het een eenzaam bestaan.’’

Daarom stapte ze over naar de studie kunstgeschiedenis en daar was ze wel op haar plek. ,,Het is fascinerend om de wereld te zien door de ogen van kunstenaars. Met toewijding en vakmanschap snijden zij onderwerpen aan op het gebied van geschiedenis, politiek of maatschappij.’’

De hedendaagse beeldende kunst kreeg Tanja Elstgeest in haar greep en als curator stelde ze exposities samen in onder meer de Vleeshal in Middelburg en Witte de With (nu Kunstinstituut Melly) in Rotterdam. Dat waren ook toen al plekken waar het experiment bepaald niet geschuwd werd.

Midden-Oosten

,,Ik heb daar enorm veel geleerd’’, zegt ze over die jaren. ,,Bij Witte de With wilden ze in die tijd een brug slaan tussen westerse kunst en kunst uit het Midden-Oosten. Ik kwam erachter dat er heel veel is dat ik niet weet. Tijdens mijn opleiding was mij geleerd met westerse ogen naar kunst te kijken. Het publiek begreep onze vooruitstrevende tentoonstellingen niet altijd. Toen ben ik mij er bewust van geworden dat je het publiek dus niet moet vergeten.’’

Ze ging proberen dat in de praktijk te brengen bij de Veenfabriek, het gezelschap dat oom Paul Koek net had opgericht in Leiden. De ambitie was om theater, muziek en beeldende kunst met elkaar te laten versmelten. ,,Ik was verantwoordelijk voor de beeldende kunst, maar dat sneeuwde toch een beetje onder bij het muziektheatergezelschap dat de Veenfabriek is. Er kwam ook nog een samenwerkingsverband met De Lakenhal en de Universiteit Leiden, maar het leren spreken van dezelfde taal duurde ook daar wel even.’’

Bij Productiehuis Rotterdam was Elstgeest beter op haar plek. De afgelopen twaalf jaar hielp ze jong theatertalent op weg. ,,Rotterdam is een heel gemengde stad. Dat zag ik niet terug in het theateraanbod. Daar heb ik geprobeerd verandering in te brengen. Inmiddels ontstaat er gelukkig meer diversiteit voor én achter de schermen. Dat is natuurlijk niet alleen mijn verdienste, maar ook het gevolg van de veranderende samenleving.’’

Meerstemmigheid

Ook als directeur van De Lakenhal wil ze oog hebben voor de diversiteit in de maatschappij. Meerstemmigheid is de term die Elstgeest ervoor gebruikt. ,,Kijk, ik ben geen specialist op het gebied van bijvoorbeeld de Leidse fijnschilders. Daar hebben we onze conservatoren voor. De Lakenhal heeft een prachtige collectie, maar daar kun je ook eens met andere ogen naar kijken. Zo loopt er nu bijvoorbeeld een onderzoek naar de betrokkenheid van Leidse lakenhandelaren bij de slavernij. Het is goed dat zoiets aan het licht komt. Zulke verhalen moeten ook verteld worden. Zeker in een museum waar de lakenindustrie een van de kernverhalen is.’’

Ze is ervan overtuigd dat er nog heel veel verhalen verscholen liggen in de collectie van De Lakenhal. ,,We kunnen eens de focus leggen op interessante vrouwen of op zoek gaan naar de link met de Indische of Surinaamse gemeenschap. Soms moet je de blik even kantelen om met een ander perspectief te kijken.’’

En hoe kijkt ze aan tegen blockbusters, de grote tentoonstellingen die haar voorganger Meta Knol in de ban wilde doen? ,,Ik begreep haar statement heel goed. Musea waren op een bepaald moment te veel bezig met bezoekerscijfers. Je bent als museum geen Kunsthal. Je hebt een collectie en die vertelt een verhaal. En dat betekent echt niet dat je alleen maar lokaal werkt, want Leiden heeft verbindingen met de hele wereld. En een grote expositie met oude kunst sluit ik over een paar jaar zeker niet uit.’’

Meer nieuws uit Leiden

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.