Zilkers Lo en Coby de Haas trekken deur van Take it Easy op de Leidse Haarlemmerstraat definitief achter zich dicht

Lo de Haas - geflankeerd door Coby, Gompie en schoonzus Corine van der Bent: ,,Die zwartwitte Arafat-sjaals betaalde ik met rijst in Syrië.’’

Lo de Haas - geflankeerd door Coby, Gompie en schoonzus Corine van der Bent: ,,Die zwartwitte Arafat-sjaals betaalde ik met rijst in Syrië.’’© foto Taco van der Eb

Gertjan van Geen
De Zilk

Met het vertrek van ’Take it Easy’ uit de Haarlemmerstraat gaat weer een originele Leidse winkel verloren. Zilkers Lo (70) en Coby (65) de Haas deden vorige week na bijna vijftig jaar de deur definitief achter zich dicht. „De oude garde vertrekt langzaam maar zeker uit de Haarlemmerstraat”, constateert het echtpaar.

Een afscheid met een lach en een traan werd het. 22 man sterk waren ze uit De Zilk gekomen om het duo uitgeleide te doen. En dat na alle reacties die ze van hun vaste clientele gekregen hadden. De winkel met souvenir- en cadeau-artikelen stond er goed op bij het winkelend publiek, merkten ze. „Je wilt niet weten wat voor commentaar we hebben gekregen. Wij waren het winkeltje waar ze als eerste kwamen kijken. Het was de enige waar kerels ook heen wilden”, zegt Coby. „Het stond ook op ons visitekaartje: ’wij zijn leuker dan museum’. „Vrouwen moesten hun man meesleuren, in plaats van omgekeerd.”

Nylonkousen repareren

De vader van Lo begon zijn nering ooit op nummer 80. Latere kocht hij 82 erbij. „Het was een gemengde textielwinkel. Hij verkocht ook knoopjes, garen, handschoenen en sjaals. Daar was hij heel groot in”, zegt Lo, de jongste uit een gezin van acht met vier broers en een zuster. „Nylonkousen repareren, dat gebeurde toen nog, vlak na de oorlog. Achterin de zaak zaten acht dames met een heel klein naaldje ladders op te halen.”

De familie De Haas komt oorspronkelijk uit de Da Costastraat in Leiden. In 1953 werd ook de winkel op nummer 16, waar het echtpaar nu afscheid van heeft genomen, aangekocht. Lo nam de zaak in 1973 over, nadat hij er al enkele jaren gewerkt had. Hij besloot het meteen anders te gaan doen. „Ik gooide de nachthemden en het kleinvak - knopen en garen en zo - eruit en ging jeans verkopen. Mijn vader zei nog: ’Weet je wel wat je weggooit aan omzet?’ Maar ik was eigenwijs.”

PLO-sjaals

„Ik ben groot geworden met kleding uit India en Afghanistan. Jurkjes uit Afghanistan kocht ik voor twee gulden in en ik verkocht ze voor 49 gulden. Ik moest ze eerst wel strijken, ik ken geen man die veel heeft gestreken als ik. En die PLO-sjaals - die ken je wel - die zwartwitte Arafat-sjaals. Die betaalde ik met rijst in Syrië en dan liet ik daar die containers vullen. Het was het einde van de Beatlestijd, flower power. Boetiekjes kwamen op. Daarvoor ware er alleen maar textielwinkels. Vooral in studentensteden als Leiden, met zijn alternatieve publiek, werkte dat goed. Afghaanse sokken en jassen, Jezus-slippers, later die vesten van Starsky en Hutch. Die kwamen uit Mexico. Het was een leuke tijd.”

Noordwijkerhout

Lo zat in de derde klas van de lagere school toen het naar Noordwijkerhout verhuisde. Ook daar opende zijn vader een winkel. Later kwamen daar Sassenheim, Haarlem en De Zilk bij. Zij broers namen van lieverlee de zaken over, en zo ook Lo. „Ik kreeg De Zilk en deze op nummer 16.” Coby, lachend: „Hij had geen keuze, hij kreeg het afval als jongste.”

De Zilk ging meteen in de verkoop. Lo: „In de stad heb je elke dag een paar duizend man die langs loopt. Hier moet je net zo hard je best doen - je moet toch je etalage en je inkoop doen - en zijn het er maar een paar. En met nieuwe dingen moet je ook niet in een klein dorp aankomen. Dat is een heel ander verhaal.”

Souvenirs

Dik twintig jaar geleden stapten ze langzaam over op cadeaus en souvenirs. Eerst tussen de rekken kleding, later ging alle gemengde mode eruit. „Mensen waren gek op elfjes en draken. Je wil niet weten hoe veel we daarvan verkocht hebben. Spullen uit de Lord of the Rings. De originele dingen kostten 390 euro, maar ik kende een Koreaan in Duitsland, die dat in China allemaal na liet maken. Dan krijg je een andere doos met exact hetzelfde voor rond de 100 euro. Dat ging groeien en bloeien. Ik was goed met die Koreaan. Op het laatst kreeg ik het voor de containerprijs met een fles whiskey toe”, zegt Lo. Coby, geboren Katwijkse: „We hadden knuffels, maar ook zwaarden en messen. Jonge moeders, maar ook stoere gasten die van hun kruin tot hun tenen vol zitten met tattoos.”

Gompie

Kortdurende avonturen in andere panden op de Haarlemmerstraat en Breestraat strandden om verschillende redenen. Hun confectiegroothandel in Amsterdam deden ze ook van de hand. De laatste jaren stonden ze zelf los van elkaar nog twee dagen in de winkel, ondersteund op zaterdag door Corine, de zus van Coby. Lo: „Zij werkt al sinds haar veertiende bij me.” Grappend: „Ook van haar kwam ik niet af.” Coby: „Zij had altijd Gompie mee, haar hond. Heel Leiden kent hem.”

Corona

Twee jaar geleden vroegen ze zich af of ze nog door wilde gaan. Toen het besluit was genomen, stak corona de kop op. „We hadden net alles laten maken in Turkije met het logo van Leiden. Magneetjes, vingerhoedjes, lepeltjes, T-shirts, sleutelhangertjes. Op 13 maart gingen we op vakantie en ik wilde voor die tijd alles binnen hebben. En toen was het klaar. Er kwam geen buitenlandse toerist meer. Aan een Nederlander kun je nog een magneetje kwijt, maar een molentje niet.”

In de crisis kochten ze een camper, die al flink dienst deed. „We kennen elke camping in Nederland, hebben al 17.000 kilometer erop zitten. Volgende week vertrekken we naar Duitsland en verder. Daar waar de zon is.”

Gambia

Behalve van de vrijheid genieten, blijven ze de stichting ondersteunen die ontwikkelingswerk in Gambia doet. Ze gaan er twee keer per jaar heen en verzinnen steeds nieuwe projecten. „We ondersteunen een school, die begon met 30 kinderen en er nu 1800 telt. Ook de dokterspost die er gekomen is met geld van de stichting, is iets wat voor de hele omgeving daar waardevol is.”

Het hele dorp draagt de stichting een warm hart toe. Giften van de kerk of winnaars van geldprijzen zijn gene uitzondering. Coby: „Daarnaast organiseer ik elk jaar een barbecue voor vijftig euro per persoon. Door alles zelf te maken hou ik de kosten laag. Een vriend stelt zijn kas beschikbaar en zo komt er elk jaar toch bijna tienduizend euro binnen.”

Mede door dat werk werden ze in 2019 tot Zilkers van het jaar uitgeroepen. Van de gemeente Noordwijk ontvingen ze de vrijwilligersprijs. Coby: „We zitten altijd vol ideeën, zijn doe-mensen. We maken elkaar gek. ’Dit is leuk, dat is leuk’ en dan begint het gedonder.” Lo: „Je kan ook niets doen, maar dat is niks voor ons.”

Meer nieuws uit Leiden

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.