Ouderen lijken tweederangs burgers | opinie

Oudere huizenbezitters worden de dupe van nieuwe plannen.

Oudere huizenbezitters worden de dupe van nieuwe plannen.© Foto ANP

Jan Latten

Ouderen zijn booming. Rond 1900 woonden er 300.000 65-plussers in Nederland, inmiddels 3,5 miljoen. Nog even en er zijn meer 65-plussers dan 20-minners. Demograaf prof. dr. Jan Latten: „Je zou dus verwachten dat meer mét en vóór ouderen wordt gedacht. Maar helaas, het ligt anders.”

Senioren worden nogal eens neergezet als veroorzakers van maatschappelijke problemen. Ze zouden de natuurlijke hulpbronnen hebben uitgeput, de lockdown zou onnodig streng zijn geweest alleen maar om ’dor hout’ te redden. En straks maken ze de zorg ook nog eens onbetaalbaar. Alsof zorg voor middelbaren en jongeren gratis zou zijn.

Door de crisis op de woningmarkt worden ouderen er door sommigen op aangesproken dat ze in te grote huizen wonen en daarmee starters kansen ontnemen. Minister Ollongren wil ouderen daarom verleiden te verhuizen. DNB-directeur Knot gaat zover dat hij woningeigenaren extra wil belasten. Dat zal zeker de oudere woningbezitters raken en klinkt al minder vriendelijk dan verleiden.

Menigeen volgt kritiekloos een taalgebruik waarbij het klinkt alsof ouderen bewust profijt hebben gehaald uit inflatie en welvaartsgroei. Gemakkelijk wordt daarbij vergeten dat het in de jaren 70 en 80 de overheid was die mensen met lage inkomens aanspoorde een eigen huis te kopen. Met de destijds populaire premiekoopregelingen werd menig babyboomkoppel overgehaald te beleggen in een eigen huis.

Jaren later, toen zij hun hypotheek al grotendeels hadden afgelost, werd het belastingtechnisch aantrekkelijker gemaakt om de resthypotheek versneld af te lossen. Menig babyboomer zal dat braaf hebben gevolgd. De eigenaar die denkt met een hypotheekvrije eigen woning de levensavond geregeld te hebben, moet nu toch schrikken. Blijkbaar wordt het tijd om de kip te plukken, althans als de overheid Knots oproep zou volgen om de afbetaalde woning als vermogen te belasten. Zo’n overheid wordt niet ervaren als betrouwbare partner. Het is verbazingwekkend dat oudere woningbezitters berusten en niet massaal protesteren. Dat wordt in de portemonnee voelbaar en komt boven op onzekere pensioenvooruitzichten.

De koopkracht van gepensioneerden is het afgelopen decennium al flink verminderd, zoals het CBS onlangs meldde. Vergeleken met anderen lijken het tweederangsburgers geworden.

Intussen leeft er een brede suggestie dat alle gepensioneerden rijk zijn. Niets is minder waar. Er zijn duidelijk financiële geluksvogels, vaak goed opgeleid, met een standvastige relatie en in blakende gezondheid, bij wie alles meezat in het leven en voor wie na pensionering een bovengemiddeld inkomen lonkt. Maar er zijn ook arme gepensioneerden.

Gescheiden vrouwen die ooit een minibaan hadden en nu voor de rest van hun leven van een AOW-uitkering op een houtje moeten bijten. Single zzp’ers die niet spaarden voor een pensioen, ongeschoolde flexwerkers die op de arbeidsmarkt noch op de relatiemarkt aan de bak komen, of asielmigranten met een onvolledige AOW. Dramatisch is dat wie arm is, arm zal blijven. Het ligt niet voor de hand om weer een baan te vinden – financieel een somber vooruitzicht voor deze pechmensen.

De burger, de kiezer, de consument, de huurder is steeds vaker een oudere, maar wie behartigt doordacht hun financiële belangen? Juist de overheid geeft nogal eens de indruk al te gemakkelijk met de belangen van de oudere medeburger om te springen. Hebben de 3,5 miljoen kiezers dan te veel vertrouwd op de jongere generaties? Misschien was dat naïef en moet men meer vertrouwen op oudere politici die begrijpen waar het om gaat. Anders blijft het risico bestaan op een narratief dat ouderen hebben geprofiteerd.

Waar blijven de politici die zien hoe ouderen in de knel kunnen komen en zich inzetten voor een vriendelijker levensavond?

Meer nieuws uit Opinie-Column

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.