Blinde paniek als er een journalist naar binnen loopt: ’We mogen niet praten met u’ | column

Erna Straatsma

Er staat een journalist voor haar neus. Dat zorgt voor blinde paniek.

Het lijdend voorwerp is een ’gastvrouw’ van een zorginstelling. Haar ogen gaan wijd open als ik naar binnen loop en me als journalist kenbaar maak. Ik zie angst, ook aan haar mondneusmasker, dat snel opbolt en intrekt door een vluchtige ademhaling.

Geen paniek, zeg ik, in een poging de gemoederen te bedaren. Ik wil alleen wat vragen over het nieuwe anti-rookbeleid. Ik ben niet gewapend.

Dat stelt haar niet gerust.

,,Wij mogen niet met de pers praten. Nee, u hoeft niks te zeggen. We geven geen antwoord. Ik ga op zoek naar iemand die met u kan praten.’’

Ik drentel wat rond bij het atrium van de nieuwbouw, vul op verzoek een coronaregistratieformulier in en werp dat in een daarvoor bestemde brievenbus. En dan keert de gastvrouw terug.

,,U moet een mail met uw vragen sturen. Naar communicatie.’’

Ze dirigeert me naar de uitgang. Weg nu, zegt ze. Alsof ik een besmettelijke ziekte ben, een plaag.

Buiten bel ik een voorlichter, die nogmaals tegen me zegt dat niemand in het gebouw mag en kan praten. Einde verhaal. Weg reportage. Tot zover de ’communicatie’.

Een paar weken geleden had ik een ’senior communicatie-adviseur’ van dezelfde zorginstelling aan de lijn om wat te vragen over een reorganisatie. Een prettig gesprek was het, informatief ook. Maar toen mijn artikel gepubliceerd was, mailde ze me witheet. Hoe ik het in mijn hoofd haalde zomaar een stuk te maken! Zonder haar toestemming!

Hoe meer een instelling aan ’communicatie’ gaat doen, hoe stroever de verstandhouding met de buitenwereld meestal wordt.

Meer nieuws uit Leiden

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.