Leidse historicus in proefschrift: gewelddadig oorlogvoeren in Nederlands-Indië was opzet

Een Nederlandse patrouille trekt langs een sawah. De krijgsmacht had tijdens de Indonesische onafhankelijkheidsoorlog aan alles tekort. Tijdens twee ’politionele acties’ veroverden Nederlandse troepen wel veel gebied, maar ze hadden geen capaciteit om het onder controle te brengen. De legertop rekende erop dat zij met minder soldaten, die dan wel zwaarder waren bewapend, toch de gewenste impact zou hebben.

Een Nederlandse patrouille trekt langs een sawah. De krijgsmacht had tijdens de Indonesische onafhankelijkheidsoorlog aan alles tekort. Tijdens twee ’politionele acties’ veroverden Nederlandse troepen wel veel gebied, maar ze hadden geen capaciteit om het onder controle te brengen. De legertop rekende erop dat zij met minder soldaten, die dan wel zwaarder waren bewapend, toch de gewenste impact zou hebben.© Archieffoto ANP

Wilfred Simons
Leiden

Het buitensporige Nederlandse geweld tegen soldaten en burgers tijdens de Indonesische onafhankelijkheidsoorlog waren geen incidenten of ongelukken. De krijgsmacht stuurde er bewust op aan, schrijft de Leidse historicus Christiaan Harinck in zijn proefschrift.

De Nederlandse pogingen om na de Tweede Wereldoorlog Indonesië als kolonie te behouden, verliepen heel gewelddadig. Geschat wordt dat aan Indonesische zijde bijna 100.000 doden vielen, terwijl er aan Nederlandse kant 4751 soldaten omkwamen.

Harinck ziet verschillende redenen voor het geweld. De krijgsmacht had een ’nauwe, militaire blik op het conflict’. Dat leidde ertoe dat de legertop vond dat tegen opstand hard moest worden opgetreden. Dat gold voor Indonesië, maar, zegt Harinck, als in Nederland een communistische opstand was uitgebroken, zou die ook op gewelddadige wijze zijn neergeslagen.

In Indonesië voelde de legertop zich vrijer, op grond van de racistische gedachte dat ’de Indiër alleen de taal van het geweld’ verstaat.

Direct na de Tweede Wereldoorlog had het Nederlandse leger in Indonesië aan alles tekort. Het leidde ertoe dat zij in het eerste jaar van het conflict een beroep deed op soldaten van het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger. Dat waren vaak getraumatiseerde, labiele mannen die zwaar hadden geleden onder de Japanse bezetting. Zij waren vaak heel gewelddadig, ook omdat zij hun tegenstanders zagen als handlangers van de Japanners.

De komst van dienstplichtige soldaten uit Nederland was geen oplossing voor het manschappentekort. Tijdens twee politionele acties, de Operatie Product en de Operatie Kraai, veroverde het Nederlandse leger wel veel terrein, maar het had niet de capaciteit om het gebied onder controle te brengen. De soldaten deden geen moeite om de bevolking voor zich te winnen. Daar was ook geen mankracht voor. De legertop koos er dan maar voor om minder soldaten zwaarder te bewapenen. Vernietiging van de vijand was het doel, en de bereidheid om daarbij onbedoelde slachtoffers te maken, was hoog.

De Nederlandse aanpak was niet uniek, benadrukt Harinck in een persbericht, dat hij tegenover deze krant niet nader wil toelichten. In veel dekolonisatieoorlogen ging het zo. Maar na afloop van het conflict keerde de publieke opinie zich snel van de dekolonisatie af. Nederland ging zichzelf zien als voorvechter van mensenrechten en verdrong de herinnering aan koloniaal geweld.

Meer nieuws uit Leiden

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.