Sociaal contact: gewoon maar moedig zijn, voor we het verleren | column

Nhung Dam

Onverwachtse ontmoetingen. Na de vorige, schrale winter, besluit ik het nu anders aan te pakken. Er bestaan geen handleidingen hoe je vreemden aanspreekt in coronatijden. We hebben ons beperkt tot ontmoetingen in de eerste kring. Het gezin, familie, vrienden.

Ontmoetingen buiten de eigen bubbel zijn schaars geworden. Met de welbekende zin: ’Wegens de huidige maatregelen…’ lijken de poorten tot sociaal contact met vreemden te zijn vergrendeld. Vooral onverwachtse ontmoetingen zijn gesneuveld, de via via vrienden op een feest, de zomaar babbeltjes tijdens een dansavond, de gesprekken met onbekenden die nergens toe hoeven te leiden.

Maar laten we eerlijk zijn; ook voor corona waren we in dit digitale tijdperk geen helden in sociaal contact. In de trein hordes mensen weggedoken in hun mobiel, al dan niet met dikke koptelefoons op. Nu een mondkapje toegevoegd was aan het tenue, moest je wel enige vorm van geweld aanwenden, wilde je iemand storen voor een zomaar gesprek.

En toch besloot ik moedig te zijn. Ik sleurde mezelf naar een café om te schrijven.

Iedereen diep in de laptops gedoken. Er moest wel iets uitzonderlijks gebeuren, wilde je een opening vinden. Ja, als je ging plassen en je iemand vroeg op je spullen te letten. Als er een handschoen uit de tas viel. Nauwlettend hield ik de boel in de gaten voor ’uitzonderlijke gebeurtenissen, kansen voor openingen.’

Zodra de jongen in het café tegenover me koffie ging halen, klapte ik mijn laptop dicht en vroeg: „Samen even pauze houden?” Tot mijn verbazing zei hij: „Ja, leuk. Ik ben hier komen werken omdat ik gek werd thuis.” De jongen was een logo aan het ontwerpen voor zijn nieuwe bedrijf. In coronatijd had hij zijn advocatensalaris ingeleverd om zich toe te leggen op wat hij echt leuk vond: een webshop runnen voor sneakers.

Zo besloot ik elke dag een keer zomaar iemand aan te spreken. Ik sprak een meisje dat na het verlies van haar moeder een rouwkaart aan het uitzoeken was. „Welke vind jij beter?”, vroeg ze me. „Sorry hoor”, zei ze toen ze moest huilen. De dag erna een gepensioneerde man die klaar was voor een nieuwe liefde. „De kans haar hier tegen het lijf te lopen is klein”, vertelde hij. „Maar thuis is de kans zeker nihil.”

Het was vijf uur. „Er is geen handleiding voor wat te doen na vijven, hè?”, zei de man. „Nee”, antwoordde ik, „ook niet voor hoe je contact legt met vreemden.” Gewoon maar moedig zijn, voor we het verleren, was de conclusie. Voor ik op de fiets stapte, zag ik hem verlegen lachen naar een dame die een pen uit haar tas had laten vallen. Of zij het expres deed om een uitzonderlijke situatie te creëren, was onduidelijk. In het victoriaanse tijdperk lieten vrouwen op het bal hun waaiertje vallen, zodat de gedroomde kandidaat hem voor haar op kon pakken. Misschien opzichtig, maar de man was er maar al te blij mee.

Meer nieuws uit Opinie-Column

Net Binnen

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.