Voor de Universiteit Leiden is China prioriteit: ’Niet samenwerken met landen waar we soms niet zo blij mee zijn is wetenschappelijk gezien geen oplossing’

© illustratie

Fred Sengers
Leiden

De Universiteit Leiden werkt structureel samen met 22 Chinese kennisinstellingen. Die samenwerking is voor Nederland heel aantrekkelijk, zegt Joanne van der Leun, decaan van de rechtenfaculteit: „Naarmate China wetenschappelijk belangrijker wordt, wordt het voor ons belangrijker om contact te hebben en samen te werken.” Vandaag en morgen publiceert Leidsch Dagblad onderzoeksverhalen over die samenwerking. Deze verhalen zijn mede mogelijk gemaakt door het Leids Mediafonds.

Jaarlijks zwermen honderdduizenden Chinese studenten de wereld over om in het buitenland een opleiding te volgen. Hoewel het niveau van Chinese universiteiten de laatste jaren stijgt en er een aantal topuniversiteiten zijn die zich kunnen meten met de beste onderwijsinstellingen in de wereld, is het voor veel Chinezen aantrekkelijk om in het buitenland te studeren. Zo’n buitenlandse ervaring vinden veel Chinezen belangrijk voor hun vorming, het geeft status en is later behulpzaam bij het vinden van een goede baan.

Voor wie het zich financieel veroorloven kan tenminste, want zo’n buitenlands avontuur is duur. Veel ouders doen er alles aan om een goede opleiding voor hun (enig) kind mogelijk te maken. Wie geluk heeft krijgt een beurs van de Chinese overheid. Die zijn bedoeld voor studenten op de kennisgebieden die de staat onmisbaar acht voor de ontwikkeling van het land, denk bijvoorbeeld aan technische, medische of agrarische opleidingen.

Het waren er zo’n 700.000 in 2019, het laatste jaar voordat corona internationale uitwisseling door de war gooide. Het Verenigd Koninkrijk (44%) heeft als gevolg van geopolitieke spanningen de Verenigde Staten (32%) de afgelopen jaren verdrongen als favoriete studieland voor jonge Chinezen. Maar ook Japan en Canada zijn in trek. Binnen de Europese Unie is Duitsland de belangrijkste bestemming; een op de tien Chinese studenten in het buitenland komen bij onze oosterburen terecht.

Ook in Nederland groeit het aantal Chinese studenten gestaag, al zijn het er vergeleken met de voornoemde landen relatief weinig: 4.155 in het vorig studiejaar (cijfers over 2021-2022 zijn nog niet bekend). Daarmee is China na Duitsland (15.767) en Italië (4.825) het belangrijkste herkomstland van buitenlandse studenten. Voor Chinese academici in de dop zijn Nederlandse universiteiten aantrekkelijk. Ze zijn vergeleken met Britse of Amerikaanse universiteiten goedkoop, maar staan internationaal goed aangeschreven.

Ook in Leiden is de instroom van Chinese studenten zichtbaar. Volgens opgaaf van de Universiteit Leiden waren het er vorig jaar 416. Op een totaal van een kleine 33.000 studenten is het aandeel Chinese studenten dus gering. Ze leveren de universiteit wel relatief veel op (zie kader).

Het kabinet-Rutte III heeft China aangewezen als een van tien landen waarmee op wetenschappelijk gebied nauwer moet worden samengewerkt. Wat betreft het werven van studenten wordt daarbij de nadruk gelegd op sectoren waar in Nederland een tekort aan hoogopgeleide arbeidskrachten bestaat: techniek en ICT. Op het gebied van sociale en economische studies zijn er al genoeg studenten uit het buitenland, meent de regering.

Discussie

Joanne van der Leun kijkt even bedenkelijk als haar wordt gevraagd of ze op extra Chinese studenten zit te wachten. Van der Leun is decaan van de juridische faculteit en binnen de universiteit aangewezen als voorzitter van de regiogroep die de wetenschappelijke samenwerking met China coördineert. „Ik denk niet dat er binnen de universiteit veel animo bestaat om extra buitenlandse studenten waar dan ook te werven. Er woedt momenteel een hevige discussie onder universiteiten, ook met het ministerie over de houdbaarheid van het huidige model. Ook qua personeel zitten we aan de grenzen van het mogelijke. Bovendien is het voor internationale studenten moeilijk om in Leiden huisvesting te vinden”, zegt Van der Leun.

Met andere woorden: geen goed idee van het vorige kabinet, de universiteit barst al uit zijn voegen. Sinds het jaar 2000 is het aantal studenten op de Nederlandse universiteiten verdubbeld tot 340.000, mede aangejaagd door de instroom van buitenlandse studenten. Ongeveer een op de vier in de collegebanken komt tegenwoordig van over de grens. Maar de rijksbijdrage per student is juist gedaald. Voor veel universiteiten is de rek eruit. Er wordt zelfs gesproken over de oprichting van een veertiende universiteit om de groei op te vangen.

Waar Van der Leun veel enthousiaster over is, zijn Chinese promovendi, ook wel PhD’s genoemd. Die zijn in Leiden juist weer oververtegenwoordigd: 269 Chinese promovendi op ongeveer 3.500 totaal. Niet zo gek, want China betaalt ze volledig, bovendien krijgt de universiteit van de Nederlandse overheid een bonus voor iedere promovendus die op tijd klaar is. „Een promotievergoeding”, verbetert Van der Leun. Ze vormen dus een voor de universiteit goedkope manier om de kennisproductie te verhogen. Bovendien roemen hoogleraren het arbeidsethos van hun Chinese promovendi.

Ze zijn voor de universiteit interessant, bevestigt ze. „Er is een breed aanbod van goede kandidaten. Ze komen met een beurs van de Chinese overheid. Ze hebben een stevige werkmentaliteit en ze zijn gemotiveerd om op tijd klaar te zijn”, aldus Van der Leun.

Samenwerking

Is de fysieke aanwezigheid van Chinese studenten en promovendi betrekkelijk zichtbaar op de universiteit; voor de wetenschappelijke samenwerking ligt dat anders. China is naast Indonesië en Latijns-Amerika in 2010 door de universiteit aangewezen als zogeheten prioriteitsregio. Daarvoor zijn in de loop der tijd met 29 Chinese kennisinstellingen langlopende samenwerkingsovereenkomsten aangegaan; 5 in Hong Kong en 24 op het Chinese vasteland. Met zeven daarvan is het contract dit jaar niet verlengd, zodat er 22 partnerschappen over zijn. Soms beperken die zich tot studentenuitwisseling. Meestal is het de bedoeling dat wetenschappers uit beide landen de krachten bundelen.

„De Leidse universiteit heeft al sinds 1855 banden met China. De afgelopen decennia is dat land snel belangrijker geworden. Het is een wereldspeler geworden, ook een stevige speler in de wetenschap. Er is over en weer belangstelling om samen te werken”, vertelt Van der Leun.

Waar van de samenwerking in het verleden vooral de Chinese kant profiteerde, is de relatie wederkeriger geworden naarmate het wetenschappelijk niveau in China is gestegen. China gaf in 2019 2,24% van het bruto nationaal product uit aan research & development; in het relatief veel welvarender Nederland bedraagt die zogeheten R&D-intensiteit 2,18%. Dat verschil lijkt op het eerste gezicht niet zo groot, maar omdat de Chinese economie veel groter is zijn de budgetten onvergelijkbaar.

Een Chinese universiteit heeft veel meer geld te besteden dan een Nederlandse. Dat is interessant voor wetenschappers die zelf niet over een grote staf beschikken of een goed uitgerust lab met de modernste machines. Bovendien heeft China op bepaalde onderzoeksgebieden het westen bijgehaald of zelfs een voorsprong genomen. Dat is aantrekkelijk voor wetenschappers; wie samenwerkt met de snelsten, gaat zelf ook sneller. Ook als er geen Chinees onderzoeksgeld direct naar Leiden vloeit. „Naarmate China wetenschappelijk belangrijker wordt, wordt het voor ons belangrijker om contact te hebben en samen te werken”, beaamt Van der Leun. „Als universiteit zijn we er om de wetenschap verder te brengen. Dat is een algemeen belang en dat is uiteindelijk ook in het belang van Nederland. Niet samenwerken met landen waar we soms niet zo blij mee zijn is wetenschappelijk gezien geen oplossing.”

© Foto Taco van der Eb

’Er is hier meer evenwicht in werk en privé’

Wie: Dong Yiming (27 jaar)

Wat: promotie-onderzoek LUMC

Waar vandaan: Chengdu, China

Wat houdt je onderzoek in?

„Ik doe onderzoek naar het verbeteren van het contrast van MRI-scans die worden gebruikt bij het vaststellen en behandelen van kanker in de schouder en nek. Bij het LUMC ben ik een vreemde eend in de bijt, want ik heb geen medische, maar een technische achtergrond. Ik heb hiervoor in Duitsland natuurkunde gestudeerd.”

Hoe ben je in Leiden terechtgekomen?

„Nadat ik in 2020 was afgestudeerd heb ik eerst in Duitsland gekeken naar een plek voor promotie-onderzoek. Maar ik kon niets passends vinden. In Leiden vond ik een interessante plek die goed aansloot bij mijn studie. Toen ik ging rondvragen kreeg ik te horen dat Leiden goed staat aangeschreven. Dus ik ben heel blij dat ik hier terecht kon.”

Voel je je welkom in Leiden?

„Heel erg. Ik vind de mensen hier zich meer openstellen ten aanzien van buitenlanders dan in Duitsland. Het vinden van woonruimte was wel lastig; ik heb een half jaar op een wachtlijst gestaan. Tot die tijd kon ik gelukkig een appartement delen met andere Chinezen.”

Als je in 2024 bent gepromoveerd, wil je dan blijven of terug naar China?

„Dat weet ik nog niet. Ik mis mijn ouders, die ik vanwege corona al twee jaar niet heb gezien. Aan de andere kant is er hier meer evenwicht tussen werk en privé dan in China. Dus ik twijfel.”

© Foto Taco van der Eb

’Je wilt mensen niet in problemen brengen’

Wie: Pablo Mendes de Leon

Wat: emeritus hoogleraar Lucht- en Ruimterecht

Waar: Den Haag

Waaruit bestond uw samenwerking met China?

„Voornamelijk op onderwijsgebied. Ik heb 25 jaar gedoceerd in Beijing, Shanghai, Xi’an, Nanjing, Tianjin, noem maar op. We hebben in Leiden veel Chinese studenten en PhD’s. Met veel van die promovendi heb ik nog contact. Dat vind ik belangrijk, want wij geven ze mee hoe er hier over het recht wordt gedacht en zij bieden ons een venster op de ontwikkelingen daar.”

Hoe is de samenwerking met China ontstaan?

„In 1995 organiseerde het Internationale Instituut voor Lucht- & Ruimterecht een conferentie in Beijing. China zou een belangrijke rol in de luchtvaart gaan spelen. Dan is het noodzakelijk dat zo’n land kennis heeft van het luchtrecht en meepraat over de ontwikkeling ervan.”

„Wij stonden weer op de schouders van prof Diederiks-Verschoor. In de jaren ’60 reisde zij al naar China om luchtrecht te doceren. Ik heb daar diepe bewondering voor. Zij moest daar onder primitieve omstandigheden werken. Als zij naar steden in het binnenland ging, dan was dat met een krakkemikkig vliegtuig. Als er geen passend hotel beschikbaar was, verbleef zij in kazernes waar de studenten naar haar toe kwamen om in een zaaltje college te krijgen. Zij was een missionaris in het Luchtrecht.”

Er wordt soms met enig wantrouwen naar de samenwerking met China gekeken. Merkt u daar wat van?

„In mijn vakgebied speelt het geen grote rol. Maar ik ken het debat. Als je elkaar wat beter leert kennen kun je best spreken over onderwerpen die hier of juist bij hun spelen. Maar ik ben daar wel voorzichtig in geweest. Je wilt mensen niet in problemen brengen.”

U bent dit jaar met emeritaat gegaan. Wordt de samenwerking voortgezet?

„Ik blijf mijn contacten met China onderhouden. Net als in de jaren ’90 China belangrijk was voor het Luchtrecht, is momenteel het Ruimterecht actueel. Daar heb je landen die een prominente rol in de ruimtevaart spelen bij nodig. Als wij een vooraanstaande rol op ons vakgebied willen spelen, moet je ook met China praten.”

Wat levert een Chinese student op?

Het wettelijke collegegeld bedraagt momenteel 2.143 euro. Voor studenten van buiten de Europese Economische Ruimte, zoals China, is dat echter veel hoger: afhankelijk van de opleiding 10.716 tot 19.816 euro per collegejaar. Dat komt omdat de Nederlandse overheid niet meebetaalt aan hun studie.

Natuurlijk geven studenten ook geld in de stad uit. Gek genoeg is daar geen goed onderzoek naar gedaan. Volgens het Nibud Studentenonderzoek consumeert een student gemiddeld 1.044 euro per maand (kamerhuur, boodschappen, lidmaatschappen, horeca etc.). Hij betaalt daar gemiddeld 815 euro btw per jaar over. Een student met een bijbaan betaalt ook inkomstenbelasting, maar studenten buiten de EER mogen hier niet zonder toestemming werken.

Het meest levert een buitenlandse student op als hij na zijn afstuderen hier een paar jaar blijft werken. Dan levert hij een bijdrage aan de ontwikkeling van Nederland, consumeert hier en betaalt belasting. Dat levert de schatkist per saldo een bedrag van 69.000 tot 94.000 euro op aan directe en indirecte belastingen, berekende het CPB. Van alle Chinese studenten blijft een derde na zijn studie in Nederland om te werken.

Meer nieuws uit Leiden

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.