Amerikaanse musicoloog experimenteert met ’Extreme Scoring’ - kleine orkesten spelen grote symfonieën

’Harmonica Mike’ promoveert in Leiden.

’Harmonica Mike’ promoveert in Leiden.© Publiciteitsfoto

Wilfred Simons
Leiden

Eén van de redenen waarom de toegang tot klassieke muziek niet voor iedereen is weggelegd, is dat concertkaarten duur zijn. Een symfonieorkest is immers groot; er kunnen tot wel honderd musici in meespelen. De Amerikaanse musicoloog Michael Drapkin denkt dat kamerorkesten zulke grote orkestwerken ook kunnen uitvoeren. die orkesten zijn tot wel een derde kleiner dan een symfonieorkest en om die reden veel goedkoper.

Drapkin promoveert aan de Academie der Kunsten (ACPA) van de Universiteit Leiden op een onderzoek naar de manier waarop de partituren van symfonieën, koor- en andere orkestwerken die oorspronkelijk voor een groot symfonieorkest zijn geschreven, voor kleinere ensembles kunnen worden aangepast. Hij laat deze verkleinde partituren ook uitvoeren.

(Muziek gaat door onder filmpje, de ’Mars naar de galg’ van Hector Berlioz)

Eén van de vragen die Drapkin zijn onderzoeksproject ’Extreme Scoring’ wil beantwoorden, is of bewerking van muziekstukken wel verantwoord is. Sommige muziekliefhebbers zien daar heiligschennis in. Anderen, die een pragmatischer standpunt innemen, vinden bewerkingen wel acceptabel, zolang de muziek in staat blijft het publiek te ontroeren.

Concreet onderzoekt Drapkin een methode die het ’Brooklyn Model’ heet. Musici kunnen met behulp van dit model in hun eigen gemeenschappen orkesten vormen en, met behulp van ’extreem’ verkleinde partituren, toch grote orkestwerken spelen.

Meer nieuws uit Leiden

Net Binnen

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.