De tulpen op de oude Veense watertoren kunnen daar voorlopig hun ding blijven doen

Kees de Jong is trots op de toren met zijn tulpen in hartje Roelofarendsveen: ,,Prachtig symbool.’’© foto Taco van der Eb

Paul van der Kooij
Roelofarendsveen

Dat Roelofarendsveen het dorp is waar de meeste tulpen van Nederland tot bloem worden gekweekt - ook wel broeien genoemd - draagt de kern al dik dertig jaar uit door vier tulpen die overal bovenuit steken. Niet alleen doordat ze zo’n twintig meter hoog zijn, maar ook doordat ze een prominent plekje kregen op wat toen nog een watertoren was.

En dat is wel een verhaal waard, vindt Veender Kees de Jong. „Ook omdat, toen we de tulpen in 1991 lieten plaatsen, fabrikant Altuglas maar voor tien jaar garant stond. En Arie Meerburg, de toenmalige burgemeester die hard heeft gevochten voor tulpen op de toren, vond dat al veel. ’Tien jaar is een heel eind’, zei hij.”

„En nu lijkt het erop dat dat het plexiglas-achtige Altuglas, dat de fabrikant gratis beschikbaar stelde als een soort van reclame, voorlopig nog mee kan”, voorvoelt De Jong. „Om de tulpen te laten maken en aan de toren te bevestigen was wel een kleine 80.000 gulden nodig. Ook moesten we het waterbedrijf 4.000 gulden betalen omdat de zeildoeken vol tulpen, die eerst aan twee kanten van de toren hingen, kapot waren gewaaid in de storm van 25 januari 1990. En daarbij hadden de doeken de toren beschadigd. Het mooie daarbij was: al dat geld werd cadeau gedaan door zo’n 150 volgers.”

Obligaties

Tien jaar later, toen de toren al jaren geen watertoren meer was en de gemeente het 31.50 meter hoge gebouw had overgenomen, was opnieuw geld nodig. Ditmaal om een stukje toren te kunnen kopen en daarmee een dubbelslag te slaan. Aan de ene kant kreeg men, als een van de eigenaren van de toren, wat te zeggen te over het gebruik ervan en kon men dus ook de aangebrachte tulpen veilig stellen. Aan de andere konden er tentoonstellingen worden georganiseerd in de gekochte ruimte, die op de derde etage lag.

De Jong: „We hebben toen 138 obligaties van 1.000 gulden uitgegeven. Hoewel ze allemaal zijn verkocht, zeiden sommige mensen wel: ’We kunnen dat geld net zo goed in het water donderen. Terug krijgen we het nooit.’

Het was een opmerking die hem nooit heeft losgelaten, zeker niet nu hij richting de tachtig gaat. „Voor ik in de kist lig, wil ik dat mensen hun geld terug hebben”, zei hij tegen zichzelf. Zo gezegd, zo gedaan. De 138 van toen - of hun nabestaanden - hebben onlangs allemaal 453,78 euro gekregen. Dat is, omgerekend, de 1000 gulden van toen: „Want we hebben de obligaties zonder rente uitgegeven.”

Verkoop

Het geld komt van de verkoop van het stukje toren waar uiteindelijk maar weinig tentoonstellingen zijn gehouden. Zeker, er is een tulpententoonstelling gehouden door de Koninklijke Algemeene Vereniging voor Bloembollencultuur, waar De Jonge de plaatselijke voorzitter van was en die aanvankelijk het zaakje trok. Ook gebruikten plaatselijke kunstenaars het enkele keren als galerie. Maar uiteindelijk bleek de hooggelegen ruimte niet goed te werken en werd het als opslagruimte verhuurd aan de man die een bloemenzaak op de begane grond heeft: Otto Rodewijk.

„En na het uitbetalen van de obligatiehouders, hebben we nog genoeg geld over om de tulpen goed te blijven onderhouden”, meldt De Jong tevreden. Om dat onderhoud te regelen is twintig jaar geleden de stichting De Watertoren opgericht en die bestaat nog steeds. En mocht er ooit weer een stukje toren te koop komen, dan is notarieel geregeld dat de tulpen erop blijven.”

De vier werken ondertussen aan alle kanten, vindt De Jong: „Als oriëntatiepunt, maar ook om duidelijk te maken dat we de grootste tulpenbroeier in Nederland zijn. Toen we er tulpen erop deden, broeiden we zo’n 150 miljoen tulpen per jaar. Wat ongeveer 20 procent van de totale broeierij is. Nu zitten we ongeveer op 400 miljoen tulpen. Bij een totaal van zo’n twee miljard, is dat opnieuw een vijfde. Sommigen zien het ook breder. Die vinden dat de tulpen symbool staan voor Roelofarendsveen en alles wat daar groeit en bloeit. En dan niet alleen in de natuur, maar ook wat bedrijvigheid betreft. Mensen zijn hier nogal ondernemend.”

Meer nieuws uit Leiden

Net Binnen

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.