Roen van der Geest uit Oud Ade vangt geschiedenis familie, haar Rode Polder en nog veel meer in boek

Roen van der Geest, schrijver van het boek ’Rond de Rode Polder’ bij Leidseweg 15 in Oud-Ade, in 1915 gebouwd voor opa Chris.

Roen van der Geest, schrijver van het boek ’Rond de Rode Polder’ bij Leidseweg 15 in Oud-Ade, in 1915 gebouwd voor opa Chris.© Foto Taco van der Eb

Paul van der Kooij
Oud Ade

Jarenlang was hij geschiedenisleraar op het Rijnlands Lyceum in Oegstgeest. Maar zijn eigen familiegeschiedenis was Roen van der Geest bijna ontglipt.

Keerpunt was het leegkomen van het familiehuis aan de Leidseweg 15 in Oud Ade, twee jaar geleden. „Ik moet echt iets doen nu twee zussen en een broer van mijn vader nog in leven zijn en ook het huis nog overeind staat”, besefte hij. „Als ik wacht, kan het te laat zijn.”

Het eerste exemplaar was voor tante Alie.

Het eerste exemplaar was voor tante Alie.

Het resultaat is deze vrijdag gepresenteerd bij boekhandel Veenerick in Roelofarendsveen en heeft de vorm aangenomen van een boek met 148 bladzijden. Stuk voor stuk bevatten die foto’s, persoonlijke documenten, krantenknipsels en kaarten. Ook zit er een register bij met 277 namen, waarvan er 104 de achternaam Van der Geest dragen - inclusief geboorte- en sterfjaren.

Rode Polder

Idee van de schrijver was om te focussen op het bedreigde huis dicht bij de grens met Leiderdorp, op de naar de rode molen vernoemde Rode Polder waarin het staat, op vader Piet en opa Chris - die de bijnaam ’de Mop’ overhield aan zijn geboorte in de in de polder gelegen Moppehoeve. Al snel werden dingen groter in het boek: zo haalde opa Chris zijn twee echtgenotes uit Rijpwetering. Net als Oud Ade, verdiende de buurkern dus ook tekst en uitleg.

(Tekst gaat door onder de foto)

De Moppehoeve, geboortehuis van Chris de Mop.

De Moppehoeve, geboortehuis van Chris de Mop.© foto uit besproken boek

Chris poseert rond 1930 voor Leidseweg 15 met links van hem zijn tweede echtgenote Marie en rechts moeder Mietje.

Chris poseert rond 1930 voor Leidseweg 15 met links van hem zijn tweede echtgenote Marie en rechts moeder Mietje.© foto uit besproken boek

Soms ook veroorlooft de schrijver zich verre uitstapjes, bijvoorbeeld naar Indonesië. In de nadagen van de koloniale oorlog die ons land daar voerde, kwam een neef van vader Piet daar om. En wat er na diens dood in het dorp gebeurde, is flink wat alinea’s waard. Want wat deden andere plaatselijke Indië-gangers als Jan van der Poel toen ze begrepen dat de drie dorpsgenoten die in de Tweede Wereldoorlog omkwamen wél op een monument in de plaatselijke Bavokerk kwamen en de kerk geen geld meer had voor de in de Oost gesneuvelde Wim van der Geest? Ze lapten geld om ook hem een plekje te geven onder de aansporing ’Bid voor onze gevallenen’. „Al zie je wel dat er om zijn naam heen wat minder ruimte zit op de gedenksteen.”

(Tekst gaat door onder de foto)

Aan het oorlogsmonument in de Bavokerk zit een verhaal vast.

Aan het oorlogsmonument in de Bavokerk zit een verhaal vast.© foto uit besproken boek

Nabuurschap

Prachtig vindt de schrijver het, hoe mensen in zo’n gemeenschap niet alleen voor de eigen familie opkomen maar er evengoed zijn voor buren en dorpsgenoten. „In de Achterhoek hebben ze daar een mooie naam voor: nabuurschap.”

Hij was ook geroerd toen hij de overlijdensakte zag van zijn oma Clazien, die in 1922 op 31-jarige leeftijd overleed en haar man met drie kleine kinderen achterliet. Die akte leerde hem namelijk dat haar Chris, toen hij op het gemeentehuis in Roelofarendsveen aangifte deed, vergezeld was van zijn buurman Dammes van der Poel: „Pas een jaar ervoor was die naast hem komen wonen, maar hij steunde mijn opa op die moeilijke rit, naar ik aanneem met paard en wagen.”

(Tekst gaat door onder de foto)

Clazien, de eerste echtgenote van Chris van der Geest.

Clazien, de eerste echtgenote van Chris van der Geest.© foto uit besproken boek

„Men leefde enorm met elkaar mee”, merkte de schrijver keer op keer. „Zo vertelde tante Alie, mijn belangrijkste ongeschreven bron bij het maken van het boek, hoe ze had gezien dat iemand aan het eind van de oorlog een fiets stal van pottenbakker Groothoff. En ook dat toen ze de dief later zag langskomen op dezelfde fiets, de zoon van Van der Poel er achteraan ging, de man in de kraag vatte en hem nog even in buitentoilet opsloot. Na een soort van openbare rechtszitting besloot men de dief maar te laten gaan.”

Afbreken

Het bedrijf dat de Van der Poelen hebben opgebouwd, begint het pand dat Chris de Mop in 1915 liet bouwen meer en meer te omgeven. De schrijver voorziet dan ook dat ze als nieuwe eigenaren het pand zullen gaan afbreken. „Ook omdat ik me heb laten vertellen dat het te veel zou kosten om het helemaal op te laten knappen. Vooral van binnen zou het slecht onderhouden zijn.”

Hij vindt dat verschrikkelijk jammer. Niet alleen omdat hij het symmetrische huis vol details zo stijlvol vindt, de kastanjes ervoor zo karakteristiek en de stal voor maximaal zeven koeien erachter zo prachtig getuigen van andere, kleinschalige tijden. Het is ook omdat er zoveel voetstappen van hem liggen.

(Tekst gaat door onder de foto)

De nostalgisch kleine stal van Leidseweg nummer 15.

De nostalgisch kleine stal van Leidseweg nummer 15.© Foto Taco van der Eb

Als jongen speelde en logeerde hij regelmatig op de grote zolder. En toen hij in 1970 in Leiden geschiedenis ging studeren, trok hij in bij zijn destijds 80-jarige opa en 35-jarige oom Bert, die tot twee jaar geleden in het huis zou blijven wonen: „In dat mannenhuis had ik meer vrijheid dan thuis, want opa bemoeide zich niet veel met mijn reilen en zeilen. Behalve toen ik een poster van de PSP voor mijn raam had gehangen met een blote vrouw tussen de koeien en de tekst ’Ontwapenend’. Ik vond het mooi passen bij de koeien in de BoterhuisPolder aan de overkant, maar hij belde mijn vader om te zeggen dat die poster weg moest.”

Hartverwarmend

Begin 1972 vertrok Roen uit de kamer met bedstee en uit Oud Ade: „Wel heb ik contact gehouden. Zo woonden mijn ouders lang in het dorp en woont mijn broer er nog. En wat merkte ik toen ik bezig was met mijn boek? Dat iedereen me wilde helpen aan foto’s of informatie. Echt hartverwarmend.”

Ook het kasboek van opa bood veel informatie. Het maakte bijvoorbeeld duidelijk hoe opa meebewoog met de omstandigheden: brachten bloemen meer op dan groenten - of andersom - dan stapte hij over. Of spitte hij handmatig een stukje weiland om. En hoe romantisch zo’n gemengd bedrijf ook leek, een vetpot was het niet met een koe of zes, een fokzeug, wat schapen en kippen, plus wat groente en/of bloemen: „Ik begreep dan ook goed waarom mijn vader opa niet opvolgde. Maar ook waarom oma met angst en beven het moment tegemoet kon zien waarop ze de middenstanders had betaald, opa Chris na thuiskomst direct naar de geldla liep en na het controleren van het kasboek meldde: ’Wat ben jij een opmaker!’

(Tekst gaat door onder de foto)

Chris de Mop met zoon Wim en de tuinbonenoogst, begin jaren ’50. Op de achtergrond de Rode molen.

Chris de Mop met zoon Wim en de tuinbonenoogst, begin jaren ’50. Op de achtergrond de Rode molen.© foto uit besproken boek

Spijt

Toch heeft Roen nog niet op al zijn vragen antwoord gekregen. Zo weet hij nog altijd niet wat zijn vader in het verzet en de daaruit voortkomende Binnenlandse Strijdkrachten (BS) heeft gedaan, terwijl daar door de jaren heen wel regelmatig op werd gezinspeeld. „Tante Alie vertelde bijvoorbeeld dat in de oorlog soms iemand langskwam met een bericht voor mijn vader. Ze ging dan met de boodschap ’Piet, je moet komen’ de Rode Polder in, waar hij aan het werk was. Ik heb ook gehoord dat hij achterop een motorfiets een Duitser moest ontwapenen. En in een huwelijkslied uit ’46 stond dat hij bij de BS was.”

„Een van de sensationele momenten tijdens mijn onderzoek was dat ik opeens een foto onder ogen kreeg van mijn vader en zeven andere mannen, allemaal gehuld in een overall met een armband zoals BS’ers die droegen. Wat dat zei? Dat hij inderdaad een rol heeft gespeeld in de BS en dat dat niet alleen een herinnering van een oom was. Vraag is wel: welke rol was dat? Er is niet een goed archief van en soms wordt die rol groter gemaakt dan-ie was, al had ik daar bij mijn vader niet bang voor hoeven zijn. Die was niet pocherig.”

(Tekst gaat door onder de foto)

Piet van der Geest (derde van links) en zeven andere mannen van de Binnenlandse Strijdkrachten.

Piet van der Geest (derde van links) en zeven andere mannen van de Binnenlandse Strijdkrachten.© foto uit besproken boek

Al met al durft Roen de stelling aan dat het maken van het boek hem veel heeft geleerd over zijn familie en de omgeving waarin ze leefden: „En daar ging het mij ook om.” Hij kan dus eenieder aanbevelen om, wanneer er iets dreigt te verdwijnen uit hun leven, uit hun ’geschiedenis’, daar iets mee te doen. „En dan het liefst zo vroeg mogelijk. Dan kun je aan de mensen in kwestie nog vragen hoe dingen nou zaten. Bij mijn vader en mijn opa - die ook wel erg zwijgzaam leek - heb ik dat niet gedaan. En vooral bij mijn vader heb ik daar spijt van.”

(Tekst gaat door onder de foto)

Boek

’Rond de Rode Polder’ telt 148 bladzijden en is rijkelijk voorzien van illustraties. Mede dankzij crowdfunding en sponsorbijdragen van bedrijven uit de Rode Polder en daarbuiten, is het boek tot stand gekomen. Het kost 20 euro.

Meer nieuws uit Leiden

Net Binnen

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.