Een fietsarrangement als pure therapie | column

Maaike van der Plas

Toen mijn vader me de website van een fietsarrangement in Winterberg liet zien, twijfelde ik of ik akkoord moest gaan met de boeking.

Het idee leek me fantastisch: vijf dagen wielrennen in een prachtige omgeving, met routes gemaakt door lokale fietsliefhebbers vanuit een hotel dat haar gasten ontvangt met een pastalunch, elke dag een ’fietssnack’ serveert, ons driegangenmaaltijden voorschotelt en ook nog eens de bezwete sportkleding dagelijks wast. In de praktijk zag ik het echter niet gebeuren.

De afgelopen twee jaar had corona regelmatig mijn vakantieplannen verstoord, maar dit keer was ik vooral bang dat mijn vader een tweede epileptische aanval zou krijgen. Dan zou hij opnieuw een tijdelijk rijverbod krijgen, waardoor we niet op de plaats van bestemming zouden kunnen komen. Na goed de annuleringsvoorwaarden te hebben bestudeerd, reserveerden we desondanks een kamer.

Toen mijn vader in februari van dit jaar, drie maanden voor ons beoogde vertrek, inderdaad weer een epileptische aanval kreeg, werd mijn vrees waarheid. Fysiek was hij dezelfde dag alweer de oude, maar de reis naar Winterberg was nu een logistiek probleem. Zelf had ik wel een rijbewijs, maar was ik door een verlammende rijangst al negen jaar niet achter het stuur gestapt. Mijn vader kwam zelf met het idee om dan maar met de trein te gaan. Doordat we onze fietsen wilden meenemen, zou dat een moeilijk traject worden met vele malen overstappen en uren wachten.

Ik stelde me voor hoe iemand die soms al spit krijgt bij het aantrekken van zijn sokken, zijn hybride racefiets meerdere malen in en uit wagonnetjes moest tillen. Elk station dat we zouden passeren, zou een vernederende herinnering zijn aan mijn onvermogen een auto te besturen. Maar het annuleren van de hele reis was nog erger: een symbool voor het accepteren dat mentale en fysieke beperkingen nu ons leven beheersen.

Anderhalve week later stapte ik in een lesauto voor een reeks opfrisrijlessen. Ik vertelde de instructeur dat mijn doel de reis naar Winterberg was, maar dat dit vast niet realistisch was binnen tweeënhalve maand. De instructeur legde me met een rotsvast vertrouwen meteen het zwijgen op: „Oh, maar dat gaat wel lukken hoor!” Aanvankelijk geloofde ik daar niets van, maar inderdaad: binnen zes lesuren reed ik in de bebouwde kom en op de snelweg. Ik kon weer schakelen, in- en uitparkeren, en zelfs een hellingproef doen.

De weg naar Winterberg werd daarna alleen maar makkelijker. Terwijl mijn vader de heuvels zou bedwingen op een racefiets die bergop wat extra ondersteuning geeft, reed ik erheen in de nieuwe auto van mijn ouders: eveneens hybride en daardoor een automaat met alle technologische snufjes die ik maar kon wensen.

Eenmaal veilig aangekomen in Winterberg werden we rijkelijk beloond. We fietsten vijf dagen door de zonovergoten heuvels, langs adembenemende uitzichten, met elke dertig kilometer een stuk taart of een schnitzel met een bord patat. Leven als een profrenner, maar dan met veel meer calorieën.

Het laatste advies dat mijn rij-instructeur mij meegaf toen we afscheid namen, was: „Blijf vooral achter het stuur stappen! Je moet het rijden niet nogmaals verleren.” Dus er zit voor mij en mijn vader niets anders op dan voor volgend jaar weer zo’n motiverend fietsarrangement te boeken. Het is pure therapie.

Meer nieuws uit Opinie-Column

Net Binnen

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.