Jazzpianist Rob Agerbeek speelt met zijn trio in Leiden: ’Mijn moeder gaf mij één pianoles’

Jazzpianist Rob Agerbeek achter zijn instrument.© Publiciteitsfoto

Ken Vos
Leiden

Rob Agerbeek (Batavia, 1937) neemt een bijzondere plaats in de Nederlandse muziekgeschiedenis in. Hij was een van Nederlands belangrijkste jazzpianisten, toen die in de jaren 50 en 60 nog op de vingers van twee handen te tellen waren.

Illustere tijdgenoten van hem waren Rob Madna, Pim Jacobs, Cees Slinger en Frans Elsen. Vorig jaar kwam een trio-album uit, dat te beschouwen is als een ijkpunt waarop wordt teruggekeken op zijn carrière en hij ook iets laat horen van zijn laatste ontwikkeling als musicus.

Op ’Lock, Stock & Barrel’ (Limetree Records) laat Agerbeek ook horen hoe hij invloeden uit het verleden gebruikt om vooruit te kijken. Vorig jaar zou hij al zijn album presenteren in het Leidse cultuurcentrum Sijthoff en dat werd vanwege de coronapandemie uitgesteld. Opvallend aan de productie is de aanwezigheid van het boogiewoogie-element in zijn spel.

Nog voordat Agerbeek zich serieus met jazz ging bezighouden in Nederland, luisterde hij in Indonesië veel naar platen van boogiewoogie-pianisten als Pete Johnson, Jimmy Yancey, Albert Ammons en Meade Lux Lewis. Twee stukken van het laatste album zijn specifiek aan de boogiewoogie gewijd.

Pas na zijn aankomst in Nederland als 17-jarige begon Agerbeek zich serieus in de jazz te verdiepen. ,,Geïnfecteerd met de jazz raakte ik pas in Nederland. Mijn moeder gaf klassiek pianoles, maar had niet het geduld met mij dat ze wel met haar leerlingen had. Zodoende ben ik na slechts één les autodidact gebleven. Mijn vrienden hier moedigden mij aan toen ze me hoorden. Door schoolfeesten kwam ik weer in contact met jazz en er kwamen in Den Haag ook grote namen als Count Basie en Duke Ellington langs die mij hebben gestimuleerd.’’

,,Mijn voorkeur ging in de moderne jazz uit naar Bud Powell, Horace Silver en Wynton Kelly, de hardbop. Het toeval wilde ook dat de Dutch Swing College Band mij regelmatig als invaller inhuurde, hoewel ik daar stilistisch eerst mijn twijfels over had.’’ Later was hij ook vast bandlid. Rond 1970 ontstond er nieuwe belangstelling voor de boogiewoogie. ,,Met Rob Hoeke, een leerling van mij, en Jaap Dekker was er de Grand Piano Boogie Train. Ik hield me eigenlijk meer bezig met de pure boogiewoogie, wat oorspronkelijk een gitaarstijl is.’’

,,Een hoogtepunt was in 1976 toen ik bij Art Blakey speelde als vervanger van Mickey Tucker tijdens een Europese tournee van The Jazz Messengers. Ik had eerder vaak met drummer Art Taylor gespeeld in de band van tenorsaxofonist Johnny Griffin en Taylor gaf mijn naam door aan Art Blakey.’’ Rob Agerbeek speelde ook zeer vaak met Don Byas, Ben Webster, Dexter Gordon en later Arnett Cobb, grote tenoristen.

,,Mijn vorige trio bestond uit bassist Alex Milo en Ben Schröder op drums. Ze gingen andere dingen doen, zodat ik als backup een tweede trio opzette. Vanaf zo’n vijftien jaar geleden heb ik regelmatig in Murphy’s Law opgetreden, een bar in Den Haag waar ik ook advies gaf voor de muziekprogrammering. Ik heb 23 keer op het North Sea Jazz Festival gespeeld. Vanaf 1976 had ik een kwintet, waarmee ik daar veel met bekende Amerikanen speelde. Ik ben niet met het festival meeverhuisd naar Rotterdam.’’

,,Het mooie van het album is dat Erik Albjerg (bas) en Tjeerd Klapwijk (drums) zo goed aanvoelen wat ik met mijn bopfeeling wil. Mijn stijl heeft zich geëvolueerd, zowel ritmisch als harmonisch. Het titelstuk is een soort opsomming van de stijlelementen, die ik interessant vind.’’

Rob Agerbeek Trio, vrijdag 10 juni, 20:00 uur, Sijthoff, Leiden.

Meer nieuws uit Leiden

Net Binnen

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.