Recensie Over de Tong | Leidse gezelligheid in koffietent ’t Laantje

Tekst: Gertjan van Geen Foto: Taco van der Eb

Tegen de grens met Zoeterwoude en Leiderdorp, langs de Leidse Hoge Rijndijk, bevindt zich al jaren eetcafé ’t Laantje, pleisterplaats voor langsfietsende toeristen en lokalo’s. Een ouderwetse koffietent.

Het is op steenslinger afstand van mijn huis, ik ben er al honderden keren of meer langs gefietst en toch was ik er nog nooit naar binnen gelopen. Waarom? Dat is de vraag. De buitenkant mag er dan enigszins gedateerd en sober uitzien, aan alle kanten straalt de Leidse gezelligheid je tegemoet.

Opgegroeid een kilometer verder, werd ik op jonge leeftijd al geconfronteerd met het fenomeen koffietent. Als kind kon je bij Aad van de ’Mariton’ op de Burggravenlaan snoepjes halen tegen veel schappelijker prijzen dan bij Janson op de hoek van De Laat de Kanterstraat en Cobetstraat. Later nuttigden we met een groepje van de redactie op vrijdag altijd de lunch bij Eus van Kanaalzicht. Helaas verdwenen.

Het fenomeen koffietent is heel simpel. Bij voorkeur is het een uit hout opgetrokken keet voorzien van eenvoudig meubilair. Plastic is daarbij geen probleem. De kaart is simpel, maar moet in ieder geval een broodje ei, tosti, bal gehakt, filet americain of tartaar en warm vlees bevatten. Al dan niet met saus. En binnen vijf minuten staat alles op tafel.

Eigen zaken

In de koffietent is het niet de bedoeling dat je je met je eigen zaken bemoeit. Als je rustig wilt zitten, ben je aan het verkeerde adres. De tafel linksvoor kletst met de tafel rechtsachter en betrekt ongevraagd andere gasten erbij. Binnenkomen betekent de hele goegemeente groeten. Dat kan met een handgebaar, maar een luidkeels ’goedemiddag’ geniet de voorkeur. Er wordt altijd terug gegroet, of het nou een lichte grom is of een knikje. De mores van een koffietent zijn verder ongeschreven. Je leert het vanzelf.

De koffietent heeft veel vaste gasten, dat moge duidelijk zijn, maar leidt niet to een bepaalde hiërarchie En, net als in het ’Kleine Café aan de haven’, worden de wereldproblemen opgelost voor altijd. Niet per se tussen twee glazen bier, een deel van de klanten moet immers gewoon weer werken na de lunch. En glazen bier? Dat kennen we niet. Je lurkt aan een pijpie.

Hoewel de Facebookpagina aangeeft dat ’t Laantje alleen doordeweeks van 07.00-18.00 uur is geopend, worden er uitzonderingen gemaakt voor de Formule 1. De Max-fans kunnen op zondag hun hart ophalen, waarbij ’t Laantje zich niet heeft laten verleiden tot het exorbitant verhogen van de bierprijzen, zoals andere horecagelegenheden na de coronacrisis hebben gedaan. Ook voor privéfeestjes is ’t Laantje met zijn hele inventaris voor een schappelijke prijs af te huren, zo staat er.

Maar dat terzijde. Op deze vrijdagmiddag straalt het zonnetje volop en dat betekent dat het terras vol zit. We vinden ons plekje binnen, waar het druk is met afhalers. Bestellingen doe je aan de bar van de met houten lambrisering en kurk beklede wanden. Aan de muur veel foto’s met Leidse tafereeltjes van vaak lang geleden. De koffie komt niet uit een luxe espressoapparaat, maar er staan gewoon twee kannen op warmhoudplaatjes. 1 euro voor een bakkie, waar vind je het nog? Op een tafel links staan op een schaal de kano’s en gevulde koeken voor wie er wat bij wil. Rechts naast de ingang staat een koelkast waar je zelf je drinken uit pakt. Dat gaat allemaal in goed vertrouwen. In een koffietent belazert niemand niemand. Bij het afrekenen noem je gewoon op wat je gehad hebt.

Broodje bal

We hebben niet overdreven veel trek en laten het bij een broodje bal met mayonaise, een brood warme beenham met honingmosterdsaus, een broodje eiersalade en een broodje warm vlees met pindasaus. Met drie flesjes fris zetten we ons aan tafel, waar het eten gebracht wordt. Over de kwaliteit kunnen we kort zijn. Hier staat geen sterrenchef alles vers te bereiden, maar de hoeveelheden zijn prima. De gehaktbal lijkt wel zelf gedraaid, maar de eiersalade komt gewoon van de groothandel zo schat ik in. Het broodje warm vlees heeft een flinke lik pindasaus erop (hou ik van), daar waar gelukkig zuinig is gedaan met de honingmosterdsaus bij de beenham. Het is allemaal goed te verteren en, zoals gezegd, we hoeven geenszins diep in de buidel te tasten. Dit stukje Leids erfgoed moet behouden blijven.

Meer nieuws uit Leiden

Net Binnen

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.