Een hete zomer, door hitterecords én het publieke debat dat tot een kookpunt komt | column

Jan-Kees Emmer

We beleven letterlijk en figuurlijk een hete zomer. Terwijl het ene hitterecord na het andere wordt gebroken, brengen de stikstofdiscussie en de daarmee gepaard gaande boerenprotesten ook het publieke debat naar het kookpunt.

De dijken van de polder dreigen niet alleen te bezwijken onder watertekort, maar ook doordat polariserende geluiden steeds meer die van de redelijke meerderheid dreigen te overstemmen.

Als we het luidruchtige deel van de samenleving mogen geloven, is Nederland afgegleden naar het niveau van een dictatuur en is het tijd om in verzet te komen. Aangewakkerd door opportunistische politici en complotfantasten durft deze groep steeds openlijker voor haar mening uit te komen en zaait ze meer en meer onrust met leuzen die een steeds ongemakkelijker gevoel oproepen.

Even was daar de hoop dat het na het luwen van de coronacrisis rustiger zou worden aan het front van het ongenoegen. Dat is vooralsnog een illusie. Verslaafd geraakt aan de impact van de provocatie zie je dat een deel van de corona-opstandelingen de mentale lenigheid heeft om de boerenprotesten te omarmen als hun nieuwe levensdoel. En dus zie je ook in burgerlijke Vinex-wijken omgekeerde Nederlandse vlaggen wapperen.

Het is een potsierlijk gezicht, omdat je kunt aannemen dat veel van die stadse ’boeren’ nog nooit een boerderij van binnen hebben gezien. Als je even niet oplet, ga je bijna geloven dat het helemaal mis is met ons land. Dan vergeten we bijna dat het hier nog steeds om een minderheid van lawaaimakende oproerkraaiers gaat die maar één doel hebben: ontregelen.

Want ondertussen leven we in een van de meest welvarende landen van de wereld. Een land dat zó rijk is dat velen van ons het zich kunnen permitteren om in deeltijd te werken, zonder daar een boterham minder om te hoeven eten. Een land waar je sinds kort als man en vrouw voor je kind mag zorgen en dan ook nog grotendeels doorbetaald krijgt. Een land waar je in de avonduren veilig over straat kan. Een land waar je mag zeggen wat je wil, zónder dat je in de boeien wordt geslagen. Een land waarvoor mensen uit andere delen van de wereld hun leven in de waagschaal stellen om zich hier ook te mogen vestigen.

Niet dat er geen dingen misgaan. De toeslagenaffaire, de afhandeling van de bevingsschade in Groningen en de asielcrisis grijpen diep in bij diegenen die het treft. De emoties die dat oproept bij gedupeerden zijn begrijpelijk.

Maar nog steeds… Dat maakt dit land nog niet tot een dictatuur. Al is het maar omdat we hier elke vier jaar naar de stembus mogen en daar onze eigen vertegenwoordigers kiezen. Wie er een potje van maakt, wordt ongenadig weggestemd. En wie niet wordt weggestemd, zoals tot nu toe VVD-leider Rutte, die doet het in de ogen van de stille meerderheid kennelijk zo slecht nog niet.

Hoewel we in meteorologisch opzicht het grootste deel van de zomer erop hebben zitten en meer gematigde temperaturen gloren, is het de vraag of het publieke debat al over zijn kookpunt heen is. Al is het maar omdat aan de horizon alweer een gascrisis en een verwoestende inflatie opdoemen.

Het is te hopen dat de dijken van de polder het houden. Want uiteindelijk komen we alleen ’polderend’ verder in dit machtige kleine landje.

Meer nieuws uit Opinie-Column

Net Binnen

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.