Onbetaald getankt | column

René Diekstra

Wij, mijn vrouw en ik, zijn onderweg naar ons al 20 jaar favoriete vakantie-oord, het meer van Bled in Slovenië – de meest romantische plaats in Europa meen ik – als ik ter hoogte van Frankfurt in een soort van stuip schiet. „Oh God, we hebben vergeten bij dat tankstation te betalen!”

Even vallen we alle twee stil als onze geheugens als razende te keer gaan de film van de laatste drie kwartier of zo terug te draaien. „Oh nee toch!” roept ze dan minstens even geschrokken en geschokt uit! „Dat klopt. Wat stom!” Wat klopt is dat we zo’n 80 kilometer eerder getankt hebben, de auto bij de pomp hebben weggereden omdat er auto’s achter ons stonden te wachten en iets verderop geparkeerd. Precies tegenover de ingang van de toiletten.

Omdat we beiden een bijna risicovolle aandrang ervoeren, besloten we eerst daaraan aandacht te geven. Aan de mannenkant ging dat zonder oponthoud en ook aan de vrouwenkant veel sneller dan gebruikelijk.

Toen we weer naar buiten kwamen en onze auto aan de overkant zagen staan, was wat ons voornamelijk bezighield onze fysieke opluchting, de gedachte dat we er voorlopig weer een tijdje tegen konden en dat we ons hotel voor onderweg op de geplande aankomsttijd wel zouden halen. In die stemming zijn we min of meer tevreden automatisch ingestapt en weggereden. Een stemming die radikaal omsloeg toen we als bij een blikseminslag enige tijd later tot de fataal aanvoelende conclusie kwamen dat we zonder te betalen waren weggereden.

Het voelde alsof we van het een op het andere moment, een stelletje boeven waren geworden. Wat volgde was een stressvol heftige discussie over wat te doen. Teruggaan? Maar we waren inmiddels al zeker 60 tot 80 kilometer verder, daarbij andere tankstations gepasseerd en geen idee hoe dat gemiste tankstation heet. De hele afstand terugrijden, dan weer onze weg hernemen en bij elk station stoppen en navraag doen naar een auto die zonder te betalen zo’n 20 liter had ingenomen, leek ons vrijwel ondoenlijk. (Hoewel het wel voelde als een passende straf voor onze stommiteit).

Uiteindelijk besloten we onze weg te vervolgen, meteen bij het eerste het beste volgende station uit te zoeken waar het mogelijk verkeerd was gegaan, met het benadeelde station contact op te nemen en over de telefoon meteen met creditcard te betalen. Dat leverde meerdere keren niets op en maakte mede door enkele nutteloze navragen dat we ons de rest van we reis toch een soort van kleine boeven, weliswaar ongewild en onbedoeld, zijn blijven voelen. Een gevoel dat we zolang we onze schuld en de bijbehorende uitleg niet direct aan de belanghebbende hebben kunnen bekennen en voldaan, zal blijven bestaan. Vrezen we.

Of is dat juist goed? Hoe dan ook, we hebben een instantie ingeschakeld om ons daarbij te helpen. In de tussentijd klampen wij ons maar vast aan die gevleugelde uitspraak van mijn leermeester Albert Ellis: het gaat er in het leven niet alleen om wat voor fouten je maakt, maar minstens zozeer hoe je je daar achteraf over voelt.

Meer nieuws uit Opinie-Column

Net Binnen

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.