Fijnste dat er is, dochter zijn van een bibliothecaresse | column

Maaike van der Plas

Als kind was het leven overzichtelijk. Papa werkte bij de krant en mama in de bibliotheek. Inmiddels ben ik volwassen en is het eerste deel van die zin al tijden niet meer waar.

Mijn vader ruilde de redactie voor de communicatieafdeling van een woonstichting en ging onlangs met pensioen. Mijn moeder heeft het langer volgehouden bij dezelfde instelling. Hoewel ze haar baan inmiddels combineert met een functie als gemeenteraadslid, is ze als bibliothecaresse blijven werken. Afgelopen woensdag sloot ik echter aan bij haar afscheid. Na 41 jaar gaat ook zij met pensioen.

Met mijn vader ging ik vroeger wel eens mee naar de krant. Ik herinner me een zee van bureaus en computers, waar je goed onder kon spelen. Soms kreeg ik een chocoladereep uit één van de automaten. In december gingen we naar de Sinterklaasviering, waar ik doodsangsten uitstond als ik mijn cadeautje moest ophalen. Het was echter de werkplek van mijn moeder die bij mij het meest teweegbracht. De bibliotheek was een magische plek voor een meisje dat hartstochtelijk van lezen hield. Ik ging graag op zoek naar het donkerste hoekje, waar het helemaal stil was. Dan pakte ik het dikste boek en drukte ik mijn neus bijna tegen de vergeelde pagina’s om de geur op te snuiven. Wat mijn moeder precies deed in de bibliotheek begreep ik eigenlijk niet, maar wel wist ik dat ik er ook wilde werken.

Die ambitie werd realiteit op mijn vijftiende. Ik kreeg een bijbaantje als opruimhulp. Praten met klanten of collega’s vond ik doodeng; het enige dat mij aanmoedigde om toch steeds te komen opdagen waren de boeken. Ik kreeg als een van de eersten de nieuwe exemplaren in handen en mocht kiezen welke titels een prominente plek in de kasten kregen. Door mijn moeder was ik allang gewend geraakt aan bepaalde privileges: onbeperkt uitlenen en verlengen, nooit boetes betalen voor het te laat inleveren van het leesvoer. Nu kon ik ook goedkoop zeldzame items laten overkomen uit andere bibliotheken. Ik keek vooral uit naar de zaterdag die eens in de drie weken kwam: dan werkten mijn moeder en ik samen. Zij boven op de jeugdafdeling, ik beneden bij de volwassenen. Ik nam vaak een tussendoortje voor haar mee en zodra de vestiging sloot, gingen we samen lunchen in het dorp.

Mijn tijd in de bibliotheek is zeer beperkt tegenover de staat van dienst van mijn moeder. Het bijbaantje was niet verenigbaar met de coschappen en inmiddels ben ik arts. Mijn moeder heeft de bibliotheek in vier decennia ingrijpend zien veranderen. Deels door mooie innovaties, zoals het computersysteem, een goede website en allerlei publieksactiviteiten, waardoor de bibliotheek steeds toegankelijker is geworden voor iedereen. Maar ook bezuinigingen, een hopeloze zoektocht naar een locatie voor een nieuwe hoofdvestiging en een ingewikkelde fusie. Ik heb gezien hoe mijn moeder van haar werk en haar collega’s heeft gehouden, maar ook dat de liefde voor boeken je niet kan beschermen tegen dit soort bureaucratische en politieke ellende.

Tijdens mijn moeders afscheidsdiner denk ik terug aan mijn kinderdromen. Inmiddels zie ik dat ik het mis had. Je moet niet willen werken in een bibliotheek. Veel beter is het om de dochter van een bibliothecaresse te zijn.

Columnist Maaike van der Plas is neuroloog in opleiding bij het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC).

Lees ook: Als ons ziekenhuis talentvolle mensen de deur uit laat lopen, welke toekomst heeft het dan? | column

Lees ook: Zo’n gedoe als je columns prikkelen | column

Lees ook: Asfalt kussen en ernstige schaafwonden | column

Lees ook: Columnist Maaike van der Plas treedt in de voetsporen van haar vader en oud-columnist Dick van der Plas: ’Nu is het mijn beurt’

Meer nieuws uit Opinie-Column

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.