De champagne wordt niet ontkurkt, maar u snapt het idee | column

U leest momenteel mijn negenennegentigste column voor deze krant, jawel, de negenennegentigste, dat is een mond vol. Ik verwacht niet dat er aankomende week een fles champagne klaarstaat. Het schrijven van columns gaat nou eenmaal in eenzaamheid. Bij deze ga ik er samen met u toch even bij stilstaan.

Het is nu negen uur ’s ochtends, de champagne is uiteraard niet ontkurkt, maar u snapt het idee.

Hoofdredacteur Corine de Vries belde me midden in coronatijd of ik geïnteresseerd was in het schrijven van een wekelijkse column. We zaten midden in pandemie-ellende; anderhalve meter maatschappij, eigen bubbels (die destijds bij mij uit één persoon bestond), stille winkelstraten en raamvisites. Daar zijn dan ook een hoop columns over gegaan, de totale eenzaamheid die dat heeft gebracht.

Mensen vragen me regelmatig hoe dat nou werkt; een column schrijven. Ik wou dat ik ze zomaar uit mijn mouw schudde, maar niets is minder waar. Het stukje tekst dat u tijdens het weghappen van een gebakken ei en wegslurpen van een kopje koffie, hopsa, met gemak in drie minuten kan consumeren, komt niet zomaar. Gedurende de week lees ik meerdere kranten, en ook de columns van mijn collega’s, zodat we niet onverhoopt vijf dagen achter elkaar op dezelfde plek, over hetzelfde onderwerp schrijven.

Het leukste gedeelte van het schrijven, is helemaal niet het schrijven zelf. Het zijn de momenten waarop ik incognito op een verjaardagfeest mijn oren spits of waarin ik als luistervink in de trein liefdesperikelen zit af te luisteren. Maar ook bij minder mooie momenten; bij de vve-vergadering waarin ik me opwind over lhbtiq+ grappen of wanneer ik „No Asians” op datingapps zie. De onderwerpen liggen voor het oprapen, juist de keuze waar je over schrijft, definieert een columnist.

Persoonlijk onrecht hoort niet via dit medium gerevancheerd te worden, al is de verleiding soms wel groot; toen ik werd opgelicht door mijn reisverzekering, uitgescholden voor kutchinees of mijn vlucht had gemist wegens drukte op Schiphol.

De deadline voor deze column op de dinsdag, is de dag ervoor. Zondagochtend ga ik rustig nadenken over waar ik het precies over wil hebben. En dan aan het werk, wat een soort sudoku met woorden is, een puzzel om binnen de vijfhonderd woorden te blijven. Het schrappen duurt net zo lang als het schrijven, een vrij precies proces, vergelijkbaar met het trimmen van je overtollige lichaamshaar.

Voor de tekst naar de drukker gaat, stuur ik die naar mijn medelezer Koos Terpstra die de foutjes eruit haalt, en dan naar de redactie van de krant. Soms krijg ik een herformulering of een schrijffout terug. Opgegroeid met een andere taal, zijn dit toch wel de mailtjes die me met schaamte vervullen. „Nhung, over negenennegentig; getallen tot en met twintig schrijven we voluit, net als tientallen en meestal ook honderdtallen”

Prima. Voelt u zich vrij me te allen tijde een bericht te sturen, ik ben er elke week, u bij de honderdste ook? Proost!

Meer nieuws uit Opinie-Column

Net Binnen

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.