Er is gratis frisdrank en chocola, dus ik ben niet te beroerd om vandaag weer door de AIOS-toets heen te klikken | column

Maaike van der Plas

De timer op mijn scherm die de wachttijd tot het begin van de toets aangeeft, telt gestaag af naar nul. Om me heen wordt nog door diverse collega’s om neurologische feitjes gesmeekt: „Welke mutaties zijn ook weer gunstig bij glioblastomen? Hoeveel mensen met een RIS ontwikkelen binnen vijf jaar MS? En was het nou met inversie of eversie dat je letsel van de nervus peroneus kan onderscheiden van een probleem met de wortel L5?”

Naast mij vervloekt iemand zijn computer, die dit moment heeft gekozen om een Windows-update te installeren. Zelf open ik een blikje cola en eet ik een Bounty: krachtvoer geleverd door onze opleider. Het is weer tijd voor de jaarlijkse AIOS-toets.

De AIOS-toets wordt afgelegd door alle artsen in opleiding tot neuroloog in Nederland. De inhoud bestaat uit honderd meerkeuzevragen, die gebaseerd zijn op huidige richtlijnen en een specifiek boek van meer dan duizend pagina’s. Bij elkaar is dat zoveel materiaal dat de meesten van ons ervoor kiezen om niet daadwerkelijk te studeren, maar simpelweg te hopen dat we in de dagelijkse praktijk zoveel kennis hebben opgedaan dat het wel goed zal komen.

Deze strategie heeft mij de afgelopen drie jaar geen windeieren gelegd en omdat je de AIOS-toets slechts één keer in de hele opleiding met een voldoende hoeft af te leggen, heb ik inmiddels al niets meer te vrezen. Maar er is gratis frisdrank en chocola, dus ik ben niet te beroerd om vandaag weer door de toets heen te klikken.

Het eerste dat mij opvalt aan deze editie is dat de makers de mogelijkheid om per vraag commentaar te leveren hebben verwijderd. Ik vind dat een jammerlijke maar invoelbare beslissing. Sommige collega’s hadden de neiging bij elke vraag bezwaar te maken, in de hoop dat er meerdere antwoorden goedgekeurd zouden worden. Degene die vorig jaar naast mij zat, was zoveel aan het typen dat ik vreesde dat ik ergens een essayvraag over het hoofd had gezien.

Zelf ging ik altijd spaarzaam om met de commentaaroptie. Alleen bij vragen naar bijzonder obscure onderwerpen of zeer specifieke percentages gingen mijn vingers naar het toetsenbord. Mijns inziens zou de toets zich moeten richten op parate kennis en niet op feitjes die je alleen kunt weten als je toevallig een bijzinnetje op pagina 486 uit je hoofd hebt geleerd. Momenteel moet je de toets helemaal zonder hulpmiddelen of naslagwerken maken.

Dat is vooral frustrerend zodra er vragen komen waarvan je weet dat het antwoord op de zakkaartjes staat die je in de linkerzak van je witte jas hebt zitten. Persoonlijk zou ik pleiten voor een versie van de toets waarbij je geen drie uur zonder hulpmiddelen voor de honderd vragen hebt, maar vijfenzeventig minuten met het volledige internet tot je beschikking. Dat simuleert veel beter de dagelijkse praktijk, waarin je ook zaken kunt opzoeken, maar niet alles en niet de hele tijd, want anders loopt de poli te veel uit.

Filosoferend over dergelijke innovaties werk ik mij in vijfenveertig minuten door de hele toets. Ik check mijn antwoorden nog een paar keer. Bijna druk ik op ’inleveren’, maar dan zie ik dat de opleider nog een rondje maakt met de snacks. Misschien kan ik er nog een Snickers uitslepen.

Meer nieuws uit Opinie-Column

Net Binnen

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.