Rust, bedachtzaamheid, mededogen en humor, ja, daar heb je wat aan als je kanker hebt | column Vak K

Erna Straatsma

Aandacht en begrip zijn heerlijk als je ziek bent. Maar innig ’meelevende’ omstanders kunnen me gestolen worden.

De mammaverpleegkundige in het ziekenhuis werd me jaren geleden toegewezen voor geestelijke en praktische bijstand. Ik kon met al mijn sores bij haar terecht, zo werd gezegd.

(Misschien goed om te zeggen maar een mammaverpleegkundige is geen surrogaatmoeder. Ze is een ’aanspreekpunt voor borstkankerpatiënten en hun naasten’ op de zogenoemde mammapoli. Ze regelt afspraken en biedt steun, is aanwezig bij alle gesprekken met een chirurg.)

Ze zette na de kennismaking een kop thee voor me neer en legde haar hand op mijn schouder. Met een huilerige blik nam ze plaats op een stoel tegenover me. „Wat vervelend allemaal, wat erg allemaal. Wat een toestand.”

De moed zonk me in de schoenen.

Ze was waarschijnlijk een ’mensenmens’. Zo’n type dat zichzelf op de schouders klopt voor diepe gevoelens en zijn of haar omgeving voortdurend trakteert op sentiment.

(Mensenmensen zijn ook vaak dierenmensen, ze raken hevig ontroerd van kattenfilmpjes op sociale media. Zelf ben ik waarschijnlijk meer een plantenmens. Of misschien wel een boekenmens. Ik weet het niet. Ik ben een mens.)

Bij een tweede afspraak met de chirurg zat de mammaverpleegkundige als een soort Irma Sluis achter de specialist. Haar gezicht betrok hevig bij opmerkingen over mogelijke amputatie dan wel borstbesparend snijwerk. Ze beeldde de woorden ’misschien mogelijk’ en ’plastisch chirurg’ met veel pathos uit.

Door haar emotionele erupties raakte mijn ademhaling van slag. Ik zag er tegenop haar nog een keer te treffen tijdens een gesprek met een arts. Kon ik het maken om te zeggen dat ik haar liever niet meer zag? Ik vond van wel. En heb dat ook gedaan.

Zo gaat dat soms met ’goede bedoelingen’ van meelevende omstanders. Ze pakken verkeerd uit.

Artsen en verpleegkundigen die rustig en bedachtzaam uitleggen wat er aan de hand is, daar hou ik van. Zakelijk maar ook vol mededogen. Zonder medelijden. Een groot verschil.

De prikkers bij de afdeling bloedafname, die vaak grapjes maken, daar knap ik van op. Opgeruimde ziekenhuismedewerkers die buisjes bloed aftappen en ondertussen zorgen voor wat lucht in je wankele bestaan. Soms hebben ze de radio aan staan, soms zingen ze, of roddelen ze over gedoe op de werkvloer.

De physician assistent die me haar 06-nummer geeft. Die ik in noodgevallen mag bellen, ook buiten kantooruren. Daar heb ik wat aan. Ze is er voor me. Ze geeft me haar vertrouwen dat ik geen misbruik maak van dat nummer. Ik hoef haar niet te bellen, maar het kan.

„Het beste hè”, zeggen al die hardwerkende ziekenhuismedewerkers bij het afscheid. Kort en goed.

Lees ook: ’Als er één woord is dat ik als patiënt graag uitspreek, is het ’kanker’. Kanker, kanker, kanker | column Vak K

Lees ook: Met snotdraden in de MRI | column Vak K

Verslaggeefster Erna Straatsma (1963), werkzaam bij deze krant, heeft uitgezaaide borstkanker. Ze vertelt over haar leven als patiënte in het kankercircuit, ofwel Vak K.

Meer nieuws uit Opinie-Column

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.