Meer ruzie, vooral op de werkvloer. Met collega Veldhuis, graag | column

Richard Kemper

Ik heb het jaren verborgen gehouden, maar het gaat niet meer. Ook binnen ons bedrijf – Veldhuis & Kemper – is er jarenlang sprake geweest van grensoverschrijdend gedrag. We zijn slechts met z’n tweeën maar dat maakt voor het principe niks uit.

Ook bij ons zijn er mensen uitgescholden. Deuren uit sponningen gesmeten. Gekleineerd. Uitgelachen. Weggehoond. Er zijn momenten geweest dat een van ons dacht dat de gel die gekocht was voor de ander expres zorgde voor haaruitval. Op het moment dat de kapper begint te lachen als je vraagt ’Waarom knip je steeds vaker zo’n brede middenscheiding?’ weet je genoeg. Als de een zijn tekst vergat tijdens de voorstelling, ging hij na afloop automatisch al op zijn knieën in de kleedkamer van de ander. Hoorde erbij. Je wil in De Champions’ League van het cabaret meedoen of niet.

Het kon ook gezellig zijn. Soms. In de bus. Op het toneel. Maar in de coulissen trok meer dan eens een ijzige sfeer op. Liepen discussies uit de hand. En dat ging verder dan roepen. „Ik kan het wel met je eens zijn, maar dan zouden we allebei ongelijk hebben!” Veel verder. Gelukkig is er ingegrepen door de directie toen de eerste signalen binnenkwamen. Die directie zijn we overigens allebei zelf.

Klokkenluiders noemden we ze, de klagers. Waren we ook zelf. Dus we stelden loketten in. Meldpunten. Vertrouwenspersonen. Waren we weer allemaal zelf. In een klein bedrijf moet je nu eenmaal van alle markten thuis zijn. Onder strikte garantie van anonimiteit konden we ons beklag doen. Tegen elkaar. Over elkaar. Zonder dat de ander dat hoefde te weten natuurlijk. Dat hielp. We stelden procedures op. Er werd bij ons alleen nog genderneutraal gescholden en elke scheldpartij voorafgegaan door een disclaimer: „De volgende ’randdebiel’ is niet persoonlijk.”

Zo hebben wij sámen gewerkt aan een ’veilige’ werkomgeving. Dat scheelt. Bij ons geen smeulende puinhopen of wegkijkende impresario’s. Groot verschil met andere organisaties die tonnen besteden aan trainingsprogramma’s voor een veilige werkomgeving is dat wij nergens proberen te voorkomen dat er ruzie wordt gemaakt. Sterker nog, onze ruzies zijn de kracht van onze samenwerking. De zuurstof waarmee we elkaar op scherp zetten. Het onmisbare ventiel van opgebouwde, onderlinge spanning. En het bewijs dat we ertoe doen voor elkaar. Geen ruzie maken grenst al snel aan onverschilligheid. Over wat je aan het doen bent en wat je voor elkaar betekent. Ik zou bijna zeggen: zonder liefde geen ruzie. Liefde voor het vak. Voor elkaar.

Als mensen structureel worden gekleineerd op basis van ongelijke machtsverhoudingen is dat natuurlijk nergens goed voor. Dat moet worden aangepakt. Beter nog, dat verdient een goeie ruzie! Die alleen maar ’goed’ is als je elkaar gelijkwaardig de maat kan nemen trouwens. Omdat je weet dat het wel goed zit. Dan is het misschien wel net datgene wat het leven een beetje kleur geeft. Waarbij je wat voelt. Of deelt. Zoals een goede grap, een tranentrekkende film, een lied waarin je elkaar vindt of verdriet wat je samen overvalt.

Als we niet oppassen groeien we naar een samenleving waarin alles steeds vlakker wordt. Waarin alle plooien zijn gladgestreken tot een smetteloos tafelkleed waaronder alle emoties zijn geveegd. Daarom zou ik bijna willen roepen: willen we meer of minder ruzie? Meer, meer, meer! Zo jammer dat Veldhuis daar anders over denkt. Dat wordt weer ruzie. Heerlijk.

Meer nieuws uit Opinie-Column

Net Binnen

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.