Jong? Nee zeg. Ik wil oud zijn | column Vak K

© Foto Hielco Kuipers

Erna Straatsma

Oud worden, dat was vroeger een afschrikwekkend toekomstbeeld voor me. Zo’n craquelé gezicht en een ’kippennek’, was dat mijn voorland? Of zou ik voor die tijd mijn toevlucht nemen tot een plastisch chirurg? Jarenlang de schijn ophouden. Als een soort anachronisme (Iets wat niet in de tijd past), zoals Madonna.

Mijn grootouders deden niet mee aan zo’n forever young-mode. Die mode bestond destijds niet. Ze waren op hun 65ste al zo oud dat ze recht hadden op een plek in een bejaardenhuis. Daar konden ze in alle rust hun laatste jaren doorbrengen. Omringd door liefdevolle verzorgers. Ze deden dat overigens niet, ze bleven hun hele leven zelfstandig wonen.

Mijn oma kreeg op hoge leeftijd darmkanker (’haal alles er maar uit, snij het maar weg. Oh, kan dat niet. Jammer’) en ging daar snel aan dood. Mijn opa bleef achter, jarenlang alleen. Toen twee derde van de namen in zijn adressenboekje waren doorgestreept, hield hij het voor gezien. Met hulp van de huisarts kwam er een einde aan zijn leven. Mijn pake keek voetbal op de televisie en voelde zich ineens niet zo lekker. Toen zijn vrouw uit de keuken kwam, zat hij dood in zijn stoel. Zij, mijn beppe, belandde jaren later in het ziekenhuis. Nee, niet reanimeren, zeiden haar kinderen. Het is mooi geweest.

Toen ik tien jaar geleden kanker kreeg, op mijn 49ste, vond ik mezelf niet oud. Te jong om dood te gaan althans. Mijn zoon was negen, ik voedde hem alleen op. Hij had mij nodig.

In het ziekenhuis betrapte ik me er op dat ik met jaloezie keek naar een zeventigplusser achter een rollator. Moeizaam schuifelde hij door de gang. Wat zag dat er ineens mooi uit, die ouderdom. Al die jaren, al die ervaringen. Kleinkinderen misschien. Het ontroerde me hevig. Zo’n lief oud lichaam, kwetsbaar en beschadigd, maar mooi.

Door een chemotherapie werd ik kaal, maar dat maakte me niks uit. Ik nam me voor om nooit meer mijn haar te verven.

Ik wilde niet meer jong zijn, ik wilde oud zijn. Oud worden.

Grijs haar, boeiuh. Rimpels, prima. Overgang? Nou en. Overgang betekent dat er een nieuw hoofdstuk in je leven komt.

Zestigplussers hadden de - onbedoeld - hinderlijke gewoonte om mijn jeugd te benadrukken. Goedbedoeld. „Jij komt pas kijken. Jij bent hartstikke jong hoor. Hoe lang moet je nog werken? Nee joh, ik vind mezelf ook niet echt oud. Tachtigplussers, dié zijn oud.”

Ik ben nu 59, de kanker is terug (nooit weggeweest, moet ik eigenlijk zeggen).

Noem mij oud alsjeblieft.

Verslaggeefster Erna Straatsma (1963), werkzaam bij deze krant, heeft uitgezaaide borstkanker. Ze vertelt over haar leven als patiënte in het kankercircuit, ofwel Vak K.

Meer nieuws uit Opinie-Column

Net Binnen

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.