Kunstmatige intelligentie verzwelgt de kunsten | column

Ben ik er toch weer ingetuind, ook al had ik beter moeten weten. Maar ik was te nieuwsgierig geworden na al die schitterende beelden in mijn tijdlijn. Dus uploadde ik vijftien selfies in de Lensa-app, die voor een paar euro – en al je data – waarheidsgetrouwe portretten creëert door middel van artificiële intelligentie (AI). Egostrelende beelden van mezelf als actieheld en ruimtereiziger, in dromerige kleuren. Ik deelde ze enthousiast.

Maar kunstenaars wezen me op de schimmige wereld van Stable Diffusion, de artificiële intelligentie die Lensa gebruikt. Je moet het zien als een soort supercomputer die afbeeldingen gevoerd krijgt. Die AI vreet alles, van simpele plaatjes tot hoogwaardige schilderijen. Aan de hand van zoektermen spuwt dat monster een realistisch ogend gedrocht uit, dat is opgebouwd uit ontelbare bestaande elementen, plus wat ruis.

Kunstmatige intelligentie is fascinerend en doodeng tegelijk. Je kunt zeer specifieke zoektermen intypen voor Stable Diffusion en even later rollen er bijvoorbeeld beelden uit van een gezin dat picknickt onder een kersenbloesem in Tokio. AI wordt zo steeds slimmer, al neemt het ook menselijke vooroordelen over. Zoek je naar een knappe man, dan krijg je een witte man. Zoek je naar een lelijke man, dan zie je etnische karikaturen.

Lensa lift mee op deze technologie. De foto-app bestaat al sinds 2018, maar nam afgelopen week een vlucht toen iedereen ineens ’magical avatars’ wilde. Lensa zou de laatste jaren zo’n 28 miljoen euro hebben binnengeharkt. Maar de makers van de werken die aan de supercomputer worden gevoerd krijgen geen cent, omdat Lensa en vergelijkbare apps zich achter juridische constructies verschuilen. Daarom komen kunstenaars nu in opstand.

Is dit digitale knip- en plakwerk in feite plagiaat? Creatieve makers vinden van wel en eisen dat techbedrijven hun werken alleen hergebruiken na expliciete toestemming, tegen een vergoeding. Kunstenaar Greg Rutkowski, bekend om zijn sprookjesachtige schilderijen, ontdekte dat zijn naam liefst 93 duizend keer was gebruikt als zoekterm voor ’nieuwe’ werken. Vleiend, maar inmiddels overspoelen al die AI-variaties zijn échte schilderijen.

Technerds vinden dat kunstenaars zich aanstellen. ’Alleen slechte kunstenaars voelen zich hierdoor bedreigd. Ga echt werk zoeken’, schrijft iemand op een forum. ’Eigen schuld en nogal naïef’, reageert een ander. ’Door hun werken zelf online te zetten op websites en sociale media, maken ze het AI veel te makkelijk.’ Maar de volgende opmerking heeft grote implicaties: ’Laten we ervan genieten dat iedereen nu een kunstenaar kan zijn.’

Kunstenaars maken geen kleurplaten voor een algoritme, maar creëren persoonlijke werken, met bloed, zweet en tranen. Je kunt ze wel na-apen, maar weinig mensen kunnen zelf iets bijzonders maken. Ook in mijn eigen vakgebied wordt er gesproken over AI’s die artikelen en zelfs romans kunnen schrijven. Moeten we dat willen automatiseren? Een ambacht heeft waarde omdat er een mens achter zit, die dat werk met veel toewijding doet.

Maar als u liever een column wil lezen van een robot, op basis van wat zoektermen over de actualiteit en voorbeelden van schrijfstijlen, hoor ik het graag.

Meer nieuws uit Opinie-Column

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.