Commissie: steun rebellen Syrië kwam niet bij jihadisten

ANP Producties | Bron: ANP
Den Haag

Nederlandse steun aan rebellengroepen in Syrië tussen 2015 en 2018 is niet terechtgekomen bij jihadisten of terroristen, schrijft de commissie onder leiding van generaal-majoor buiten dienst Patrick Cammaert die het zogenoemde NLA-programma heeft onderzocht. Daarvoor zijn geen aanwijzingen gevonden, maar het is ook niet uit te sluiten.

Wel zijn "grote risico's" genomen met het hulpprogramma. Buitenlandse Zaken nam veelal genoegen met beloftes van gesteunde groepen dat ze het oorlogsrecht naleefden en geen mensenrechten schonden. Voor informatie over deze groepen in Syrië was het kabinet vrijwel volledig afhankelijk van bondgenoten en organisaties die de steun uitvoerden.

Het kabinet verklaarde "gematigde" rebellen te gaan steunen. Maar de criteria die Buitenlandse Zaken opstelde waren niet erg realistisch, aldus het rapport. Bij strikte toepassing van de criteria zou volgens de commissie geen enkele groep in aanmerking zijn gekomen voor steun. Het ministerie had "slechts beperkt zicht" op de gesteunde groeperingen die vochten tegen het regeringsleger, maar soms ook tegen elkaar.

Hulp

Verder oordeelt de commissie dat de hulp "volgens geldend internationaal recht strijdig is met het non-interventiebeginsel". Er lag geen VN-resolutie aan de hulp ten grondslag en er was ook geen uitnodiging van de Syrische overheid. Ook zouden sommige onderdelen van de steun "op beperkte schaal de ondergrens overschrijden van het geweldverbod".

De Tweede Kamer werd maar "zeer beperkt" actief geïnformeerd over de operatie, concluderen de onderzoekers. De informatie die de Kamer kreeg was "abstract en algemeen". Risico's werden niet concreet gemaakt en "soms bewust klein gehouden", zegt Cammaert. Verder stelt de commissie dat het verklaren van informatie tot staatsgeheim niet goed geregeld is en "hiermee een bedreiging is voor de parlementaire controle".

De zaak kwam aan het rollen door berichtgeving van Trouw en Nieuwsuur. Uit rechtbankstukken bleek dat de steun ook ging naar groepen die door het Openbaar Ministerie (OM) werden omschreven als een "criminele organisatie met terroristisch oogmerk". De commissie heeft niet specifiek naar deze groepering gekeken.

Steun rebellengroepen

Het kabinet steunde naar eigen zeggen in die jaren 22 zogenaamd gematigde rebellengroepen in Syrië. De namen van deze groepen blijven geheim. Volgens Cammaert blijft onduidelijk hoeveel groepen zijn gesteund. Het kunnen er 19 zijn, maar ook 25. Voor de hulp werd ruim 27 miljoen euro uitgetrokken. Het ging niet om wapens maar om zaken als pick-uptrucks, communicatieapparatuur, tenten en nachtkijkers.

Het onderzoek kwam er op aandringen vorig jaar van de Tweede Kamer. Het toenmalige demissionaire kabinet zag er niks in. Het zou volgens premier Mark Rutte destijds geen nieuws opleveren en het zou tot spanningen kunnen leiden met bondgenoten. Het kabinet gaf toen wel toe dat niet alles goed is verlopen met het programma dat met ruime steun van de Kamer was goedgekeurd. Het kabinet hoopte met het programma te voorkomen dat de gematigde oppositie zou marginaliseren.

Meer nieuws uit Binnenland

Net Binnen

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.