Marokkaanse WK-feestjes voelen ongemakkelijk | column

Richard Kemper

Zijn u en ik al zover dat we eerlijk tegen elkaar kunnen zijn zonder dat we elkaar meteen afbranden? Mag ik hier een beetje hardop denken? Zonder dat ik al precies weet of het wel of niet klopt? Ik hoop het maar want over deze column twijfel ik al dagen.

Kan dit wel? Komt daar niet enorm veel gezeik van? Nou ja, er is maar een manier om erachter te komen: daar gaan we. Ik merkte dat ik wat moeite had met de manier waarop onze Marokkaanse Nederlanders feest vierden na de overwinning op Spanje. Niet omdat ik het ze niet gun, integendeel.

Ook niet omdat ik iets heb tegen mensen uit Marokko of Nederlanders met een migratie-achtergrond. Ook integendeel. Maar de beelden van duizenden feestvierende kinderen die vanuit het diepst van hun tenen schreeuwden en gilden dat ’we’ hebben gewonnen en dat Marokko het beste land van de wereld is, viel op de een of andere manier niet helemaal lekker.

Dat vond ik best ongemakkelijk en nogal stom van mezelf. Ik wilde dit niet denken en al helemaal niet voelen.

Maar toen er ook nog een golf vernielingen overheen kwam gebeurde het toch. Hoe kan het dat veel derde generatie jongeren met een Marokkaanse achtergrond zich blijkbaar meer verwant voelen met een land dat 3.000 kilometer verderop ligt dan met het land waar ze zijn geboren en opgroeien?

Kinderen waarvan ook de ouders allebei in Nederland zijn geboren?

Generaties die al decennia in Nederland wonen, op school zitten, leven, leren, stemmen, werken, meedoen. Waarom voelen hun kinderen zich meer thuis bij een land dat ze vooral kennen van vakanties en familiebezoek dan in het land van hun huis?

Het leverde een rare kronkel in mijn buik op. En ik dacht dingen die ik niet wilde.

Willen deze kinderen hier eigenlijk wel zijn bijvoorbeeld? Of zouden ze het meer naar hun zin hebben in dat gedroomde land waar homoseksualiteit strafbaar is en waar het zomaar kan gebeuren dat je als vrouw bent verkracht en dat wil aangeven maar dan zelf in de gevangenis belandt omdat je seks hebt gehad voor het huwelijk?

Hoe kan het dat deze jongens (meisjes zag ik nauwelijks) harder juichen voor dat land dan voor hun huidige vaderland met alle kansen en gelijkheid voor hun moeders en zussen? Ik vond het eng om dit te denken, laat staan om het te zeggen.

Het voelde ongezond.

Ik wil niet horen bij de mensen die hun onderbuikgevoelens blind geloven en scanderen zonder te denken: klopt dit nou? Ieder weldenkend mens weet dat het genuanceerder ligt. Ingewikkelder. Dat er zoiets bestaat als gedeelde identiteit.

Dat wonen in een land waar je altijd hoort dat je een probleemjongere bent geen vaderlandsliefde aanwakkert. Dat als je opa en oma hier wel wonen maar jouw taal niet spreken en je steevast minder kans maakt bij sollicitaties alleen maar door je achternaam, je gevangen kan blijven in een verlangen om ergens écht bij te horen.

Dat Nederlanders in de Hollandse Club in Australië net zo hard juichen voor Louis als jongeren op het Mercatorplein voor Walid. Ik weet het allemaal. Maar hoe kom ik dan aan zo’n ongemakkelijk gevoel? En vooral, hoe kom ik ervan af?

Want voor we het weten noemen we onszelf Rijksburgers en willen we een coupe plegen. Laten we die onderbuikgevoelens nou maar bewaren voor trek in een frikandel speciaal. Ook niet gezond, maar tenminste wel lekker.

Instagram @richardkemper

Meer nieuws uit Opinie-Column

Net Binnen

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.