De geheimen van de slakkenwereld

De geheimen van de slakkenwereld

,,Kijk, ze ziet jou”, wijst Kim Jonkmans op de slak die zich op haar arm zo lang mogelijk uitstrekt, de voelsprieten gestrekt. De hartelijke, jonge Haagse is fanatiek liefhebber en kweker van de enorme slakken. In haar flat aan de rand van Den Haag kweekt ze meer dan vijftig soorten. Haar doel: een nieuwe, complete documentatie maken van de Afrikaanse reuzenslak.

Als peuter wilde de Haagse al verkleed als slak naar feestjes. Haar hele leven hield ze de dieren in een aquarium als huisdier. Tot ze, werkzaam als sociaal psychologisch hulpverlener, vorig jaar plotseling in het ziekenhuis terecht kwam. ,,Ik dacht ‘als ik dit overleef ga ik iets dramatisch anders doen, iets waar mijn hart ligt’. Voor mij zijn dat slakken.”

Ze begon met het kweken en importeren van Afrikaanse reuzenslakken. ,,Al snel ontdekte ik: er klopt heel veel niet in de slakkenwereld. Benamingen, soortindelingen en verzorging. Er is veel onwetendheid in de literatuur.” Samen met een bevriende slakkenhouder uit Duitsland bestudeerde ze de wetenschappelijke boeken in Naturalis, Leiden. ,,De informatie over Afrikaanse reuzenslakken is een rommeltje”, concludeerden ze.

Slakkensoort

Het dier op Jonkmans’ arm is de grootste slakkensoort die voorkomt, maar er is weinig over bekend. ,,Bij het indelen van de soorten heeft iemand ooit gekeken naar de lichamen van de slakken, enkel naar de huisjes. De lichamen, de eieren, de kleuren, zijn allemaal anders. Sommige soorten staan zelfs nergens beschreven”, zegt Jonkmans enthousiast.

Haar bedrijf Snailcorner importeert nu zo’n twee keer per jaar rechtstreeks slakken uit Nigeria en Kameroen. Met een Duitse vakgenoot bestelt Jonkmans ze bij handelaren die ze via Facebook vindt. Lokale bewoners, die gewoonlijk slangen en hagedissen verzamelen uit het wild. ,,Ze vinden mij wel gek, met mijn verzoek om slakken.”

Lievelingsslak

Zo kwam ook ‘Icetea’, haar lievelingsslak in een bak naar Nederland. ,,Meestal zijn ze eerst erg schuw in hun huisje, maar zij heeft interesse in alles. Dat beestje heeft gewoon karakter.” De naam? ,,Ze probeerde eens de ice tea op te drinken, toen ik haar meehad op visite”, grinnikt ze. ,,Nieuwgierig meisje”, zegt ze terwijl ze het dier op haar lijf kriebelt. ,,Ik kan haar overal mee naartoe nemen, ze vindt alles goed. Dat is zo leuk aan haar.” Ook thuis scharrelt de slak ’s avonds gewoon rond over de bank. Lachend: ,,Ze weet hier de weg, komt altijd naar me terug. Ook al duurt het soms even.”

Ook van Naturalis krijgt ze soms slakken voor verder onderzoek. En schelpen van overleden dieren gaan weer naar de collectie van het museum. ,,Het lukt me tot nu toe van alle soorten om ze te kweken”, vertelt ze niet zonder trots. Hoe meer aandacht Jonkmans de dieren geeft, hoe meer eieren ze leggen. ,,Ik ben geen bioloog en weet niks van microscopen of DNA. Maar over de lichamen en de eieren kan ik zelfs gespecialiseerde onderzoekers nog wat leren.” Bijvoorbeeld Ton de Winter, senior researcher van Naturalis, met wie Jonkmans haar bevindingen deelt.

Wildkleurslakken

,,Je gaat van alles ontdekken, als je zoveel species hebt”, vertelt de kweekster. ,,Dat er uit sommige wildkleurslakken al na de eerste generatie spontaan witte dieren geboren worden, bijvoorbeeld. Terwijl gedacht werd dat je die alleen kon kweken. Ook blijken er soorten te zijn die levend baren. Dat weet bijna niemand.” Het is tijd voor een compleet nieuwe documentatie, stelt Jonkmans. Ze gaat die uitdaging aan. In samenwerking met Naturalis en haar Duitse collega werkt ze aan een handboek.

Ze hoopt hulp te krijgen van een student, die haar kan helpen met onderzoek naar de vererving van kleuren, bijvoorbeeld. ,,Als een bioloog daarop kan afstuderen, zou dat fantastisch zijn”.

Kweekgroepen

Ze staat op van de bank en gaat voor, de ‘schatkamer’ in. Grote stellingkasten vol plastic bakken met wel vijftig verschillende soorten kweekgroepen en eieren. Het is er warm en de luchtvochtigheid in de bakken is 90%. Als plakkaten slapen de slakken tegen de wand. Ze zijn vooral ’s nachts actief. Tien, vijftien jaar worden de Afrikaanse reuzeslakken gemiddeld, schat Jonkmans. De dieren zijn doof, maar ruiken goed en zien beweging.

Haar import komt steeds uit een ander gebied, bewust. ,,Overal zijn weer andere soorten, varianten en kleuren te vinden.”, merkt Jonkmans. ,,Het is belangrijk te weten waar ze precies vandaan komen en waar ze op leven. Dan kan ik hun verblijf hier er weer op aanpassen.” Dat de importeurs ‘wazig’ kijken bij zulke vragen, vindt ze des te grappiger.

Snailcorner

Om de kosten te dekken verkoopt Jonkmans een deel van de jongen onder haar bedrijfsnaam Snailcorner. Ze staat ook op beurzen, om slakken als huisdier te promoten. ,,Het zijn ideale huisdieren”, overtuigt Jonkmans. ,,Geen herrie, stank, haren of bijten. Het is een totaal lief, en zó rustig dier. Ik word er zelf ook kalm van. Als druk kind zijn de slakken voor mij altijd een natuurlijk medicijn geweest.”

Wil je niks missen van Leidsch Dagblad? Like ons dan op Facebook!

Het laatste nieuws