De strijd tegen het nepnieuws

Controle van al door journalisten gecheckte feiten zou eigenlijk onnodig moeten zijn. Dat is toch hun taak - het doorgeven van bevestigde, op juistheid gecontroleerde feiten? Jazeker, zegt docent wetenschapsjournalistiek en brongebruik Peter Burger van de Universiteit Leiden. ,,Dat is standaard onderdeel van hun werk. De factcheck is daarom op het eerste gezicht een gek fenomeen.’’

Toch is sinds tien jaar de factcheck (een goed Nederlands woord is er nog niet voor) in opkomst. Het fenomeen is overgewaaid uit de Verenigde Staten, waar online redacties als politifact.com, factcheck.org en de Fact Checker van de Washington Post, niets anders doen dan stellige uitspraken in de media op juistheid controleren.

In Nederland was NRC Next in 2012 de eerste krant met een factcheck-rubiek, ’Next Checkt’. BNR volgde met ’De Minuut van de Waarheid’, de Volkskrant met ’Klopt dat wel?’ en andere media doen het nu ook. Nu de verkiezingen in aantocht zijn, verwacht Burger de komende weken een ’explosie aan factcheck-sites’ van redacties die uitspraken van campagnevoerende politici verifiëren.

’Hij zei, zij zei’

Burger begrijpt de opkomst van de factcheck wel. Journalisten hebben weliswaar de goede gewoonte om hoor en wederhoor toe te passen, maar de lezers worden daar niet altijd wijzer van. ,,Het kan leiden tot ’hij zei, zij zei’-journalistiek. Op z’n slechtst brengt dat onzinnige beweringen in de krant. Deze risicoloze vorm van journalistiek heeft geleid tot een tegenbeweging van journalisten, politicologen, studenten en andere academici die willen bepalen wie er gelijk heeft. Dat is belangrijk, want burgers hebben gecontroleerde feiten nodig om goed te functioneren in de samenleving.’’

De verkiezingsstrijd in de Verenigde Staten heeft de aandacht gevestigd op het fenomeen nepnieuws. Donald Trump zelf is daarvan een belangrijke bron, zoals bijvoorbeeld zijn claims dat Hillary Clinton en Barack Obama ’Islamitische Staat hebben gesticht’ en dat Obama niet in de Verenigde Staten is geboren.

Burger maakt echter onderscheid tussen totaal verzonnen nieuws en eenzijdig of partijdig nieuws. Echte nepnieuwsproducenten zijn de tieners uit het Macedonische dorpje Veles die nieuwsberichten voor honderd procent uit hun duim zuigen en op Facebook plaatsen. Ze doen het omdat ze duizenden euro’s per maand verdienen aan de advertentie-inkomsten.

Van een andere aard zijn nieuwszenders en websites als Russia Today, Breitbart.com en in Nederland Dagelijksestandaard.nl, waarvan het nieuws doorgaans ’een basis heeft in de feiten’. ,,Soms zijn hun berichten compleet onwaar, meestal gaat het om eenzijdig, partijdig en zeer emotioneel gebracht nieuws.’’

Tegenwicht

Kunnen factchecks tegenwicht bieden aan onjuiste of eenzijdige berichtgeving? Een beetje, denkt Burger. ,,De factcheckers springen er bovenop en hun berichten worden ook wel gedeeld, maar nooit zoveel als de nep- of eenzijdige berichten zelf. Er is een publiek dat factchecks waardeert, maar liegende politici hebben er geen last van - zie de verkiezing van Donald Trump tot president van de VS.’’

Nepnieuws is al een oud fenomeen. ,,In de 19de eeuw bestond het fenomeen ’komkommerberichten’ of ’zeeslangberichten’: een zeeslang is een zeldzaam dier dat - net als het nieuwsonderwerp - af en toe op- en dan weer onderduikt.’’ Als voorbeeld van zo’n zeeslangbericht geeft Burger het verhaal van een soldaat die na een oorlog terugkeert naar het ouderlijk huis. ,,Die ouders, wordt steevast verteld, hebben een herberg. De soldaat denkt dat zijn ouders hem na zo’n lange tijd vast niet meteen zullen herkennen. Hij besluit zich incognito in te schrijven als gast. ’s Nachts wordt hij door zijn eigen moeder vermoord om de centen. Dat verhaal duikt in de loop der jaren in heel veel krantenberichten op, ook in allerlei landen, bij mijn weten voor het laatst in Polen.’’

Dit type verhalen staat ook wel bekend als ’broodje aap’. Volksverhalen, noemt Burger ze. Mensen vertellen ze graag aan elkaar door, maar ze geloven meestal niet per se dat ze waar zijn. Bovendien zijn broodjes aap onschuldig. Daarin ziet Burger wel een verschil tussen nu en twintig jaar geleden. ,,Nepnieuws wordt verspreid met een politiek of financieel doel of allebei. Dat zag je vroeger niet. Verspreiding is met social media bovendien heel gemakkelijk geworden, kijk maar naar die Macedonische jongens die er goed aan verdienen. Tot in de Verenigde Staten denken mensen: Het is waar!’’

Facebook

Het geloof dat mensen aan nepnieuws hechten, wordt groter door de manier waarop Facebook ze presenteert. ,,Vroeger las je het nieuws in kranten die je kocht of beluisterde je het op radiostations waar je op afstemde. Je kende het merk, je wist bij welk medium je zat. Op Facebook is de bron niet zo gemakkelijk herkenbaar. Familieleden en vrienden delen berichten, dat zijn mensen die je kent en vertrouwt. Dan ben je instinctief geneigd ook het bericht te vertrouwen en te delen. Het mediamerk dat erachter zit, zie je niet.’’

Het nieuws mag dan nep zijn, de politieke gevolgen kunnen reëel zijn. Een voorbeeld hiervan is een tweet van de Pakistaanse minister van Defensie, Khawaya, Muhamed Asif. Op Eerste Kerstdag dreigde hij met een nucleaire aanval op Israël in reactie op een nepbericht waarin Israël met vernietiging van Pakistan zou dreigen ’als dit land troepen naar Syrië zou sturen’.

Toch is Burger niet benauwd dat nepnieuws onze samenleving ontregelt. ,,Nepnieuws verandert de politieke oriëntatie van burgers niet’’, zegt hij. ,,Wie bijvoorbeeld vindt dat vluchtelingen in Nederland welkom zijn, is niet erg onder de indruk van een nep- of eenzijdig bericht over criminele asielzoekers. ’In elke mand zit wel een rotte appel’, zal dan de reactie zijn. Mensen die tegen de komst van asielzoekers zijn, zien in zo’n bericht een bevestiging van wat ze toch al vonden.’’ Dat is, zoals het vaak wordt genoemd, de ’filter bubble’, de neiging van mensen om alleen waarde te hechten aan nieuws dat ze toch al geloven.

Nepnieuws is op dit moment een mediahype. ,,Die zal, met de verkiezingen in het vooruitzicht, nog wel even aanhouden.’’ Ook nadat de hype is weggeëbd, blijft nepnieuws een bron van zorg, denkt Burger. ,,Facebook doet er nu iets tegen, maar de producenten van nepnieuws leren ook bij.’’

Wil je niks missen van Leidsch Dagblad? Like ons dan op Facebook!

Het laatste nieuws