Een schatkist vol bijzondere Leidse brandweerspullen

Een schatkist vol bijzondere Leidse brandweerspullen
© Foto Taco van der Eb
Herman Rijntjes en Edwin Haasbroek.

Drie dozen en een paar vuilniszakken leverde Vlaardinger René Veeren onlangs af bij de brandweerkazerne aan de Leidse Rooseveltstraat. Ze vormen voor brandweermannen Edwin Haasbroek en Herman Rijntjes een grote schat met veel historisch uniek materiaal. Een pet bijvoorbeeld van de politie-brandweer die in de jaren 1936 tot 1943 bestond en oude bonkertjes, wollen jassen. Maar ook bijzondere foto’s van de stadhuisbrand in 1929.

Edwin Haasbroek heeft de foto’s, knipsels en brieven uit de nalatenschap van J.C. Veeren al verscheidene malen door zijn vingers laten gaan. En elke keer weer ontdekt hij nieuwe dingen. Er zitten prachtige foto’s tussen, maar ook allerlei gedenkwaardigheden die iets vertellen over het leven van de brandweermannen in vroeger tijden.

De menukaart - gedrukt bij Eduard IJdo - is zo’n bijzonder document. Dinsdag 9 maart 1915 had de Leidsche Vrijwilige Brandweer een jubileumdiner in café-restaurant Den Burcht. De restauranthouder had een speciaal menu samengesteld en de geserveerde gerechten kregen de naam van de brandweermannen. Potage à la tortue de Van Lith, bijvoorbeeld. En filets de boeuf renaissance de la Boekee en pêche melba à la Verhoog. Op de achterkant van de menukaart hebben alle aanwezigen hun handtekening gekrabbeld. ,,Deze moet ik eens aan Tom Holswilder van Koetshuis de Burcht laten zien’’, zegt Haasbroek.

Heel voorzichtig vouwt hij een flink formaat vloeipapier open. Erin liggen door brand geblakerde pagina’s uit een oud boek. ’Nederlandse Studentenraad, statuten en huishoudelijk reglement 1957’ is duidelijk te lezen. Er zit een handgeschreven briefje bij van de verzamelaar: ’Enige boekbladen, die bij de brand in sociëteit Minerva door het vuur aangetast zijn. Twee dagen na de brand in de Vrouwensteeg gevonden’.

Het gaat hier om een brand, die in het collectieve geheugen van Leiden staat gegrift. Herman Rijntjes, die bij de Leidse brandweer de rol van archivaris op zich heeft genomen, heeft er wel meer materiaal over in zijn archiefkast. ,,Maar dit is wel heel apart’’, zegt hij. ,,Eigenlijk zou dit ook wel op zijn plek zijn bij Minerva zelf.’’ Op de achterkant van een van de foto’s van de brand, in de nacht van 2 op 3 december 1959, staat een ANP-tekst: ’De brandweer kon, ondanks het spuiten van tonnen water, niet voorkomen dat het gebouw verloren ging. Van de ontelbare oude relikwieën van het Leidse studentencorps kon vrijwel niets worden gered’.

Een nog veel bekendere gebeurtenis is de stadhuisbrand van 12 februari 1929. In de kazerne aan de Rooseveltstraat hangt op de eerste etage een uitvergroting van een foto die iedere Leidenaar wel eens gezien zal hebben: twee brandweermannen aan het blussen, met in hun snorren indrukwekkende ijspegels. Het was vreselijk koud toen het stadhuis in de as werd gelegd. In een fotopapierdoos die bij de spullen van J.C. Veeren zat, zit ook een stapeltje foto’s en ansichtkaarten van de brand. ,,We moeten het allemaal goed uitzoeken’’, zegt Rijntjes.

In de collectie zitten ook veel krantenknipsels over de stadhuisbrand. ,,Twintig jaar na de brand, dertig jaar na de brand, veertig jaar na de brand’’, somt Haasbroek op. ,,Die brand kwam in de kranten elke keer weer terug.’’ Hij grijpt naar een foto van een andere bijzondere klus voor de brandweer: de explosie van een tankwagen in de Breestraat op 1 oktober 1957. De brandende olie liep in de tramrails en trok zo een kaarsrecht spoor van vlammen door de straat. De foto’s van de verwoestende brand in de oude Petruskerk aan de Langebrug (1933) vindt hij minstens zo interessant. De katholieke gemeente verhuisde daarna naar de Lammenschansweg en op de Langebrug werd een brandweerkazerne gebouwd.

,,Sommige mensen vinden al deze foto’s heel bijzonder’’, zegt Haasbroek. ,,Dat zijn ze ook, maar ik heb zelf veel interesse in de instructieboeken die bij deze collectie zitten, en de spullen die gaan over de organisatie van de brandweer. Mijn tweelingbroer Arthur, die ook bij de brandweer zit, is nu bezig met de opkomsttijden: hoe snel moet je bij de plaats van het incident kunnen zijn. Dat kom ik ook tegen in die oude documenten. Er staan ook dingen in over werkroosters. De kwesties die in het verleden onderwerp zijn van discussie, zijn dat nu opnieuw. Zo zie je maar weer: alles is al eens eerder gebeurd, de geschiedenis herhaalt zich. Dat blijven leuke dingen om te zien.’’

Herman Rijntjes pakt voorzichtig een oude kepie van de tafel. Op het embleem staat ’politie’ maar de kleuren zijn die van de brandweer. Hij heeft zo’n hoge pet niet eerder gezien, maar het moet er één zijn uit de tijd dat de brandweertaken bij de vrijwillige brandweer werden weggehaald en bij de politie werden ondergebracht. De politie-brandweer heeft niet zo heel lang bestaan: van 1936 tot 1943. In de oorlog ontstond de beroepsbrandweer van Leiden. ,,Heel bijzonder is deze’’, zegt de brandweerman.

Dat vindt hij ook van een statieportret - brandweermannen op een wagen voor de hoofdkazerne aan de Garenmarkt - die in een mooie lijst zit. Rechts achter een paal staat verdekt opgesteld een jongetje. Kennelijk stiekem in beeld geslopen en niet opgemerkt. ,,Dat zijn prachtige foto’s toch?’’, zegt Rijntjes. ,,Ik weet: niet iedereen is geïnteresseerd in oude spullen. Maar ik vind het belangrijk dat zulke dingen niet verloren gaan.’’

Hij is erg blij met het oude materiaal van J.C. Veeren. ,,Maar we hebben er wel een aantal raadsels bij, die we moeten oplossen. Die witte brandweerpet op tafel bijvoorbeeld. Zoiets heb ik ook nog nooit gezien. Brandweermarine? Geen flauw idee.’’

Wil je niks missen van Leidsch Dagblad? Like ons dan op Facebook!

Het laatste nieuws