Een zonnige kijk op de Japanse taal

Een zonnige kijk op de Japanse taal
© Foto Hielco Kuipers
Emi Yamamoto.

Citroenen zijn zuur, peper is heet. Sojasaus is zout, cake is zoet. Door plaatjes te koppelen aan Japans woorden, zegt docent Japanse conversatie Emi Yamamoto (34) van de Universiteit Leiden, leren kinderen een taal snel en ontstaat er bovendien gelegenheid voor een gesprek tussen de leerlingen en de docent.

De in Tokio geboren Yamamoto is één van de drie auteurs van het taalboek ’Ohisama. Japanese Textbook for Multilingual Children’, dat onlangs bij Kurosio Publishers verscheen. Ze stelde vast dat er behoefte bestaat aan een taalboek om jonge Japanse kinderen, van 4 tot 9 jaar, die opgroeien in expatgemeenschappen, te helpen bij het onderhouden van de moedertaal en het contact met de Japanse thuisbasis.

Haar eerste plannen waren om het taalboek specifiek te maken voor kinderen van in Nederland levende Japanners. Zo kwamen er bijvoorbeeld poffertjes, oliebollen, kaasmeisjes en tulpen in ’Ohisama’, wat het boek een grappig Nederlands accent geeft. Maar op verzoek van haar Japanse uitgever, die de Nederlandse markt wat klein vond, besloot ze het boek een internationaler karakter te geven. ,,Ik wil expatkinderen verbinden aan de Japanse cultuur, maar ik wil ze ook een internationale blik meegeven.’’

Ohisama (Japans voor ’zonnetje’) telt 26 lessen. Docenten kunnen Ohisama gebruiken voor hun lesprogramma, maar ook ouders kunnen met het boek op schoot hun kinderen zelf Japanse woordjes leren. Ohisama besteedt geen aandacht aan grammatica. ,,Dat hoeven kleine kinderen niet te leren, want ze communiceren op natuurlijke wijze met hun ouders en leren de grammatica daardoor spelenderwijs.’’ Niettemin heeft ze wel moeite gedaan om het boek ook geschikt te maken voor niet-Japanse kinderen, die Japans willen leren als tweede taal.

Relaxte atmosfeer

Yamamoto woont sinds 2011 in Leiden, ’achter het station’. Ze kwam in 2008 naar Leiden voor een masteropleiding, studeerde tussentijds ook in het Zweedse Göteborg, en kreeg daarna tot haar verrassing een baan als docent aangeboden. Ze woont met plezier in Leiden. Zeker vergeleken met Tokio heeft de stad ’een relaxte atmosfeer’. ,,In Tokio moest ik ’s morgens en ’s avonds anderhalf uur forensen naar school of naar de universiteit in overvolle treinen’’, herinnert ze zich. ,,Dat zou ik niet meer kunnen. Nu loop ik in een kwartiertje van huis naar mijn werkplek in het Arsenaal.’’

Het belangrijkste uitgangspunt voor Ohisama was dat het ’leuk en herkenbaar’ moest zijn. Dat is gelukt: het boek is één groot plaatjesfeest, prachtig gefotografeerd en geïllustreerd. Yamamoto prijst haar uitgever die daar echt zijn best op heeft gedaan. In de 26 lessen komen allerlei aspecten van het kinderleven langs: een dag uit het dagelijks leven, van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat, voedsel, vlaggen, dino’s, huis- en allerlei andere dieren en uiteraard Japanse en internationale feesten. Het onderscheid is niet altijd even makkelijk te maken, zegt Yamamoto vrolijk. ,,Neem Halloween. Een jaar of tien geleden vierden de Japanners dat helemaal niet, maar sinds een jaar of twee is het in de grote steden echt in opkomst. Het is vooral een grote verkleedpartij; langs de straten gaan en bedelen om snoep en geld zoals in de Verenigde Staten, doen Japanse kinderen niet.’’

www.9640.jp/ohisama

Wil je niks missen van Leidsch Dagblad? Like ons dan op Facebook!

Het laatste nieuws