Glippers en Ballen: Leids gejuich voor koning Willem II

Glippers en Ballen: Leids gejuich voor koning Willem II
Willem II in 1840 geschilderd door Jan Adam Kruseman.

Van de drie Nederlandse koningen in de 19de eeuw, was Willem II het meest geliefd. Hij had zijn populariteit voor een groot deel te danken aan zijn optreden in de Slag bij Waterloo.

Toen de Europese vorsten in Wenen feestelijk bezig waren met het herstel van hun macht en het ongedaan maken van de door Napoleon getrokken grenzen, wist de kleine Corsicaan tot grote schrik van velen te ontsnappen van zijn ballingschapsoord Elba.

Hij zag kans nog één keer een groot leger op de been te brengen en veel ellende te veroorzaken met de Slag van Waterloo.

Behalve de Engelsen en de Pruisen was daar  een Nederlands bataljon aanwezig, onder de bezielende leiding van een jonge prins, de latere koning Willem II. Nog voor de grote slag raakte de prins in een schermutseling bij Quatre Bras gewond aan zijn arm. Hij werd van het slagveld gedragen, tot opluchting van degenen die voor hem verantwoordelijk waren.

Opgeblazen

De verwonding stelde maar weinig voor, maar de zaak werd in het vaderland opgeblazen tot grote proporties. Willem werd binnengehaald als de grote held van Waterloo en was vanaf dat moment bij het volk meer geliefd dan zijn nogal gesloten vader.

In 1841 gaf Willem te kennen dat hij een bezoek aan Leiden wilde brengen. Nadat hij het jaar ervoor was ingehuldigd als koning, leidde dat tot groot enthousiasme. Het bezoek vond plaats op 1 juni. Het was prachtig weer.

’s Morgens vroeg was men overal in de stad bezig om met bloemen en groen de huizen te versieren, tot in de kleinste steegjes. Hier en daar leken de straten op tuinen. Aan het begin en het eind van de Breestraat waren grote erepoorten opgericht met allerlei symbolische figuren. Voor het stadhuis werd een eregarde opgesteld. In vier koetsen, voorafgegaan door de boden, reed het stadsbestuur de koning tegemoet.

’Onuitsprekelijk’

Om twaalf uur vond de begroeting plaats en hield burgemeester P.G. van Hoorn een rede, waarin hij sprak over het ’onuitsprekelijk geluk’ dat de koning Leiden bezorgde met zijn bezoek.

Gezeten op een paard, omringd door officieren, gevolgd door rijtuigen reed de koning onder het gelui van de klokken en het gejuich van de duizenden toeschouwers de stad binnen.

Op het stadhuis verscheen de koning voor het open raam, wat een daverend gejuich tot gevolg had. ’s Middags volgden een rondrit en bezoeken aan het observatorium op de academie, de hortus en het Museum van Oudheden. Aan het eind van de middag ging men naar de Grofsmederij. Op het terrein van het gloednieuwe bedrijf was een tent opgesteld waar de koning even kon bijkomen en wat eten. Daarna ging het naar de fabriek van Krantz aan de Oude Singel. In de Stadsgehoorzaal vond een groot diner plaats. Ondertussen werden overal feestverlichting aangestoken.

Om tien uur vertrok de koning. Hij reed langs de feestelijke lichten op de Breestraat en de Hogewoerd en vertrok door de Hogewoerdspoort. Zijn gastheren begeleidden hem tot aan de tol bij Leiderdorp. Van daar reed het koninklijk gezelschap door naar Soestdijk.

Willem I kreeg als student de professoren thuis

Op 16 september 1789 meerde aan het Rapenburg voor het prachtige huis van de familie Van Leyden (nu nr. 48) een statig jacht aan, met aan boord het hele stadhouderlijk gezin. Ze brachten de oudste zoon Willem, de latere koning Willem I, naar zijn studentenkamer. De 17-jarige prins ging een jaar studeren.

Nog die avond kwam rector magnificus Te Water de prins verwelkomen en de volgende dag liepen afvaardigingen van stadsbestuur, kerkenraad, schutterij en studenten de deur plat.

De dag daarna begonnen de colleges. De professoren kwamen bij de prins thuis. Ze gaven les in taal, rechten, theologie en natuurkunde. Professor Postel gaf met vooruitziende blik de jonge student opdracht een scriptie te schrijven over de beste bestuursvorm voor de Belgische provincies.

Om te voorkomen dat de jonge prins zich te buiten ging aan feestjes, woonden twee mentors bij hem in huis. Toch wandelde de prins van tijd tot tijd door Leiden. Men herkende hem niet en vaak werd hij aangezien voor een patriot, omdat hij geen oranje droeg. Toen Willem een keer een hondje uitliet werd hij uitgescholden voor ’smerige Kees’, een scheldwoord voor patriot.

Wil je niks missen van Leidsch Dagblad? Like ons dan op Facebook!

Het laatste nieuws