Klimaatverandering verandert boomgrens

Het klimaat warmt op en dat heeft ook gevolgen in het hooggebergte. Klimaatonderzoekers en ecologen verwachten dat de boomgrens zal stijgen; in sommige delen van de wereld, zoals in Scandinavië, gebeurt dat al. Toch is er over de effecten van klimaatsverandering in de bergen nog maar weinig bekend.

Ecoloog Ellen Cieraad van het Centrum voor Milieuwetenschappen Leiden (CML) is lid van een internationaal team van vijftien onderzoekers dat onderzoekt wat klimaatsverandering doet met de boomgrens. Ze bestudeerden de boomgrens in zeven gebergten in gematigde streken: de Southern Alps in Nieuw-Zeeland, de Europese Alpen, de Snowy Mountains in Australië, de Andes in Chileens Patagonië, de Rocky Mountains in de Amerikaanse staat Colorado en in British Columbia in Canada en het Taisetsugebergte op het eiland Hokkaido in Japan.

Opmarcheren

Tot nu toe, zegt Cieraad, hadden ecologen alleen een hypothese over de vraag wat er met de boomgrens gebeurt als het klimaat opwarmt. Ze gingen er van uit dat alles langzaam maar zeker zou opmarcheren: de loofbossen op de lager gelegen flanken, de naaldbossen daarboven en de struiken en kruiden dáár weer boven. In tachtig jaar zouden alle klimaatzones zo 300 meter kunnen opschuiven. Dat idee is zorgelijk genoeg, zegt Cieraad, want er zit letterlijk een bovengrens aan. ,,Na verloop van tijd worden de hoogst levende soorten de berg af gedrukt.’’

Cieraad deed het onderzoek in de Southern Alps in Nieuw-Zeeland. Het is, net als onze Europese Alpen, een jong gebergte met Mount Cook als hoogste berg (3724 meter). Daar houdt de overeenkomst op; de natuur heeft voor ons, Europeanen niets vertrouwds. In de dalen en op de flanken domineert slechts één boomsoort, de bergbeuk (Nothofagus cliffortioides). Deze altijd-groene, dik met mos begroeide bomen met kleine blaadjes vormen er uitgestrekte, dichte ’sprookjesbossen’, zegt Cieraad. Oorspronkelijk wemelden ze van loopvogels als kiwi’s en kakapo’s (groene looppapegaaien), hagedissen, wandelende takken, weta’s (een soort enorme krekels) en andere insecten, maar door de introductie van muizen, ratten, katten en hermelijnen is de oorspronkelijke fauna min of meer uitgeroeid. Het is er dus doodstil.

Ook in de Southern Alps stijgt de temperatuur, maar de bergbeuk profiteert daar niet van. Hij is namelijk een echte bosboom, die niet geïsoleerd kan leven. ,,Zaailingen van de bergbeuk komen boven de boomgrens niet op’’, zegt Cieraad. In plaats daarvan koloniseert de uit Amerika geïmporteerde draaiden (Pinus contorta) de vrijkomende ruimte. ,,De Nieuw-Zeelanders debatteren volop over de vraag hoe ze hier mee moeten omgaan. Is zo’n exoot een verrijking van de natuur? Of moet de draaiden juist worden uitgeroeid?’’

Fosfor

Niet alleen de temperatuur bepaalt de hoogte van de boomgrens, ook de aanwezigheid van voedingsstoffen in de bodem speelt een rol. Bomen hebben stikstof en fosfor nodig om te groeien. Door klimaatsverandering veranderen de concentratie en de verhouding van voedingsstoffen in de bodem en de planten. ,,Door opwarming komt meer stikstof beschikbaar voor plantengroei, terwijl fosfor op een andere, veel slechter voorspelbare, manier reageert op hogere temperaturen.’’ Dat maakt het beeld gecompliceerd, zegt Cieraad. ,,Het is dus niet zo dat ’alles omhoog gaat’, zoals de hypothese tot nu toe luidde - sommige soorten profiteren, andere niet.’’ Plantensoorten verdwijnen zelden; het is eerder waarschijnlijk dat de de samenstelling van de vegetatie verandert. Waar sommige soorten gaan domineren, verdwijnen andere naar de marge. Het ecosysteem in de bergen wordt wel kwetsbaarder, zegt Cieraad. ,,Maar het verhaal is niet alleen somber.’’

Wil je niks missen van Leidsch Dagblad? Like ons dan op Facebook!

Het laatste nieuws