Leidse onderzoekers ontdekken vervanger voor microscoop bij hooikoorts-onderzoek

Leidse onderzoekers ontdekken vervanger voor microscoop bij hooikoorts-onderzoek
Ken Kraaijeveld op het dak van het LUMC, bij de twee pollenvangers. In zijn hand heeft hij de houder met de strip die in een week tijd ronddraait. Foto Hielco Kuipers

Veel hooikoorts-patiënten hebben er baat bij te weten welke pollen er in de lucht zweven. Zijn het precies die pollen waar zij last van hebben, of is het ergste gevaar geweken? Dankzij DNA-onderzoek- kan het pollennieuws in de toekomst nog preciezer worden weergegeven.

Op het dak van het LUMC staat een van de twee pollenvangers in Nederland: een soort stofzuigertje dat lucht met pollen aanzuigt. Ook het Elkerliek Ziekenhuis in Helmond heeft er een. Wekelijks vervangen medewerkers de strip, die van tevoren is ingesmeerd met vaseline en die zeven dagen lang pollen heeft verzameld. In het ziekenhuis worden de pollen gekleurd met saffraanrood. Zo zijn ze beter zichtbaar en kan een gespecialiseerd medewerker door een microscoop bekijken welke soorten pollen deze week de aanval geopend hebben.

Deze methode heeft nadelen, zegt onderzoeker Ken Kraaijeveld. ,,Het is heel lokaal: als je in Groningen woont, kan het aantal pollen in de lucht afwijken van dat in Leiden.’’ Pollenvangers plaatsen op meerdere plekken in het land zou een oplossing kunnen zijn, maar daar komt het tweede probleem om de hoek kijken. ,,Pollen herkennen is niet makkelijk. Je hebt er een goede opleiding voor nodig. Omdat er een mens voor nodig is, is het duur. Hoe meer strips je moet onderzoeken, hoe duurder het wordt.’’

Samen met LUMC-onderzoeker Letty de Weger ontdekte Kraaijeveld dat DNA een prima alternatief is voor de microscoop. Sterker nog, het werkt beter. ,,Door de microscoop bekijk je maar een klein stukje van de strip, omdat het anders veel te veel werk is. Bij DNA-onderzoek kun je de hele strip analyseren.’’ En, nog belangrijker: ,,Allerlei soorten die je met de microscoop niet uit elkaar kunt houden, kun je met DNA wel specificeren. Pollenkorrels van grassen zien er allemaal hetzelfde uit, maar het DNA verschilt.’’ Juist voor grassen is dat interessant. Er bestaan honderden soorten grassen, maar mensen hebben niet altijd van alle grassoorten last.

Bruut geweld

Hoe werkt dat DNA-onderzoek precies? ,,Het vangen van de pollen gaat op precies dezelfde manier: met de pollenvanger. Op het dak van het LUMC staat een tweede vanger als back-up. Die hebben wij een paar weken gebruikt.’’ De eerste horde, de pollen kapot zien te krijgen om bij het DNA te komen, was niet makkelijk. ,,Er zit een heel harde schil omheen en er is geen enzym bekend dat dat kapot krijgt. Daarom zijn pollen ook in de archeologie belangrijk: ze blijven duizenden jaren in tact.’’ Uiteindelijk lukte het met ’bruut geweld’: door de pollenstrip in een plastic buisje te stoppen met stalen kogels erbij, en dat in een apparaat enorm hard te schudden. Laboratoriumstudenten van de Hogeschool Leiden hielpen bij deze zoektocht.

Het stukje DNA dat per plantensoort verschilt, een onderdeel van het chloroplast DNA, werd onderzocht. ,,Het probleem is dat je pollen van verschillende plantensoorten door elkaar hebt zitten. Met traditioneel DNA-onderzoek haal je ze niet uit elkaar.’’ Met een nieuwe machine van het Leiden Genome Technology Center lukt dat wel. ,,Mensen die de standaard laboratoriumtechnieken beheersen kunnen dit. Die zijn veel makkelijker te vinden dan mensen die pollen door de microscoop kunnen analyseren. Vijftien jaar geleden kon dit nog niet, tien jaar geleden was het nog te duur.’’ Wat Kraaijeveld betreft is de volgende stap dit systeem te standaardiseren. ,,Als je het in de vingers krijgt, kun je op meerdere plekken pollenvangers plaatsen en het in het LUMC analyseren.’’ Hier is nog geen geld voor.

Vrijwilligersnetwerk

Naast DNA-onderzoek is er nog een mogelijk alternatief voor het analyseren van pollen onder de microscoop: door de allergische klachten van vrijwilligers met hooikoorts te verzamelen. Via de website Allergieradar.nl voerden tussen 2009 en 2012 ruim 2000 deelnemers tussen de 7 en 84 jaar in totaal 27.031 meldingen van hooikoortsklachten in. Letty de Weger van het LUMC vergeleek deze meldingen, samen met collega’s, met de metingen van de pollenvanger op het dak van het LUMC. Uit dit vergelijkend onderzoek bleek dat de twee manieren om informatie over pollen te verzamelen dezelfde gegevens opleveren. Het vrijwilligersnetwerk van Allergieradar.nl is daarmee een goede manier om betrouwbare informatie te krijgen, stelt De Weger.

Wil je niks missen van Leidsch Dagblad? Like ons dan op Facebook!

Het laatste nieuws