Op zoek naar de schans Lammen

Op zoek naar de schans Lammen
© Kaart in de Universiteit van Jeruzalem
Leiden ten tijde van het ontzet.

Het is de bekendste schans van de stad. De schans Lammen. En alhoewel er heel veel bekend is over de Leidse geschiedenis, weet niemand waar die precies gelegen heeft. Voor Sjaak van de Geijn reden om een speurtocht te starten. Hij vermoedt dat de iconische schans onder de oprit naar de Lammebrug en hij wil ’m te vinden voordat de aanleg van de Rijnlandroute begint. Hij hoopt op hulp vanuit de stad.

Nee, Sjaak van de Geijn droomt er ’s nachts niet van, het is geen obsessie van hem, maar hij zou nu eindelijk wel eens willen weten waar de Lammenschans heeft gelegen, de schans die een belangrijke rol heeft gespeeld in het Beleg en Ontzet van Leiden. „Die is iconisch in de geschiedenis van de stad. Elk jaar met 3 oktober wordt er weer over gepraat. Hoe kan het dan dat tot op de dag van vandaag niemand precies weet waar hij heeft gelegen?”

Het is een vraag die de eigenaar en uitbater van horecagelegenheid De Tuin van de Smid in polderpark Cronesteyn zichzelf al decennia heeft gesteld. „Ik ben Leidenaar, het verhaal van het Beleg en het Ontzet intrigeert me mateloos. En zeker nu ik hier dagelijks in Cronesteyn zit en over de polder uitkijk, denk ik er vaak aan. Ik heb heel wat historische boeken en documenten gelezen. Ik heb talloze kaarten en foto’s bekeken. Maar waar de schans lag, ben ik nog niet tegengekomen. Ik heb het hier en daar natuurlijk wel gevraagd aan tal van deskundigen. Maar dan was het antwoord vaak: daar ergens bij die zandopslag, naast de koffietent Kanaalzicht op het Lammenschansplein. Maar ja, alle namen met Lammenschans erin wijzen in de richting maar geven niet de exacte plek aan.”

Onzichtbaar

Uiteindelijk klopte Van de Geijn vorig jaar aan bij RAAP, een archeologisch onderzoeks- en adviesbureau in Leiden om te kijken of men hem kon en wilde helpen in zijn zoektocht. Hij vond daar een gewillig oor bij Ruurd Kok: „Ik vond dat als Leidenaar en archeoloog natuurlijk super interessant. Ik had me ook al wel eens afgevraagd waar de schans zou hebben gelegen. Er lag natuurlijk een hele kring van schansen rondom Leiden maar schans Lammen was wel het meest bekend omdat Cornelis Joppensz bij het Spaanse kamp daar in de buurt de hutspot vond. Al die schansen zijn ondertussen al lang verdwenen, je ziet niets meer boven de grond. En het is aan ons archeologen om dingen die onzichtbaar zijn weer zichtbaar te maken.”

Kok vond de queeste van Van de Geijn zo interessant en zijn enthousiasme zo aanstekelijk, dat hij graag wilde meewerken. „Er is nooit serieus onderzoek naar gedaan. Er zijn natuurlijk wel oude kaarten van de omgeving en die kun je over recentere kaarten van het gebied heen leggen. Er zijn luchtfoto’s en hoogtekaarten die zelfs minieme hoogteverschillen in het landschap weergeven. Die heb ik de laatste tijd globaal bekeken. Maar ècht grondig en diepgaand onderzoek is er nog niet gedaan.”

Dat moet dan nu eindelijk gaan gebeuren. Van de Geijn. „Archeologisch onderzoek kost geld. Er moet natuurlijk wel gewoon werk verricht worden door allerlei mensen, hoe leuk iedereen het ook vindt. Ik heb daarom Ruurd op een gegeven moment gevraagd een offerte te maken, om te berekenen wat zo’n uitgebreide zoektocht nou zou kosten.”

Oprit

Kok kwam uiteindelijk uit op een bedrag van ongeveer 20.000 euro. Van de Geijn heeft zijn hoop nu gevestigd op een aantal fondsen die zijn aangeschreven en op bijdragen van sponsors, of dat nu bedrijven zijn of particuliere weldoeners. „Het zou toch mooi zijn als we dat geld bij elkaar kregen en aan de slag konden. Er zit ook wel enige tijdsdruk achter, want in de nabije toekomst gaat het gebied hier flink op de schop, met de aanleg van de Rijnlandroute. En als die weg er eenmaal ligt, is de kans echt verkeken dat je ooit nog een overblijfsel van de schans vindt.”

De kans dat dat nu wel gebeurt, is overigens ook niet al te groot, zegt Kok. „We weten dat hij aan de Vrouwenwetering lag, dat is een aanknopingspunt. Alleen, die wetering liep ooit rechtdoor. Maar je ziet op de huidige kaarten en foto’s dat hij een bocht maakt, vanwege de oprit naar de brug over het Rijn – Schiekanaal. Het donkerbruine vermoeden is derhalve dat de schansresten ergens onder de oprit naar de brug liggen.”

Nauwgezet onderzoek van kaarten en foto’s moet daar uitsluitsel over geven. Kok: „ Het onderzoek hebben we tot nu toe een beetje met de natte vinger gedaan. Voor we eventueel het veld in gaan is écht goed onderzoek noodzakelijk. We moeten digitale kaarten over elkaar heen leggen, projecteren. En luchtfoto’s uit de oorlog. Die kun je zoals dat zo mooi heet georefereren, precies laten passen op een kaart. Je wilt per slot van rekening gericht gaan zoeken, je kunt er niet vijftig meter naast zitten.”

Gedenkteken

„De plek gaan we vinden, daarvan ben ik overtuigd. In hoeverre er nog restanten zijn overgebleven, moet nog blijken. De schans is geslecht, maar er heeft natuurlijk ook een gracht omheen gelegen en die is dichtgegooid. Die moet je bij archeologisch onderzoek kunnen terugvinden, kunnen herkennen. Je hoeft ook maar een hoekje of randje te hebben om te kunnen zeggen: we hebben een spoor van de schans. Tot nu toe hebben we echter op foto’s en kaarten nog niets gezien. Dan nog, als blijkt dat de schans volledig is vergraven bij de aanleg van die oprit, dan is dat ook een verhaal. Misschien niet het verhaal dat je wilt vertellen: de beroemdste schans van Leiden is in de jaren zestig gewoon weggegraven. Maar het is wel een verhaal.”

Want het draait uiteindelijk niet in de eerste plaats om het vinden van resten, maar om het vinden van de plek. „Daar kunnen we dan misschien een gedenkteken neerzetten, of een markering”, zegt Van de Geijn. „Of misschien valt er een fietsroute te maken langs verdwenen schansen. We willen er in elk geval wel iets mee.”

Het verhaal van de schans is hoe dan ook een verhaal dat veel Leidenaars zal interesseren, denkt hij. „Leidenaars zijn bovenmatig geïnteresseerd in de geschiedenis van de stad. Ik hoop dat er mensen zijn die een financiële bijdrage willen leveren. Misschien zijn er wel amateurhistorici die zelf onderzoek hebben gedaan naar de schans. Of is er een amateurarcheoloog die een Spaanse helm uit het gebied op zolder heeft liggen. En er zullen vast mensen zijn die het leuk vinden te helpen bij archeologisch booronderzoek, mocht het zover komen. Al die mensen kunnen mij een berichtje sturen.”

Wie serieus geïnteresseerd is in het project en op wat voor manier dan ook een bijdrage denkt te kunnen leveren, kan mailen naar stichtingstrandwal@gmail.com

Wil je niks missen van Leidsch Dagblad? Like ons dan op Facebook!

Het laatste nieuws