Oude lieden anno nu

Oude lieden anno nu
De begane grond in de vroegere meisjesvleugel wordt een gezamenlijke ontvangstruimte.
Ze koken wel eens voor een heel weeshuis, ja. Maar alleen als zij en de andere bewoners van Middelweg 38 er zelf zin hebben. Niets moet. Want al kochten, restaureerden en verbouwden vier stellen het rijksmonumentale pand met het oog op hun oude dag, het is nooit de bedoeling geweest er een soort zorgcommune van te maken. Maar als enige ondersteuning ooit nodig is, dan zijn gebouw en buren erop voorbereid.

Het is een bijzonder project. Het in 1852 gebouwde weeshuis, dat twee samengevoegde huizen verving waarin de Lutheranen sinds 1719 wezen en bejaarden opvingen, is meer dan een oud gebouw dat een nieuwe bestemming moest krijgen en in appartementen is opgedeeld. De vier stellen delen meer dan een buitendeur en de centrale hal die links respectievelijk rechts leidt naar de trappen waarover eens de weesmeisjes en -jongetjes naar hun slaapzalen gingen. Zij hebben de tuin, twee logeerkamers, een berging annex werkplaats en een achterkamer gemeenschappelijk. Laatstgenoemde ruimte wordt bovendien zo ingericht, dat zij niet alleen geschikt is voor eigen feesten en partijen, maar desgewenst ook kan worden gebruikt door derden, bijvoorbeeld voor een vergadering van de wijkvereniging, legt Jan van Iersel uit.

Hij is een van de nieuwe bewoners en architect van beroep, wat een belangrijke factor was voor het welslagen van de onderneming. ,,Wij hadden het op feestjes er ook wel eens over, om zoiets te gaan doen als we oud waren’’, zegt Miente Slot. Zij en partner Ralph maakten geen deel uit van de oorspronkelijke groep maar kwamen erbij toen een ander stel afhaakte. ,,We wilden ook geen onpersoonlijk appartementencomplex met een rij belletjes. Maar bij ons zat er geen architect bij, en dan blijft het bij borrelpraat. Dus toen we via via hoorden dat hier een plek vrij kwam, zijn we maar eens gaan praten.’’

Als gevolg daarvan hadden ze geen zeggenschap meer in de appartementsverdeling. Alleen het appartement onder het dak was op dat moment beschikbaar, en dat bleek een perfecte match. Miente en Ralph hebben het geweldig naar hun zin onder de houten kapconstructie met gewelfde steunbalken, die in vroeger eeuwen alleen de regen buiten hield maar verder vrijwel onbenut slechts onderdak bood aan spinnen en muizen. ,,Toen we er voor het eerst kwamen kijken waren we bang dat het veel te donker zou worden, want er waren niet veel ramen’’, zegt Miente. ,,Maar moet je kijken wat een licht!’’

Ieder appartement heeft zo zijn eigen charmes. ,,We wilden ze allemaal iets specifieks meegeven’’, zegt Jan, die zelf huist in en boven de vroegere keuken en bijvoorbeeld de oude waterkelder een prominente plek wil geven. Dat hij daar terecht zou komen, wist hij aanvankelijk ook niet. ,,Je moet niet in het begin allemaal zeggen: ’daar wil ik’. Dan heb je meteen gedonder. Als je die keuze zolang mogelijk uitstelt, blijf je bij ieder appartement meedenken vanuit de gedachte ’wat zou ik daar willen?’. En op een gegeven moment kristalliseert het dan als vanzelf wel uit.’’

Het is wijsheid achteraf, erkent Jan, opgedaan toen zij de oude brandweerkazerne aan de Langebrug nog op het oog hadden voor hun project, maar die de gemeente besloot te verkopen aan studentenhuisvester SLS Wonen. Wat ook maar weer aangeeft dat ze de tijd hebben genomen om een geschikt pand te vinden. Het is alweer tien jaar geleden dat ze ermee begonnen. Maar ze hadden dan ook een paar lastig te verwezenlijken wensen. Er moesten minstens vier zelfstandige appartementen inpassen (’maar geen rijtje huizen waarin je alleen wat muurtjes wegbreekt, of zo’) en dicht bij de binnenstad zijn (’wel bij de reuring, maar er niet bovenop’). ,,Bovendien moet je niet pas aan zoiets beginnen als je al oud bént.’’

In 2012 wist de groep uiteindelijk het weeshuis aan de Middelweg te bemachtigen. Inclusief een groep krakers, die er ook al vele jaren woonden. ,,Zij hebben denk ik wel een belangrijke rol gespeeld bij het behoud van het weeshuis’’, zegt Miente. ,,Het stond, geloof ik, sinds medio jaren tachtig leeg. Net als veel andere grote gebouwen stond het te wachten op een nieuwe ontwikkeling. Krakers waren bang dat ze gesloopt zouden worden voor krankzinnige, nieuwe gebouwen.’’

Vloerverkoeling

De uitplaatsing van de krakers (’in goed overleg, zonder juristen’) en de noodzakelijke renovatie vergden vervolgens ook nog een paar jaar. Want een rijksmonument ingrijpend aanpassen, dat gaat niet vanzelf. ,,Maar het beeld dat er niks mag, is echt verkeerd’’, zegt Jan. ,,Je moet de gemeente gewoon goed meenemen in het proces. Niet langskomen met een plan, wat eisen en een stapeltje tekeningen. Gewoon met elkaar kijken wat kan en wat niet.’’ Hij wijst tijdens een rondgang door het gebouw op ingrijpende wijzigingen. De forse raampartijen bijvoorbeeld, die op veel plekken in het dak zijn aangebracht. Een variant die niet uitsteekt boven de dakpannen. ,,Dat vond de welstandscommissie een erg goede oplossing. ,,En we wilden een lift; dat was met het oog op later wel een voorwaarde voor ons. En gelukkig kon dat. Maar natuurlijk hebben we ook dingen moeten inslikken. Ik had van een deel van het dak graag een terras willen maken, van glas in dezelfde vorm als de kap. Maar helaas.’’

De vier huishoudens hebben ook een gemeenschappelijke warmtevoorziening aangelegd. Daar kwam de expertise van medebewoner en ondernemer Key Poll bij kijken. Via een uitgebreid, diep in de grond gelegen buizensysteem warmt de aarde het cv-water op tot rond 15 graden Celsius. Een elektrische warmtepomp verzorgt het laatste zetje naar een aangename binnentemperatuur; een gewone cv-ketel springt eventueel ook nog bij. ,,Geen idee of dat al eens is gebeurd, want het gaat allemaal automatisch. Maar je bespaart hoe dan ook veel. En wat ook heel aangenaam is: door die constante vijftien graden heb je in de zomer dus een gekóélde vloer!’’

Iedereen kon zelf een kijkje nemen in het U-vormige pand tijdens Open Monumentendag. ,,Maar ik weet niet of we dat weer doen’’, zegt Miente. ,,Twaalfhonderd mensen over de vloer was wel inspannend. Al hebben we sindsdien geleerd dat je het ook deels mag openstellen; je hoeft mensen niet per se in de appartementen te laten.’’

Aan de andere kant, zegt Jan, is het wel een gebouw waaraan veel mensen herinneringen hebben. Sinds 1925 was het in gebruik bij de Vereniging tot bestrijding van Tuberculose, en na 1951 bij het Kraamcentrum Leiden en later weer het Groene Kruis. ,,Veel mensen zijn nieuwsgierig omdat ze er geweest zijn toen het een andere functie had. Dus wie weet.’’

Wil je niks missen van Leidsch Dagblad? Like ons dan op Facebook!

Het laatste nieuws