Student én voorvechter van de Maori

„Ik zal nooit een Maori zijn, dat is een feit. Maar ik wil met alle eerbied en enthousiasme de cultuur verspreiden”, zegt oud-student Peerke van der List (26).

Hij is deel van de eerste groep die zes jaar geleden persoonlijk door de Maori waardig bevonden en opgeleid is om de Waka, de Maori-boot in Leiden te gaan beheren.

De komst van de Waka was een indirect gevolg van de teruggave van het Maori-hoofd, vanuit Leiden aan de oorspronkelijke bewoners van Nieuw-Zeeland. De twee partijen kregen een goede band en het idee voor een tentoonstelling was geboren. Het Museum wilde graag iets bijzonders: een traditionele Maori-kano. „Voor het museumpubliek leek ons dat heel leuk”, vertelt curator Wonu Veys van Volkenkunde. „Maar dat kon niet zomaar. Een Waka is geen ’speelgoed’.”

Toch gingen de Maori akkoord met het bouwen van een traditionele, houten Waka voor het museum. Dat is uniek: het zou de enige Waka ter wereld worden buiten Nieuw-Zeeland. Op één voorwaarde: de Waka mocht geen gewoon museumstuk worden. Er moest een waardige crew komen, die de boot zou gebruiken en er zorg voor zou dragen. Studente culturele antropologie Eliza Jordaan (20) vertelt: „Een Waka is voor de Maori een soort familielid, een levende entiteit. In het hout zijn hun voorouders gekerfd. Ze groeten de boot, praten ermee. Als je dat weet, begrijp je dat het niet iets is dat je zomaar ergens wegzet.” Ze is net als Van der List lid van het Waka Gezelschap.

Voor die crew werd contact opgenomen met de Koninklijke Studenten Roei Vereniging Njord. Ook dat ging op bijzondere wijze. Van der List: „In 2010 kwam er een groep Maori langs om ons te beoordelen. Ze wilden met eigen ogen zien of wij niet een stelletje lakse studenten waren, die het wel lachen vonden voor even. Maar ze zagen dat Njord een vereniging is die veel waarde hecht aan tradities en dat wij het project serieus wilden aanpakken voor de lange termijn. Ze gingen met een goed gevoel weg. Aan ons de opdracht: ’regel een crew’.’’ Dat lukte. De vereniging kreeg dertig toegewijde roeiers. Een heel deel van die leden van het eerste uur is de Maoricultuur actief blijven uitdragen, zoals Van der List zelf. Jordaan is jonger, maar al net zo bevlogen.

De bedoeling was dat er één Waka gebouwd zou worden. Genaamd: Te Hono a ki Aotearoa, ’de band met Nieuw-Zeeland’. Het is een ceremoniële houten Waka taua, bedoeld om op oorlogspad te gaan. Het bleek niet praktisch. In die boot mochten vanuit het Maori-geloof geen vrouwen roeien en het schip weegt 1,5 ton, wat hem in- en uit het water halen geen wekelijkse aangelegenheid maakt.

Er kwam daarom een voorstel om een tweede, lichtere, kunststof ’Waka tete’ te bouwen, een die de Maori zelf voor opleiding en vervoer van spullen gebruiken. De naam: Tahi Mana. Dat betekent: Abel Tasman, de ontdekker van Nieuw Zeeland.

De twee Waka’s kwamen op 18 oktober 2010 naar Leiden. „Daaromheen kregen we twee weken lang training van de Maori”, vertelt van der List. „Dit moet je doen, zo moet het eruit zien en op deze manier ga je met een Waka om.” Ook leerden de Nieuw-Zeelanders hen de haka Tangaroa, een speciaal voor het gezelschap geschreven krijgsdans. „De naam betekent ’God van de wateren’, naar de naamgever van Njord”, vertelt van der List trots. Uit de crew werden de toenmalige preses van de vereniging en een vrouw opgeleid als ’Kaihautu’, bevelhebber van de boot.

Peer van der List vult aan: „Toen de Maori weer weggingen en de Waka achterlieten, waren ze in tranen. Die grote gasten. Het was alsof ze een familielid hier achter lieten.”

Eliza relativeert: „Het is voor hen wél ook handig om een Waka in Europa te hebben, hoor. Voor de bekendheid van Nieuw-Zeeland. Nu reikt die niet veel verder dan het rugbyteam, de All Blacks en hun haka, de imponerende krijgsdans. Het is voor hen belangrijk om hun cultuur uit te dragen en die zo levend en beschermd te houden.”

Het gezelschap krijgt jaarlijks aanwas van jongere Njordleden, van wie Eliza Jordaan er één is. Het huidige ledenbestand van het Waka Gezelschap bestaat voor bijna de helft uit vrouwen. „We hebben vanaf het begin gezegd dat Leiden nu eenmaal een vrouwenstad is. Dus om continuïteit te garanderen moesten er ook vrouwen bij het Gezelschap. Dat was geen probleem.” Wekelijks komen de 20-25 actieve leden bijeen voor een ’practise’, een oefening in het peddelen en de haka krijgsdans.

Nieuwe leden? „Die moeten inzien dat het geen toneel is”, valt Jordaan in. „Dat we dit echt met overtuiging doen. Het spirituele moet je ook een beetje aanspreken. Al doet dat de één meer dan de ander, binnen onze groep.” Van der List vult aan: „Er wordt gebeden voor de boot wegvaart en na een practise, dat is voor nieuwe leden soms even wennen. Je hoeft daar ook niet helemaal in mee te gaan, maar moet wel respect tonen.” Dat betekent bijvoorbeeld ook - hoe vreemd dat bij een groep studenten ook mag klinken - dat er geen alcohol bij de boot gedronken wordt.

Eerbied hebben, is dus de voornaamste eis. En willen leren over en je willen inzetten voor de cultuur. „Je merkt vanzelf wie zich echt erin vinden, en wie na een tijdje weer wegtrekken.’’

Vredesverdrag

Nog elk jaar gaat een afvaardiging van de leden naar Nieuw-Zeeland voor Waitangi Day, de herdenking van het vredesverdrag van 1840 tussen de Maori en de Engelsen. Jordaan wil dit jaar voor het eerst mee. „Maar ik moet wel mijn ticket kunnen betalen”, lacht ze.

Van der List behoorde tot de eerste afvaardiging. „We werden als sterren onthaald en geïnterviewd voor de televisie. Dat is natuurlijk wel wat afgenomen in de latere jaren. Maar onze aanwezigheid wordt nog steeds erg gewaardeerd.” Nieuwe leden moeten zich wel een beetje bewijzen. „Je moet initiatief en toewijding tonen. Vlekkeloos de taal spreken is echt niet nodig, maar je moet wel de calls bij het peddelen snappen”, vertelt hij. „Als je het goed doet, krijgt soms een van ons de eer om een Waka te sturen. Dat is flink bijzonder.”

Wonu Veys: „We vormen een soort driehoek. De culturele onderwijzing vanuit de toi Maori in Nieuw-Zeeland, het museum als verantwoordelijke voor het fysieke welzijn van de boot en het Gezelschap van Njord dat het hele ding in leven houdt.” Ze is blij met de studenten, zegt Veys. „Zij doen dat bijzonder goed, zeker aangezien ze een snel wisselend studentengezelschap zijn.”

Het is een uniek project binnen de museumwereld, benadrukt de curator. „Het is een levend project, in een wereld waarin de meeste projecten tijdelijk zijn en eindigen als het budget op is.”

„Regelmatige ontmoetingen zijn belangrijk voor het levend houden van de banden, merkt Van der List. Jordaan ziet dat ook: „Niemand kan de cultuur en de sfeer zo goed overbrengen als zij. Er is zo’n andere vibe als zij aanwezig zijn. Die inbreng is af en toe nodig voor het voortbestaan van onze groep.” Het liefst zouden ze de Maori ook jaarlijks bij het Maori-weekend van Volkenkunde uitnodigen. „Maar dat is een grote investering voor hen. Daarom is er eens in de drie jaar een grotere happening”, legt Veys uit. In de andere jaren komen wel Maori die in Engeland wonen.

Jordaan, bestuurslid van het Waka Gezelschap zegt: „Bij al onze acties of aanvragen zijn wij ons bewust van het feit dat Nieuw-Zeeland meekijkt.” Bijvoorbeeld bij de aanvraag voor een show komende zaterdag tijdens de het WK roeien. „We wegen af: ’Is het verantwoord’? En: ’Is dit van waarde voor het uitdragen van de Maori-cultuur’? We willen en mogen niet een beetje Maori’tje gaan spelen. Als wij een foute afweging maken, schaadt dat de Maori-cultuur.”

Kijk op de wereld

Voor haar is het leren van de cultuur het meest waardevol. „Maori doen zoveel dingen anders dan wij. Het leren van hun gebruiken heeft mijn kijk op de wereld veranderd. Het doet je nadenken over je eigen perspectief.” Ze geeft een voorbeeld: „Maori handelen veel meer uit groepsgevoel, denken veel meer vanuit het belang van het collectief. Wij zijn heel individualistisch, merk je dan. Het peddelen is ook gewoon heel gaaf. Met z’n allen die Waka bemannen, dat is echt kick”, besluit de studente.

„Het is een deel geworden van wie ik ben”, zegt Van der List stellig. „Ik zal nooit een Maori zijn, maar ik wil wel met eerbied en enthousiasme de cultuur verspreiden die ik zo waardeer. De omgang met de Maori heeft mij gevormd als persoon. Ik heb er dierbare vrienden aan de andere kant van de wereld aan over gehouden.”

Dan is het tijd voor een performance, zoals de groep ook op 27 augustus op het WK roeien bij Rotterdam mag doen. „Het is een groot internationaal evenement, een logisch podium”, vindt Jordaan. De kunststof Waka gaat mee en zal over de Willem-Alexander roeibaan varen.

De kleding wordt uitgedeeld. Schoudertooien in allerlei kleuren, die behoren bij rangen en standen binnen de groep. „Maar daar letten we niet altijd ontzettend op”, lacht Van der List. De kledij van de aanvoerder is prachtig en duidelijk afwijkend. Jordaan vraagt: ’moet hij over mijn linker- of rechterschouder?’ „Als iedereen hetzelfde doet, is het goed”, is het praktische antwoord.

De gebruiken zijn duidelijk te zien. De hoe, de zwarte ’peddel’ met witte punt, mag nooit met de punt naar beneden staan en rust op je teen. Niet op de grond. „Zo leer je steeds meer”, vindt Eliza. Alleen al daarom is het goed om naar Nieuw Zeeland te gaan.”

Twee leden van het gezelschap oefenen nog snel een paar van de bewegingen: naast elkaar, de hoe boven het hoofd, tooi om hun schouders en de blote voeten breed staand. Op een roep van de Kaihautu stelt iedereen zich op in bootformatie: de groep komt synchroon in beweging.

De peddel gaat door het denkbeeldige water, stuit dan weer schuin de lucht in op het ritme van de klanken. En dan de slotroep: ’pukana!’ Met uitgestoken tongen en angstaanjagende gezichten eindigt de oefening. Tijd om in de Waka te stappen.

Wil je niks missen van Leidsch Dagblad? Like ons dan op Facebook!

Het laatste nieuws