Vincent Icke: 'Aan deze kijker zie je goed hoe Huygens was'

Vincent Icke: 'Aan deze kijker zie je goed hoe Huygens was'
Alex Pietrow tuurt door de kijker. Vincent Icke kijkt toe. Foto Hielco Kuipers

Het was een radicaal idee van Christiaan Huygens. Als de buis van een telescoop zo groot wordt dat hij windgevoelig wordt of gaat doorhangen, dan haal je die hele buis toch weg? In 1683 bedacht hij deze buisloze kijker. Nu is er voor het eerst een werkende kopie van Huygens’ versie gemaakt, in Leiden. Zaterdagmiddag wordt hij officieel onthuld, in de Hortus achter de Sterrewacht.

Alex Pietrow legt uit hoe het instrument werkt. ,,Normaal gesproken heb je een buis die de twee lenzen op een rijtje zet. Nu zit er een touwtje tussen. Als je de lenzen op één rij zet, heb je beeld’’, aldus de voorzitter van het Leidsch Astronomisch Dispuut ’F. Kaiser’. Dat werkt het beste als je de kijker op de hemel richt. Dan wordt het draad strak getrokken en staan de lenzen bijna automatisch in dezelfde positie. Met de kijker de daken in de omgeving van de Hortus bespieden kan ook, maar het scherpstellen is dan een stuk ingewikkelder.

De Leidse hoogleraar sterrenkunde Vincent Icke kijkt vol bewondering naar de telescoop. ,,Ik vind het heel grappig dat ’ie werkt. Aan deze kijker zie je heel goed hoe Huygens was: niet modderen, niet klooien, maar aanpakken. Hij dacht heel vrij. Dat is precies het knappe van de grote wetenschappers: niet te snel denken dat iets niet kan.’’

Dat loopt soms nergens op uit. Zoals bij deze kijker. ,,Hij werkte minder goed dan Huygens had gehoopt. Ja, het werkt. Maar is het veel handiger dan een kijker met een buis? Nou, nee. Als je de hemellichamen bekijkt, wil je ook aantekeningen maken. Deze kijker moet je telkens vast blijven houden. Als je hem overgeeft aan een bediende, beweegt hij al’’, zegt Icke.

Toch bracht het instrument nieuw inzicht, aldus de sterrenkundige. ,,Hierdoor werd duidelijk dat ze betere lenzen nodig hadden.’’ Vooral de oculairlens, de achterste lens waar je je oog tegenaan zet, moest scherper. Tot dat moment was de gangbare gedachte dat je langere buizen nodig had voor een scherper beeld. Die compenseerden de gebrekkige kwaliteit van het glas, waardoor kleuren vervormden en niet allemaal scherp zichtbaar werden. Icke: ,,Wij kunnen tegenwoordig hele goede lensjes maken. Voor mijn dochter koop ik een kijker van dertig centimeter in de winkel van Nemo, die is veertig keer beter dan die van Galilei. En willekeurig welke pot pindakaas die jij koopt, is gemaakt van beter glas dan de lenzen van Huygens.’’ Het duurde echter nog tot 1750 tot de achromatische lens werd uitgevonden, die alle kleuren even scherp weergaf. Toen was de buisloze kijker van Huygens definitief overbodig.

Exact

De kijker is zo exact mogelijk nagemaakt, maar is geen exacte replica. ,,We hebben palissanderhout en koper gebruikt, materiaal dat in die tijd ook gebruikt werd. Het contragewicht, de lens, het oculair: die onderdelen waren er toen ook zo allemaal. We hebben ons gebaseerd op de handschriften van Huygens en op een tekening in een van zijn boeken. Maar de schroeven zijn niet met de hand gemaakt.’’ Ook het draad is anders. Zijdedraad is onbetaalbaar en het alternatief, een draad van staal, brak telkens. Visdraad blijkt wel te werken. Het vaste statief rust op een houder in de grond en is van een oude zendmast uit de legerdump.

Wil je niks missen van Leidsch Dagblad? Like ons dan op Facebook!

Het laatste nieuws