’Vréselijk, zeker voor ouderen’

’Vréselijk, zeker voor ouderen’
De Leidse Herenstraat.

,,Moet ik dan met de bus? Die stopt veel te ver weg. En met boodschappen en een rollator, zie je het voor je?’’ Nou, ja dus. Het beeld dat mevrouw Van Beelen schetst terwijl zij behoedzaam schuifelend het minimarktje aan de Leiderdorpse Oranjegalerij verlaat, is precies wat nogal wat bezoekers voorzien -en vrezen. Tenminste, als de onderzoekers van de regiogemeenten gelijk hebben en elf wijkwinkelcentrumpjes naburige concurrentie en veranderend consumentengedrag niet zullen overleven.

Het aanbod in de elf winkelgebiedjes loopt sterk uiteen, maar in alle kunnen buurtbewoners terecht voor wat dagelijkse boodschappen. Soms bij een aparte bakker, slager en groenteboer, dan weer bij een minimarktje en in weer een andere buurt staat is naast een supermarkt nauwelijks wat te vinden.,,Ik zou het héél erg missen. Winkeltjes horen gewoon in dit soort buurtjes’’, zegt Janny Poelman voordat zij naar haar vertrouwde kapper in de Herenstraat gaat. ,,Maar je houdt het denk ik niet tegen.’’ ,,Het zou vreselijk zijn’’, zegt ook mevrouw Varkevisser, die met mevrouw Barends staat te kwebbelen in de Katwijkse Rijnstraat. ,,Maar vooral voor oude mensen, en zeker in de winter.’’

Duurder

De buurtwinkeltjes zijn soms wel wat duurder, maar overleven door de kwaliteit en persoonlijke service die ze bieden, denkt onder anderen  Lia Duindam. ,,De slager hier is helemaal top, en de bakker en de groenteboer ook’’, zegt zij terwijl ze de zaken aanwijst in winkelcentrum Adegeest aan de Voorschotense Van Beethovenlaan. Het ligt precies tussen het dorpscentrum en het grotere winkelcentrum Hofland waar wel een supermarkt is, en scoort mede vanwege die sterke concurrentie laag bij de onderzoekers.

Veel mensen die naar de buurtcentra komen, erkennen dat zij vaak ’vreemdgaan’. Omdat lang niet alles in de buurt te krijgen is en het meer tijd kost om overal langs te gaan, bijvoorbeeld. Of omdat de buurtwinkeltjes vaak toch wat duurder zijn. ,,Die dieven in Den Haag zorgen voor een steeds lager vrij besteedbaar inkomen’’, zegt een Rijnsburgse klant van de Hoogvliet daar. ,,Nee, naar al die winkeltjes ga ik niet. Hier heb ik mooi alles bij elkaar.’’

,,Je moet van je eigen kracht uitgaan’’, zegt slager Coen Francken, die zijn winkel drijft aan de Katwijkse Rijnstraat. ,,Sinds ik hier zit, heb ik alleen maar geplust, al zal het zal hier in de straat nooit supergoed worden. Maar ook niet superslecht.’’ Hij herkent het beeld dat de onderzoekers schetsen wel. ,,De Aldi vertrekt hier in oktober. Zo’n winkel pikt omzet, maar geeft het ook. Maar ik denk niet dat ik er slechter van wordt. De consument komt tegenwoordig inderdaad overal, maar als je kwaliteit levert, blijven ze terugkomen.’’

Leegstand

In de Katwijkse Asterstraat en op het Oegstgeestse Boerhaaveplein vinden klanten het onvoorstelbaar dat onderzoekers menen dat het winkelgebied geen toekomst heeft. Feitelijk draait het daar eigenlijk alleen om een grote supermarkt, Dirk respectievelijk Lidl. Beide staan ze midden in de wijk en is de eerstvolgende supermarkt best een eind weg. Klanten lopen, ook op een doordeweekse snikhete ochtend, in en uit. ,,Volgens mij gaat het hier hartstikke goed. Er ligt een grote wijk achter ’, zegt Manon van der Klaauw met een blik op de Oegstgeestse Lidl. ,,En ze hebben onlangs uitgebreid’’, zegt een andere klant. ,,Dat doet zo’n Duits bedrijf heus niet zomaar. Die gaan niet over één nacht ijs.’’

Niettemin staan ondernemers achter de nieuwe retailvisie. Ze beseffen dat er teveel vierkante meter winkelruimte is, dat er veel leegstand is en dat ze klandizie aan internet en andere regio’s verliezen. ,,Het loopt allemaal terug’’, zegt Walter Snijders, die een textiel- en modezaak runt aan de Leidse Hoge Rijndijk.  ,,In de afgelopen dertig jaar zijn hier denk ik een stuk of achttien winkels verdwenen. En je hebt elkaar nodig. Eerst ging de bakker, toen ging de slager en redde ook de groenteboer het niet meer. En ik merk dat ook; de loop gaat er dan uit. Ze moeten nu speciaal voor mij hiernaartoe komen.’’

Opvolging

Omdat hij het pand bezit en er geen hypotheek op rust, redt Snijders het wel. ,,Ik merk dat het minder wordt, maar ik vind het leuk om te doen. Maar stel dat ik zou willen verplaatsen, dan krijg ik met hoge huur te maken. En iemand die deze zaak van mij wil overnemen zou ook met hogere lasten te maken krijgen. Ik heb zelf geen opvolger. Dus ja, over tien jaar is dit weg.’’

En dat geldt wellicht ook voor de slijterij van Berend Heemskerk in koopcentrum Oegstgeesterweg in Rijnsburg. ,,Ik ben geen twintig meer. Nog een jaar of tien en ik ben hier persoonlijk weg.’’ De onderzoekers maken bij dit gebied de kanttekening dat het waarschijnlijk wel  tot na 2025 zal blijven bestaan, zodat transformatie van het winkelcentrum voorlopig niet aan de orde is. ,,Dat lijkt mij ook. We hebben er net een hele wijk bijgekregen’’, zegt Heemskerk. ,,Ik vind het allemaal zo’n onzin, al die onderzoeken steeds. Dat is gewoon geld weggooien. Als ik mijn werk slecht doe en het niet red, dan is dat toch alleen mijn probleem?’’

Wil je niks missen van Leidsch Dagblad? Like ons dan op Facebook!

Het laatste nieuws