Baas in eigen piekerfabriek

Baas in eigen piekerfabriek

Piekeren helpt een mens niet verder. Je wordt onrustig, maakt je steeds grotere zorgen en in het ergste geval blokkeer je en zit je gevangen in je eigen angsten. Ook kinderen kunnen onnodig veel piekeren. Voor de jonge kniezers en dubbers heeft Margreet van der Veen een doeboek gemaakt. Om vrolijk van te worden.

De kinder- en jeugdtherapeute uit Soesterberg heeft voor piekeraars van ongeveer 7 tot 12 jaar oud uiteenlopende voorbeelden, tips en oefeningen gebundeld die ervoor moeten zorgen dat ,,het allemaal goed loopt in de piekerfabriek’’.

Het is niet de bedoeling dat een kind het doeboek in zijn eentje doorworstelt. Ouders moeten meekijken en hun kind uitdagen de verschillende oefeningen te doen die helpen het denkpatroon onder controle te krijgen. Uiteindelijk komt de bladzijde met de tekst: ,,Het boekje is bijna uit. Je hebt een heleboel geleerd. De groene machines, die helpende gedachten maken, moeten hoog staan. Het liefst op 9 of 10. Dit zorgt ervoor dat jij je rustig, kalm en prettig voelt. De machines die rode, niet-helpende gedachten maken, moeten zo laag mogelijk staan. Dan heb je geen last van die piekergedachten. Jij kunt precies op de juiste manier de groene en de rode machines afstellen. Als een echte baas heb jij de leiding. Jij bent de baas van de piekerfabriek!’’

Doeltreffend

Margreet baseerde haar speelse werkboek op principes uit de cognitieve gedragstherapie. ,,Niets nieuws maar bij veel kinderen wel doeltreffend. Simpel gezegd gaat het om actie-reactie. Eerst zijn er gedachten. Die beïnvloeden je gedrag en dus ook je gevoel. Door de gedachten om te buigen, verminderen de muizenissen vanzelf.’’

Natuurlijk kan het doeboek de professionele hulpverlener niet vervangen. ,,Daar is het ook niet voor bedoeld. Als het piekeren zorgwekkende vormen aanneemt, moeten ouders toch echt hulp zoeken. Een kindertherapeut zou het boekje dan wel kunnen gebruiken in de behandeling.’’

Net als dat je een kind leert met mes en vork te eten, kun je het leren negatieve gedachten onder controle te houden. Daar is ’De baas van de piekerfabriek’ voor bedoeld.

,,Het ene kind piekert sneller dan het andere. Dat heeft met het temperament te maken. Sommige zijn nu eenmaal sneller bezorgd en denken veel na. Dikwijls hebben ze dat niet van een vreemde. Piekeren kent ook een erfelijke component. Dan heeft het bijvoorbeeld te maken met de bedrading in de hersenen. Opvoeding speelt uiteraard ook een belangrijke rol. Een ouder kan zo overbeschermend zijn dat een kind bang wordt om nieuwe uitdagingen aan te gaan. Voor je het weet heb je de perfecte voedingsbodem voor piekergedrag gecreëerd. Daarnaast zie ik ook dat onze prestatiemaatschappij haar tol eist. Kinderen moeten zoveel kunnen. Als kleuter maak je al je eerste Cito-toets.’’

Begrip

,,Ik hoor wel eens van ouders dat ze het moeilijk vinden om te bepalen hoe ze op dat piekergedrag moeten reageren. Om te beginnen is het belangrijk dat je begrip toont. Zo van: ’Ik snap dat je dit spannend vindt’. Vervolgens moet het kind wel leren zichzelf gerust te stellen.’’

Zelf is Margreet van der Veen moeder van een zoon van 11 en twee dochters (9 en 12 jaar oud). ,,Ik heb het geluk dat ik als kindertherapeut net wat meer handvatten heb die ik als opvoeder kan gebruiken. En ik zoek al snel naar de oorzaak van bepaald gedrag. Maar verder ben ik een moeder als iedere andere.’’

Nieuw-Zeeland

Met man en kinderen heeft ze een aantal jaren in Nieuw-Zeeland gewoond. ,,Destijds ben ik mijn loopbaan begonnen in het onderwijs. In Nieuw-Zeeland werkt op veel scholen een coach die onder lestijd een uurtje per week met kinderen werkt die dat nodig hebben. Ik vind dat we hier ook veel meer met ’schoolcounselers’ moeten doen. Dat was voor mij in elk geval een van de redenen om, toen we in 2013 weer naar Nederland kwamen, een post-hbo opleiding tot kinder- en jeugdtherapeut te gaan volgen.’’

In 2016 studeerde ze af op het onderwerp angststoornissen dat raakvlakken met piekergedrag heeft. ,,Soms hoor je dat een therapeut bovenmatige interesse in een onderwerp heeft omdat hij zelf met het probleem kampt maar die vlieger gaat bij mij niet op. Ik ben nergens bang voor. Behalve voor een hele grote grommende hond.’’

In korte tijd bouwde ze een goedlopende praktijk op. Ze helpt overigens niet alleen kinderen met angststoornissen of piekergedrag op weg. ,,Ik zie bijvoorbeeld ook jongens en meisjes die flink somberen, last hebben van dwanghandelingen of hooggevoelig zijn. Welke problemen er ook zijn, ik werk vanuit positiviteit. Ik geloof in de kracht van optimisme, vriendelijkheid en warmte. Het is belangrijk dat een kind op een prettige manier ontdekt welke bijzondere kwaliteiten het heeft en wat het nog mag en kan leren. Als het kind zelf ook positief kan denken, is het de beste versie van zichzelf.’’

www.margreetvanderveen.nl

Wil je niks missen van Leidsch Dagblad? Like ons dan op Facebook!

Het laatste nieuws