PvdA’er Gijs van Dijk leerde in Leiden: je moet het samen doen

PvdA’er Gijs van Dijk leerde in Leiden: je moet het samen doen
Op de achtergrond: een grote maquette van de haven van Oudeschild, Texel. „Het Schiphol van de Gouden Eeuw.”

Het was staatssecretaris Mark Rutte die hem vroeg: joh, moet jij geen politicus worden? Gijs van Dijk (36) verklaarde hem voor gek. „Toen heb ik hem heel hard uitgelachen. Maar ja, hij heeft wel gelijk gekregen. Dat is dan wel het enige waar hij later gelijk in heeft gekregen.”

Want Gijs van Dijk wordt wel politicus. Hij staat vijfde op de lijst van de Partij van de Arbeid. Daarmee is hij de hoogst geplaatste nieuwe kandidaat, achter Lodewijk Asscher, Khadija Arib en Jeroen Dijsselbloem.

Het wordt een weerzien van oude bekenden, voor Mark en Gijs. De twee ontmoetten elkaar in 2005, toen de toenmalige staatssecretaris van onderwijs Mark Rutte een systeem van zogenoemde ’leerrechten’ wilde invoeren. Studentenvakbond LSVb was daar faliekant tegen. Vice-voorzitter Gijs van Dijk deed de onderhandelingen met Rutte. „Die zei: ’joh, als je het er niet mee eens bent, ga je toch actievoeren?’ Dat hebben we toen maar gedaan.”

Het resulteerde in een korte Maagdenhuisbezetting. Na een dag greep de M.E. in. Van Dijk: „Maar die leerrechten zijn er nooit gekomen.”

Met z’n allen

Actie voeren: het zit in zijn bloed. Zijn ouders ontmoetten elkaar tijdens hun studietijd in Leiden. „Mijn vader was een grote gast met een baard, mijn moeder had van die rode henna-haren. Ze vonden elkaar in de studentenbeweging en maakten zich sterk voor de ’democratisering van het onderwijs’, zoals dat toen heette”, vertelt Van Dijk. Ze gingen natuurlijk niet trouwen. En een huis kochten ze met een groepje. Het werd een ruime woning aan de Rijnsburgerweg, om met z’n allen in te wonen. Het werd ’Jikke Annes’ gedoopt. De kleine Gijs werd er geboren.

Het is nog altijd een bijzondere plek, niet alleen voor Van Dijk. „Vrienden van mijn moeder zijn er getrouwd, er zijn redelijk beruchte huisfeesten georganiseerd. Mensen en kinderen liepen in en uit. Daar kreeg ik mee: je moet het samen doen. Met elkaar.” Uiteindelijk gingen zijn ouders uit elkaar, en later verhuisde zijn moeder met hem en zijn broertje naar een kleiner huis. „Mijn moeder zorgde in principe voor ons, naast een fulltime baan op de Universiteit Leiden. Dat was in die tijd best wel ingewikkeld, maar het lukte mijn moeder uiteindelijk om te promoveren. Ze ging ook wel de strijd aan met de hoogleraren in hun bestuurskamers, als het nodig was. Daar heb ik veel bewondering voor.”

Aan tafel werd geregeld over politiek gesproken. Het kon er fel aan toe gaan tijdens die discussies. Over de opkomst van Pim Fortuyn bijvoorbeeld. „Ik knipte alle stukken over hem uit, want ik moest weten wat er nu precies gebeurde. In linkse kringen bestond de neiging om te zeggen: ’die Fortuyn, daar moet je niet mee praten, dat is een racist’. Maar tegelijkertijd kreeg hij zoveel steun. Daar heb ik met mijn moeder wel flinke discussies over gehad, over wat daarop het juiste antwoord was.” Dat wat later de Fortuyn-revolte is gaan heten was een kantelpunt. „Toen realiseerde ik me: ik moet me ook politiek en maatschappelijk bewegen.”

Op vakantie gingen ze naar Texel, ook met z’n allen. „Later ook alleen, of met vrienden. Ook met m’n eerste vriendinnetje. Op de fiets vanuit Leiden, met bepakking achterop, kamperen in de duinen van De Koog.”

Skil

Drie jaar geleden vervulde hij een langgekoesterde wens. Hij verhuisde naar Texel. Tot verbazing van zijn omgeving. Texel is prachtig, maar ook onpraktisch als je een drukke baan hebt. Als vice-voorzitter van vakbond FNV zijn er regelmatig ’s avonds en in het weekend verplichtingen, dat zal in de Tweede Kamer niet anders zijn.

Toch vindt Van Dijk het er prachtig. „Het buiten zijn, het eiland, de gemeenschap”, het weegt allemaal op tegen de afstand, vertelt hij aan tafel in Museum Kaap Skil, in Oudeschild. „Het Schiphol van de Gouden Eeuw”, zoals de manager van museum de plaats omschrijft.

Ze geeft een korte tour langs de highlights van het museum voorafgaand aan het gesprek: een grote maquette van de haven van Oudeschild, ’Skil’ in de volksmond. En ’De Jurk’ uit de zeventiende eeuw die vorig jaar wereldnieuws werd. Texelse duikers troffen het kledingstuk aan in een scheepswrak. Ondanks vierhonderd jaar doorgebracht te hebben op de bodem van de Waddenzee bleek de jurk volledig intact. Van Dijk moet de verhalen al lang en breed kennen, maar hij luistert enthousiast en geïnteresseerd.

„Het zijn mensen van het type ’niet-lullen-maar-poetsen’, maar ook heel open naar anderen”, zegt hij over de Texelaars. „Anders dan in de grote stad is het hier niet eng om vriendelijk te zijn tegen elkaar. Je weet wat er met de mensen speelt, of er iemand ziek is, of je iemand kunt helpen. Ik had het niet direct verwacht, maar ik vind dat juist heel fijn.”

Hij vertelt over zijn zoontje van 9, die onlangs een inzamelingsactie voor het Kankerfonds wilde organiseren. „Mijn moeder, zijn oma, heeft al meerdere keren kanker gehad. Mijn zoontje had zoiets van: ik wil wat doen. Met twee vriendjes is hij toen een actie gestart, om geld op te halen. Dan zijn er ondernemers op Texel die meteen zeggen: mooi initiatief, we doen mee. Iedereen geeft dan wat. In de stad is dat denk ik minder.”

Dan is er nog het geheime wapen van het eiland: de boot. „Die is voor mij echt louterend. Ik ben voortdurend met mijn werk bezig, maar als je op die boot zit is het stil. Dan glijdt het van je af.”

Dat heb je ook wel nodig. Het is tegenwoordig, ook op Texel, best lastig om de PvdA aan de man te brengen erkent Van Dijk. En niet voor het eerst. In 2003 haakte Van Dijk zelf af, vanwege de oorlog in Irak. Ook zo’n discussieonderwerp, thuis. „Ik vond toen...”, hij geeft een klap op tafel, „...dat kan niet.” Hij zegde zijn lidmaatschap van de partij waar hij op zijn negentiende lid van werd op. „Maar er speelde wel meer rond die tijd. Alle linkse partijen worstelden met de vraag: gaan we door met de privatisering van overheidstaken, de zogenoemde Derde Weg, of gaan we weer echt over links.” De Partij van de Arbeid was even niet links genoeg. Het werd Groenlinks, op aanraden van goede vriend Rutger Groot-Wassink, fractieleider van die partij in Amsterdam.

Volkspartij

Het was lijsttrekker Lodewijk Asscher zelf die hem weer terughaalde naar de sociaal-democraten. „Je ziet nu heel duidelijk dat de PvdA een linkse koers vaart. We komen erachter: als je overheidstaken aan de markt overlaat, dan gaat dat niet goed. Het wordt niet goedkoper, niet beter, niet toegankelijker. Er worden nu echt keuzes gemaakt. Daarnaast: de PvdA is nog steeds een echte volkspartij, veel meer dan GroenLinks.”

Maar wie zegt dat er in de toekomst niet weer een principieel meningsverschil komt, tussen hem en de PvdA? „Ik ben nu echt loyaal en ik ga er voor 100 procent voor, maar moeilijke discussies ga ik niet uit de weg. Je hebt wel iemand in huis gehaald die het altijd zal melden, als ’ie het niet eens is met de koers.”

Wil je niks missen van Leidsch Dagblad? Like ons dan op Facebook!

Het laatste nieuws