Renske Leijten: ’Ik zat te verpieteren in het parlement’

Renske Leijten: ’Ik zat te verpieteren in het parlement’
© HOLLAND MEDIA COMBINATIE
Renske Leijten bij haar oude middelbare school: het Rudolf Steiner College in Haarlem.

In aanloop naar de verkiezingen portretteert PLUS een kandidaat uit de buurt. Vandaag: Renske Leijten (SP, nr. 2) uit Haarlem. „Er zijn mensen die het vuile werk moeten doen en mensen die beslissen. Dat had ik snel door.”

Je kunt haar stijl ’gepassioneerd’ of ’fel’ noemen. Hoe dan ook: Renske Leijten (37) valt op in de Tweede Kamer. Als woordvoerder gezondheidszorg hoort ze tot de bekendere Kamerleden. Het was niet haar ambitie om de politiek in te gaan. Toch zijn de meeste oud-klasgenoten van de Vrije School in Haarlem niet verbaasd dat de Haarlemse beland is waar ze is beland. Na de verkiezingen op 15 maart begint ze aan haar vierde termijn. „Er zijn journalisten die me nu ’oud’ noemen.”

Ze is in elk geval niet pas gisteren begonnen. Vorig jaar zat ze tien jaar in de Tweede Kamer. Inmiddels kent ze de weg op het Haagse Binnenhof. En anderen weten haar ook te vinden. Twee keer onderbreekt ze het gesprek voor een telefoontje. Ze legt meer uit dan dat ze vragen beantwoord. Afgelopen week loodste ze het verbod op winstuitkeringen door zorgverzekeraars door de Tweede Kamer, een initiatief van SP, PvdA en CDA. Het resultaat van ervaring en hard werken.

Het mag haar klasgenoten niets verbazen, zelf vertelt ze het verloop van haar politieke carrière alsof het haar ook maar is overkomen. In een pizzeria in Utrecht zit ze tegenover toenmalig partijleider Jan Marijnissen die polst of ze interesse heeft in het Kamerlidmaatschap. Het is dan 2005. „Daar moet ik over nadenken”, zegt ze. „Prima. Eet je pizza op en dan hoor ik het wel”, zegt Jan.

Ze is dan al een paar jaar actief in de jongerenorganisatie van de SP, ROOD. Ook werkt ze als beleidsmedewerker voor Jan Marijnissen. Maar een leven als politicus?

Gezinshuis

Maatschappelijke betrokkenheid was er wel. Na een aantal jaar in Noordwijkerhout te hebben gewoond verhuisde het gezin begin jaren ’80 naar Haarlem. Daar startten ze een gezinshuis aan de Verspronckweg, voor jongeren die hulp en opvang nodig hadden. De kleine Renske en haar jongere broertje kregen er een aantal oudere broers en zussen bij. „Ik heb hele goede herinneringen aan die tijd. Ik vond het heel gezellig en ook heel gewoon. Er was altijd iemand om mee te spelen. Het hielp wel dat ik een opgewekt en zelfverzekerd kind was, dus ik kon ook wel wat hebben als ze een beetje plaagden.”

Op jonge leeftijd leerde ze dus wat ’delen’ inhoudt, al gingen haar ouders behendig om met hun nieuwe gezinssamenstelling. „Ze konden ons altijd naar bed brengen en de zondag was van ons.”

Maar haar moeder zag haar niet Haarlems kampioen turnen op de lange mat worden. „Later heeft mijn moeder wel eens gezegd dat ze zich daar schuldig over gevoeld heeft. Maar ik ben niks tekort gekomen hoor.”

Op de middelbare school komt langzaam de interesse voor politieke vraagstukken. Op de vrije school maakt ze werkstukken over Marx en Engels. Waren het filosofen, of politieke theoretici? Voor economie verdiept ze zich in ongelijkheid op de werkvloer, want waarom krijgen vrouwen minder betaald dan mannen? „Ik heb wel op jonge leeftijd de analyse gemaakt: er zijn mensen die het vuile werk moeten opknappen en mensen die beslissen. Mensen die macht hebben en mensen die macht moeten volgen”, zegt ze daarover. „Maar met actuele politiek was ik niet heel erg bezig.” Toch vertegenwoordigt ze de SP bij een debat op school. „Bij toeval eigenlijk. Ja, ik vond die Marijnissen en die Poppe wel leuk.”

Het onderwijs op de vrije school past goed bij haar, vindt ze. „Ik ben behoorlijk prestatiegericht. Als het om leren en kennis gaat wil ik graag de beste zijn. Op de vrije school blijf je vanaf de basisschool tot het eindexamen als klas bij elkaar, in elk geval bij de creatieve vakken. Daar merk je dan dat Mirjam bijvoorbeeld niet zo goed is in taal en rekenen als jij, maar wel de beste schilderijen maakt, of fantastisch kan houtbewerken. Je bent allemaal wel ergens goed, dus je kan je niet omhoog pochen met toevallig goed kunnen rekenen.”

Bullshit

In die tijd wil ze journalist worden. Oorlogscorrespondent om precies te zijn, net als haar voorbeeld Oriana Fallaci, de Italiaanse journaliste. Met dat doel gaat ze studeren, eerst Politicologie, later Nederlands. Het vak van journalist blijkt niet bij haar te passen, merkt ze snel. „Als journalist moet je onafhankelijk zijn. En ik ben in mijn aard niet onafhankelijk. Ik vind veel dingen gewoon grote bullshit. Als je dat dan onafhankelijk moet gaan zitten opschrijven, ja dat gaat niet.” Ze sluit zich aan bij ROOD en wordt vrijwel direct actief.

Ze demonstreert tegen de oorlog in Irak en voert actie tegen het verdwijnen van Max Havelaarkoffie, ten gunste van Douwe Egberts. En met succes. Max blijft, hetzij naast Douwe. „Toen kwam ik erachter: dit is ook politiek. Als je je organiseert en verzet tegen bepaalde maatregelen dan kun je dingen veranderen.”

Het valt op in de partij. Ze wordt gekozen in het landelijk bestuur van ROOD en wordt fractiemedewerker. „Ik dacht toen: als ik klaar ben met studeren ga ik voor de klas staan. Dan kan ik in mijn vrije tijd nog wat politieke dingen doen, maar het onderwijs leek me leuk.” Het loopt anders. Als de pizza op is zegt ze geen ja en geen nee tegen Jan Marijnissen. Het wordt ’we zien het wel’. Dat blijkt juist het antwoord waar Marijnissen op zit te wachten. „Hij wilde mensen die er niet uit persoonlijke ambitie gingen zitten, niet voor zichzelf”, verklaart Leijten. In de verkiezingen die rap volgen staat ze als negende op de lijst en komt ze in de Kamer. „En dat was dus vreselijk.”

Belofte

Na een jaar wilde ze stoppen. „Ik verveelde me dood. Het duurde eindeloos om iets op de agenda te krijgen. Ik ging onder andere over jongerenzaken, maar niet over jongeren en werk, niet over jongeren en onderwijs, niet over jongeren en het gevangeniswezen. Eigenlijk ging ik dus nergens over. Ik ging met veel belofte de Kamer in, maar zat eigenlijk een beetje te verpieteren in het parlement.”

Een paar maanden later vertrok Jan Marijnissen onverwacht als fractievoorzitter en werd toenmalig woordvoerder gezondheidszorg Agnes Kant de nieuwe leider. Leijten nam het woordvoerderschap over. „Toen ik begon zei ik: ik wil eigenlijk alles wel doen, maar zorg en financiën lijken me niks. Inmiddels ben ik acht jaar woordvoerder gezondheidszorg en ben ik iedere dag meer gemotiveerd om te zorgen voor een omslagpunt in de de politiek, tegen de marktwerking in de zorg.”

Ervaring maakt het Kamerlidmaatschap wel makkelijker. „Ik weet nu de weg, dus ik kan makkelijker dingen agenderen. Er is meer dynamiek, want ik ga over een groter beleidsterrein. Ik heb nu een enorme dossierkennis. Ik weet hoe de hazen lopen.”

Leidt dat ook tot sneller resultaat? „Je zou je kunnen afvragen: wat hebben jullie bij de SP zitten doen de afgelopen jaren? Op grote lijnen is het resultaat wel erg treurig, natuurlijk. Er is enorm gesneden in de ouderenzorg, er is marktwerking, thuiszorg gaat niet goed. Maar er zijn best wel wat zaken waar ik trots op ben.” Ze somt op: de bezettingsnorm in de ouderenzorg, het basistarief in de thuiszorg, bijna alle partijen willen van marktwerking in de zorg af (’zelfs het CDA!’).

Stoppen met de landelijke politiek is geen optie, maar een keer aan de knoppen zitten zou wel fijn zijn. „Ik stop op het moment dat ik niet meer de overtuiging heb dat ik toegevoegde waarde heb. Ik ben niet uit op een bepaalde functie, maar als ik iets kan betekenen als minister, dan ga ik het doen. Ik heb m’n wensenlijstje wel klaar.”

Wil je niks missen van Leidsch Dagblad? Like ons dan op Facebook!

Het laatste nieuws