Amsterdam Fashion Institute onderzoekt kledingproductie van lokale wol

Amsterdam Fashion Institute onderzoekt kledingproductie van lokale wol

Op het gebied van kledingproductie is Nederland een ontwikkelingsland. De industrie is sinds de jaren '60 grotendeels naar het Verre Oosten gegaan, maar een revival dient zich aan.

De Nederlanders zijn eraan gewend geraakt dat hun kleding wordt gemaakt in het Verre Oosten. Zij profiteren daar zelfs van, want nooit was mode zo goedkoop en wisselde hij zo snel door het jaar. Zaken als Hennes & Mauritz drijven op goedkope Chinese kledingproductie.

Maar die productiewijze is onhoudbaar, zegt adjunct-directeur Nannet van der Kleijn van het Amsterdam Fashion Institute (AMFI). Grondstoffen gaan er in hoog tempo doorheen, het transport vraagt grote hoeveelheden brandstof en de goedkope mode wordt al na enkele maanden dragen weggegooid. ,,Het systeem zoals het nu bestaat, houdt het geen twintig jaar meer vol.''

Op verzoek van de redactie Rijn- en Veenstreek van het Leidsch Dagblad onderzoekt textielproducent Marita Bartelet van het Roermondse bedrijf Ecotex de mogelijkheden van 'Rijn- en Veentweed', een wollen kledingstof die wordt gemaakt van lokale schapenwol. Het initiatief kon volgens Van der Kleijn op geen beter moment komen. ,,Iedereen in de modewereld onderzoekt de mogelijkheden van lokale productie. Iedereen is bezig met duurzaamheid. Je hoort het van alle kanten.''

De belangrijkste ontwikkeling die Van der Kleijn ziet, is een nieuwe nadruk op kleding en weg van de mode. Kleding blijft elegant, maar is degelijker en gemaakt om meer dan één seizoen, vaak vele jaren, mee te gaan. Kleding wordt vaak 'zuiniger' gemaakt, waardoor er minder afval is.

Van der Kleijn verwacht daarom dat er onder docenten en studenten veel belangstelling is om komend jaar 'iets' met het Rijn- en Veentweed te doen. Eén van de mogelijkheden is een kledinglijn van het modemerk 'Individuals' van het AMFI. Hoe dan ook, meent Van der Kleijn, moet het resultaat iets zijn waarmee de mode-industrie, en misschien zelfs afgestudeerden van het AMFI aan de slag kunnen. Ook moet het Rijn- en Veenproduct 'lang lopen'. ,,Het mag geen hype worden, die na één seizoen alweer is afgelopen.''

En last but not least: het moet een product zijn waarmee de Nederlandse kleding- en mode-industrie, of wat daarvan over is, mee aan de slag kan. Want ondanks alle kaalslag van de afgelopen decennia, bestaat die nog steeds. ,,Twee schadelijke mantra's hoor je steeds'', zegt Van der Kleijn. ,,Eén: het is er niet meer. Twee: als het er is, is de productie onbetaalbaar. Beide aannames zijn onjuist.'' Van der Kleijn ziet het als haar taak om de verspreide kennis van textielproductie bijeen te brengen en door te geven aan een volgende generatie. Zo kan de industrie in Nederland weer bloeien, met nieuwe weverijen en kledingfabrieken.

Wil je niks missen van Leidsch Dagblad? Like ons dan op Facebook!

Het laatste nieuws