Breiend ontrafelen zij de geschiedenis [video]

Breiend ontrafelen zij de geschiedenis [video]
© jjfoto.nl / Jan Jong
Deelnemers aan het onderzoek proberen de brei-experimenten uit.

Je weet pas echt dat je ergens geen verstand van hebt als je als enige in de zaal de grapjes niet begrijpt. Dat besef dringt zich op, te midden van de bijna honderd zeer ervaren breisters (en een enkele breier) die afgelopen weekend in Castricum een historische kous proberen na te maken.

Bij de instructie klinkt veel gelach, tussen het aantekeningen maken door. Insteken-omslaan-doorhalen-af laten glijden klinkt ook voor de ongeoefende leek nog wel bekend, maar dit is next level breien.

De provincie Noord-Holland en het Textile Research Center in Leiden willen meer weten van de kousen, die in 2014 in het beroemde scheepswrak bij Texel zijn aangetroffen. Hoe werd zo’n kous precies gemaakt? Was het een mannen- of vrouwenkous? En hoe lang deed men eigenlijk over zo’n geraffineerd handwerkje?

Op zichzelf geeft de kous, bijzonder goed geconserveerd, al een hoop informatie. „Je komt eigenlijk alleen achter alle antwoorden als je het namaakt”, legt textielarcheoloog Chrystel Brandenburgh uit, die het project coördineert. Precies dat is wat de tientallen brei-experts proberen. Na de instructie, soms zelfs al tijdens, komen de naalden tevoorschijn.

Er zijn wel schattingen van hoe lang men bezig was met het breien van een kous, maar die lopen uiteen tussen een paar dagen en enkele weken. We weten van schilderijen dat zowel mannen als vrouwen dergelijke kousen droegen.

„De kousen die we hebben gevonden zijn vrij klein, maatje 37. Ik vermoed dus dat ’ie voor vrouwen was, maar mensen waren vroeger natuurlijk een stuk kleiner, dus je weet het niet”, aldus de Leidse textielarcheoloog.

Breipatronen van de kous zijn er niet. Brandenburgh analyseerde de kousen - voorzichtig - onder de microscoop. Op basis van haar onderzoek kan zij een brei-instructie presenteren, in het Huis van Hilde in Castricum. Brandenburgh heeft een paar oefeningen op papier gezet, waarmee de deelnemers aan de gang kunnen.

Zo wil ze meer weten over hoe de teen in elkaar zit en de hiel: moeilijke onderdelen van het kousenbreien. Het belooft een helse klus te worden, waarbij zeer nauwkeurig gewerkt moet worden, met dunne naalden en fijne zijde.

Eerbetoon aan techniek

Naast historisch onderzoek is het ook een eerbetoon aan de techniek, zegt provinciearcheoloog Rob van Eerden, van de provincie Noord-Holland. Die provincie is eigenaar van de collectie uit het scheepswrak. Van Eerden is eindverantwoordelijk voor het onderzoek naar alle vondsten. „Zo’n kous is haast een muziekstuk van Beethoven”, zegt Van Eerden. Om dat helemaal uit te pluizen is voor archeologen een prachtige klus. „We maken iets na, om het te begrijpen”, legt van Eerden uit.

„Het valt niet mee”, verzucht deelneemster Martha Elzinga. Ze is een half uur bezig, en heeft inmiddels nog geen halve centimeter kous geproduceerd. „Ik moet mijn bril op, anders kan ik gewoon niet zien hoe ik werk”, zegt ze.

Teen

De Haarlemse Vrouwina Veltkamp zit naast haar en is bezig met de teen. Zij heeft het zichzelf gemakkelijk gemaakt, door met grotere naalden en dikkere draad te werken. Zij maakt een uitvergroting van de teen, om zo beter te kunnen zien hoe dat stuk van de kous in elkaar zou kunnen zitten. „Het is voor mezelf een uitdaging om het te proberen, om te kijken hoe ver ik kom. En of ik er het geduld voor heb vooral. Maar ik vind het ook heel leuk dat dit project bijdraagt aan geschiedenis. Aan onderzoek naar dingen die we nog niet weten”, vertelt ze.

Dat is voor meer handwerkers een belangrijke motivatie. Elly de Wildt-Huisman leert er veel van, vertelt ze. „De een zegt: ik doe het zo, de ander doet het weer anders. Dan probeer je dat uit en dan kijk je hoe die technieken werken. Erg leuk om aan zo’n onderzoek mee te doen.”

Textielarcheoloog Chrystel Brandenburgh (tweede van links) en enkele deelnemers inspecteren de zogenoemde ’proeflapjes’.
© jjfoto.nl / Jan Jong
Textielarcheoloog Chrystel Brandenburgh (tweede van links) en enkele deelnemers inspecteren de zogenoemde ’proeflapjes’.

Er zit dan ook jaren aan kennis van breien en handwerken onder de deelnemers. Als Brandenburgh - als textielarcheoloog toch geen groentje - bij de instructie vertelt dat de onderzoekers niet precies weten hoe een bepaald naadje is weggewerkt tussen de hiel en de voet beginnen twee wat oudere dames vooraan te knikken. „Samenbreien”, klinkt het. „Daar komen we wel uit.” Dat belooft veel goeds.

De breiers hebben dit weekend aan de oefeningen gewerkt in Het Huis van Hilde in Castricum. Thuis werken ze verder aan hun kous. Naar aanleiding van hun proeven gaan de onderzoekers van het Textile Research Center in Leiden verder.

Alles weten van het wrak

De provincie Noord-Holland wil het liefst alles weten van het Texelse scheepswrak. Waar ging het heen? Waar kwam het vandaan? Wie waren aan boord? „We weten dat het schip zwaar bewapend was. Ook hebben we voorwerpen uit het Ottomaanse Rijk aangetroffen en Perzische tapijten”, weet provinciearcheoloog Rob van Eerden.

Maar er ligt nog een schat aan informatie onder de zeebodem. „Dat moeten we wel zo goed mogelijk beschermen”, zegt Van Eerden. De bodemconditie is nu goed, maar verslechterd wel. Helemaal opgraven is een kostbare klus.

„Ik hoop dat er ooit iemand komt die zegt: we halen ’m naar boven. Eigenlijk is het gek dat wij als zeevarende natie niet in een museum naar zo’n schip kunnen kijken. Aan de andere kant, op de zeebodem heeft het ook wel weer iets mythisch.”

Wil je niks missen van Leidsch Dagblad? Like ons dan op Facebook!

Het laatste nieuws